Hemelse omhelzing
Het verbond [1a]
Het is hard nodig opnieuw oog te hebben voor de rijke betekenis van Gods verbond. Het verbond ligt immers zwaar onder vuur, ook in hervormd-gereformeerde kring.
I n de gereformeerde traditie is Gods verbond altijd hoog gewaardeerd. Zo schrijft Johannes Coccejus (1603-1669) dat ‘het verbond met God (…) niets ander dan een verklaring van God (is) op welke wijze de goddelijke liefde verkregen wordt en de gemeenschap met Hem tot stand komt. Wanneer de mens in deze weg gaat, is hij in Gods vriendschap’.
En ook: ‘Een christen genoemd te worden, is het mooiste wat een mens kan overkomen. Geweldige voorrechten en plichten zijn aan deze benaming verbonden, want een christen is uiteindelijk (…) een vriend van God.’
Een andere vooraanstaande theoloog, de reformator Heinrich Bullinger (1504-1575), zegt erover: ‘Ik weet niet of menselijk verstand dit mysterie wel geheel begrijpen of met passende lof verheerlijken kan. Want welk groter feit heeft er in de wereld ooit plaats gehad of is er vernomen dan dat God, de Schepper van het heelal (...), Zich door middel van een verbond met ellendige en door de zonde verdorven stervelingen verbonden heeft? ’ Wat we vandaag naar mijn overtuiging nodig hebben, is een nieuwe wending naar deze warme verbondstheologie, waarbij allerlei abstracte beschouwingen doorbroken worden door de concrete ontmoeting tussen God en mensen. Hij is de Levende en Hij is het die ons Zijn vriendschap biedt.
Reactie
We kunnen spreken van een divine embrace, een hemelse omhelzing (Robert Webber). God strekt Zijn beide armen van Woord en Geest naar ons uit (zo de kerkvader Irenaeus) en neemt ons als Zijn kinderen en erfgenamen aan. Dit grote voorrecht brengt meteen een hoge spanning met zich mee. We kunnen ons immers door ongeloof en onbekeerlijkheid aan Gods omhelzing ontworstelen. Het komt erop aan dat wij op onze beurt – in reactie op Gods omhelzing, die vooraf gaat – met een oprecht geloof Jezus Christus met al Zijn verdiensten omhelzen, ons Hem eigen maken en niets anders meer buiten Hem zoeken (NGB, art.22).
Crisis
Waardevol en waardevast is Gods verbond tegenover de fluctuerende koersen van menselijke beslissingen, keuzes en contracten. Daarom geeft de verwachting van Gods trouw aan Zijn gegeven Woord, zoals in het verleden betoond, nog altijd de beste garantie voor de toekomst. Toch ligt het verbond vandaag onder vuur en bevindt het zich midden in de crisis. De koersen van het verbond zijn dramatisch gedaald op het theologische en kerkelijke Wall Street. Dat roept om crisisberaad.
De crisis rond het verbond blijkt ondermeer uit het in onze cultuur bestaande gebrek aan waardering voor de praktijk van de kinderdoop en voor de christelijke opvoeding die daarbij hoort. Zo zien velen de religieuze opvoeding vandaag de dag als problematisch, zeker waar het het jeugdbeleid en onderwijs betreft. Wanneer ouders plechtig beloven hun kinderen te onderrichten in het evangelie van Christus als unieke waarheid, staat dit al snel onder de verdenking van indoctrinatie. Is het wel te verantwoorden dat ouders voor hun kinderen kiezen in plaats van hen zélf te laten kiezen wanneer ze eraan toe zijn? Is het niet uit de tijd om hen van jongs af aan te confronteren met één als alleenzaligmakend gepresenteerde waarheid in plaats van hen te laten kennismaken met een bont palet van opvattingen en mogelijkheden?
Moet je de kinderen niet liever een vrije opvoeding geven, zodat ze later zelf als mondige burgers in een pluriforme maatschappij hun afwegingen en keuzes kunnen maken? Ook de christelijke school moet het herhaaldelijk ontgelden.
Hierbij vergeten mensen veelal dat neutraliteit niet bestaat en voor christelijke ouders onbestaanbaar is. Hoe dan ook, elke ouder die voor zijn of haar kinderen zorgt, beïnvloedt ze fundamenteel door eigen levensoriëntatie, waarden en normen. Waar aan kinderen zo een duidelijke overtuiging wordt voorgeleefd, betekent dat allerminst dat ze geïndoctrineerd worden en opgevoed tot intolerante mensen met oogkleppen op. Maar ze worden wel groot gebracht in een bezield verband, in verbondenheid met het voorgeslacht en met de God der vaderen, dus in de realiteit van het verbond.
