Van mis naar avondmaal
Ridderkerk publiceert oudste kerkenraadsnotulen
Geboortegrond blijft trekken. Daarom was ik vorige week woensdagavond graag aanwezig in de hervormde Singelkerk in Ridderkerk, waar ik gedoopt ben, belijdenis deed en waar ons huwelijk werd bevestigd. Er werd een boek gepresenteerd waarin de kerkenraadsnotulen (protocollen) uit de eerste eeuw van de hervormde gemeente (1574-1675) zijn opgenomen.
E en deel van de protocollen is al eerder getranscribeerd door de onderwijzer/neerlandicus dr. Samuel Jan Lenselink (periode 1574-1597) en ds. Gabe van der Zee (periode 1597-1608). Ze zijn nu gecompleteerd door de gemeenteleden M.G. Hofman en C.J. Houtman; de periode van 1609 tot 1675 voor het eerst ook vanuit de brontekst.
Avondmaal
‘Een eeuw rond de avondmaalstafel’ is de titel van de inleiding in het boek, geschreven door de Amsterdamse historicus prof.dr. Fred van Lieburg. Hij houdt tijdens de avond ook een historische inleiding. Acht jaar geleden verscheen een gedenkboek over de Singelkerk, bij het 550-jarig bestaan van de gemeente. In dit boek wordt de ontstaansgeschiedenis van de gemeente duidelijk. Centraal staat dat de rooms-katholieke mis wordt vervangen door het heilig avondmaal. In januari 1574 treedt ds. Caspar Antheunissen van Gendt aan als eerste reformatorische prediker. De beelden en altaren verdwijnen. Voor die tijd staat in de kerk het altaar, waar de pastoor – Willem Woutersz als laatste – de mis voor de parochianen bedient. De parochianen zelf zijn meestal maar één keer per jaar aanwezig, bij de paasmis, met voorafgaande biecht. In 1579 worden twee ouderlingen bevestigd (nog geen diakenen). Vanaf dan wordt vier keer per jaar het avondmaal gevierd.
Aan het avondmaal nemen deel degenen die waren ‘ontstoken’ met het geloof in ‘de nieuwe leer’. De (kleine) kerkenraad gaat in de week voorafgaande aan het avondmaal de lidmaten langs om te vernemen of er verhinderingen zijn om aan het avondmaal deel te nemen. Zo wordt ook tucht geoefend, als onderzoek naar de levenswandel. Het gaat dan om kennelijke zonden zoals dronkenschap, echtelijke twisten, overspel. Bij hardnekkige zondaren is er een enkele keer sprake van excommunicatie. Maar het uiteindelijke doel is verzoening. Het avondmaal staat in het teken van ‘collectieve verzoening’ en is ‘het zegel op de vergeving der zonden’.
Duiventil
Dr. Van Lieburg noteert dat de gemeente in de eerste periode gekenmerkt wordt door frequente wisseling van predikanten; een duiventil. Maar vanaf 1608 wordt de gemeente 107 (!) jaar lang gediend door leden van de familie Celosse. De bekendste is ds. Hermes Celosse, die er van 1642 tot 1675 staat. Hij is ook publicist, want naar zijn oordeel moet ‘een getrouw leeraer zijne gemeente (…) soecken te stichten en ’t onderwijzen, niet alleen met de levende stemme, maar somtijds oock met de penne als hij dat noodigh oordeelt’. Zo schrijft hij een traktaat over de antichrist.
Uit onbehagen over de kreupele psalmberijming van Datheen zet ds. Celosse zich ook aan een nieuwe psalmberijming. Niet een van zijn berijmingen is overigens in de staatsberijming van 1773 opgenomen. Hij heeft niet kunnen bevroeden dat in 2010 in de Singelkerk alsnog zijn berijming van Psalm 42 zou worden gezongen:
Als een hert vermoeit door ’t jagen, Schreeuwt nae versche watervloed, Alsoo schreeuw ick alle daghen tot U, Heer, in mijn gemoed. Want mijn ziel dorst meer en meer, Nae mijn God des levens Heer; Wanneer sal ick vrij van quynen, Voor de oogen Gods verschijnen.
Mijne tranen zijn mijn spijse, Dagh en nacht is dit mijn lot; Mits mij daegh’lijk spots gewijse Wort gevraeght: Waer is uw God. ’k Smelt als ick gedenck daer aen, Hoe ick vrolick plagh te gaen Met de scharen die met singhen, Nae Gods Huys ten feeste gingen.
Verzoening
Dr. A.J. Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk en ook groot geworden in de Singelkerk, trekt vanuit de eerste notulen de lijnen door naar vandaag. Hij constateert dat in de notulen is vastgelegd al wat tot de zaken van een kerkenraad van een gewone gemeente behoort: eredienst, sacramenten, beroepingswerk, tucht. Hij maakt vijf toepassingen.
1. Een gemeente kan niet zonder georganiseerd leven, met een vastgelegde orde en een leven daarnaar. Dat is de waarde van de kerk als instituut. 2. In de gereformeerde traditie vormen prediking, ambt en sacrament de grondvormen van de gemeente. ‘We leven vanuit de overlevering.’ Dan gaat het niet om dode vormen, maar om telkens levend gemaakte vormen. 3. Kerkenraden moeten met beslistheid leiding geven, maar wel dicht bij de gemeente, waarvan de leden hun eigen verantwoordelijkheid hebben.
4. De kwaliteit van de kerk is de kwaliteit van haar leden. ‘Privatisering is onbarmhartig.’ Adeldom verplicht. De leden mogen elkaar vertroosten maar ook elkaar verplichten. 5. Bij het avondmaal gaat het om verzoening, met God en met elkaar. Dingen zitten vaak muurvast. De weg van gerechtelijke procedures kan, gegeven die verzoening, nooit de rechte weg zijn.
Betrokkenheid
Dr. Van Lieburg herinnerde in zijn inleiding aan een soortgelijke uitgave in de gemeente Twisk (N.H.). Daar geven de samenstellers aan dat ze afstand namen van inhoud en strekking. Hier is echter sprake van een uitgave waarin die afstand er niet is. C.J. Houtman spreekt er in een dankwoord zijn verwondering over uit dat er in Ridderkek nog steeds een hervormde gemeente is in de traditie van de begintijd. En mevrouw drs. H.R. van den Berg, nog net wethouder in Ridderkerk, aan wie een eerste exemplaar van het boek wordt aangeboden, spreekt in een betrokken dankwoord over de goede band die er tussen kerk en gemeentelijke overheid in Ridderkerk bestaat. Ze hoopt dat die betrokkenheid zou blijven, ook op andere thema’s als zondagsrust.
Behalve de voorzitter van de algemene kerkenraad, krijgt ook de voorzitter van de jeugdvereniging Obadja een eerste exemplaar aangeboden. Daarin ligt de hoop vertolkt dat de traditie ook in volgende geslachten zal doorwerken.
Opbouw
Het door uitgeverij Boekencentrum te Zoetermeer fraai verzorgde boek draagt de titel Een gemeente in opbouw. Op de titelpagina staat in handschrift de aantekening van ds. Gabe van der Zee voorin het boek van de door hem verzorgde protocollen. ‘Het boek is gegeven aan het kerkenraadsarchief, opdat ook anderen het gemakkelijker zouden kunnen lezen.’ Dat geldt ook voor dit boek. Hulde aan de samenstellers.
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's