In de kerk
In de kerken staat het verbond op de tocht vanwege het centraal stellen van de menselijke keuze. In veel kringen wordt alle accent gelegd op de geloofsdaad van de mens. De visie op geloof en kerk raakt op deze wijze los van een duidelijk zicht op Gods verbond.
We komen in een situatie terecht waarin mensen het verbond niet meer missen. Verbond staat steeds vaker voor een achterhaald statisch, onpersoonlijk, objectief denken, dat persoonlijk geloof en
nieuwe vormen van gemeentezijn in de weg staat.
Zoals in heel de samenleving en cultuur, zien we ook onder christenen een toenemende individualisering. Deze trend leidt tot een geloofsbeleving die past bij de huidige belevingscultuur. Het gaat in deze geloofsbeleving voornamelijk om de persoonlijke ontplooiing van het individu en om existentiële keuzevrijheid. Het menselijke kiezen staat centraal en je kiest voor wat je aanspreekt en raakt.
Zo kan het gebeuren dat familie Jansen zomaar afscheid neemt van de dorpsgemeente waar het voorgeslacht eeuwenlang zijn plaats heeft ingenomen. Het gezin voelt zich namelijk in een naburige gemeente beter thuis en komt daar meer tot ‘geestelijke groei’. Nieuwe vormen van religiositeit in Nederland zijn sterk ingebed in deze individualiseringstendens. Mensen volgen niet meer het gezag van de bestaande tradities en gaan voor authentieke ervaringen.
De beweging naar binnen wordt krachtig ingezet, een zoektocht naar het eigenlijke ‘zelf ’.
Er is een nieuwe behoefte aan religie, opgeroepen door vragen over de dood en het kwaad. Mensen worden ook op het spoor van religie gezet door de tijd en de verveling. De evangelische beweging en de New Age-beweging hebben meer dan de traditionele kerken datgene in de aanbieding wat mensen met een nieuw religieus verlangen zoeken.
Theologische vraagtekens
Ik noem nog een factor waardoor het verbond in de crisis is. Ook op strikt theologische gronden worden vraagtekens gezet bij de traditionele verbondsleer. Neem bijvoorbeeld de onder ons bekende en veelszins gewaardeerde prof.dr.
A. van de Beek. In zijn boeiende boek God doet recht. Eschatologie als christologie schrijft hij leerrijke hoofdstukken over doop en avondmaal. Het sterke in Van de Beeks benadering van beide sacramenten is dat hij ze nauw verbindt met de boodschap van het in Christus gekomen koninkrijk Gods. Het is naar mijn overtuiging inderdaad noodzakelijk dit verband sterk te onderstrepen en te doorleven. De doop plaatst mensen in de nieuwe werkelijkheid van het eeuwige leven. De doop – bij voorkeur door onderdompeling – geeft aan dat we in Christus gestorven zijn en dat alles in ons leven nu geheel nieuw geworden is. We gaan dus kopje onder en ons hele leven komt door de doop op zijn kop te staan. Dr. Van de Beek noemt het gedoopte leven zelfs ‘één uitgestrekt martelaarschap’. We staan als gedoopte als vreemden in een cultuur die van God vervreemd is en moeten onze natuurlijke verlangens en reacties leren afleggen. Als gedoopte vieren we het avondmaal, de maaltijd van de grote Toekomst die in Christus al begonnen is. We zijn in Hem verplaatst naar een nieuwe werkelijkheid en delen in de hemelse viering van de maaltijd van het Lam. Het verbond is bevestigd en vervuld in Christus en zo wordt het gekomen koninkrijk gevierd aan de bruiloftsmaaltijd van de Heere.
Verbond-doop
Helaas neemt Van de Beek als gereformeerd theoloog in dit verband afstand van de lijn verbonddoop. Ik betreur dat en acht die stap ook niet nodig om toch aan de kern van zijn betoog recht te blijven doen. Wel handhaaft hij de kinderdoop, maar dan niet als voortzetting van de verbondslijn in Abraham. De kinderdoop heeft bij hem niets te maken met het verbond. De christelijke doop is bij dr. Van de Beek uitdrukkelijk niet een voortzetting van het verbond van God met Israël. Dat verbond heeft namelijk in Christus zijn vervulling gekregen. Christus is niet een moment in de weg van de (sinds Hem weer voortgaande) heilsgeschiedenis. Neen, de geschiedenis is in Hem tot voleinding gekomen en is daarom nog slechts een aflopende zaak. Christenen denken niet meer in de lijn van de geslachten, maar in de hoogspanning van de vervulling van de tijd. Hier worden uit ware inzichten onterechte gevolgtrekkingen gemaakt.
J. Hoek
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's