BOEKBESPREKINGEN
Dr. W. Verboom Van hart tot hart. Over de Dordtse Leerregels. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 80 blz.; € 8, 50.Albert Kersten Luns. Een politieke biografie. Uitg. Boom, Amsterdam, 704 blz., € 39, 90.
Dr. W. Verboom Van hart tot hart. Over de Dordtse Leerregels. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 80 blz.; € 8, 50.
Na de succesvolle hertaling van de Heidelbergse Catechismus bracht dr. W. Verboom nu ook delen van de Dordtse Leerregels (DL) in eigentijdse taal.
In dit boek verwoordt onze emeritus hoogleraar op zeer persoonlijke wijze wat dit belijdenisgeschrift voor hem betekent. Bij deze ontboezeming geeft hij de belangrijkste onderdelen van de Dordtse Leerregels in eigentijdse taal
en zonodig beknopter weer. Het is een boek op zijn tijd, alsof dr. Verboom dat heeft voorvoeld. Uit een recent onderzoek van de IKON blijkt dat het Dordtse document niet erg geliefd is in de Protestantse Kerk in Nederland.
Het hart van de Dordtse Leerregels komt in tien hoofdstukken aan de orde. De wijze waarop de schrijver dit hart vertolkt maakt het tot een (persoonlijke) geloofsbelijdenis. Hij deed dat al eerder in zijn boek De belijdenis van een gebroken kerk. De Dordtse Leerregels. Voorgeschiedenis en theologie (2005). Toch is het goed dat nu deze vorm verschijnt; ze is uitnemend geschikt voor een gesprekskring, voor de catechese aan achttienplussers, voor een kring van hen die belijdenis van het geloof aflegden, voor het bezinningsmoment tijdens een kerkenraadsvergadering. Elk hoofdstuk begint met een weergave van een onderdeel van de Leerregels en wordt gevolgd door het getuigenis van de auteur. Daarna volgen enkele bijbelgedeelten. Telkens worden enkele gespreksvragen toegevoegd, die zich goed lenen voor het gesprek in de gemeente – het gesprek van hart tot hart.
Dr. Verboom leest ook dit belijdenisgeschrift vanuit het hart van de gereformeerde belijdenis en neemt dan ook weleens de vrijheid om de dingen anders te zeggen. Over verkiezing en verwerping spreekt hij minder rationeel en minder statisch dan de vaderen van Dordt uit het begin van de zeventiende eeuw. Toch is hij het van harte met hen eens en weet hij zich een leerling van hen. Wat betreft het belijden aangaande de wedergeboorte en genade als substantie of als relatie wijst hij op de context waarin dit belijden op schrift gesteld werd en verwijst dan naar de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus als leesregel om verstarring en verwarring te voorkomen.
Het is zorgwekkend dat de Dordtse Leerregels onder theologen niet erg geliefd zijn. Het gezegde ‘Onbekend maakt onbemind’ gaat ook hier op. Onbekend, want wie heeft er in de gaten gehad dat de tien stellingen van de IKON-enquête blijk gaven van onbekendheid met het hart van het gereformeerd belijden? Het is zorgwekkend dat ook in hervormd-gereformeerde kring de lofzang op de drie-enige God, zoals deze in dit belijdenisgeschrift opklinkt, weinig verstaan wordt. Het belijden van Dordt is onderwerp van discussie geworden óf wordt verzwegen. ‘Ik heb het goud van Dordt gevonden, als een schat in aarden vaten.’ Zo besluit dr. Verboom
zijn getuigenis. Hij leerde lezen. Hij kroop door allerlei weerbarstigheden, onduidelijkheden, polemieken en ook eenzijdigheden van Dordt heen.
De jaren door is er aandacht besteed aan de Dordtse Leerregels. Ik noem De troost der verkiezing (ds. L. Vroegindeweij), Om ’t eeuwig welbehagen (ds. C. den Boer), Vaste grond (drs. W. Dekker), De lofzang uit Dordt (dr. M. Verduin), Dordt vandaag (dr. C.A. van der Sluijs). Onze goede God geve dat ook dit gouden kleinood tot zegen zal zijn in de kerk, de gemeente en voor een ieder persoonlijk. Dat er zegenrijke gesprekken van hart tot hart zullen zijn. Dat ook de jongeren van de gemeente de lofzang die in Dordt opklonk leren zingen.
In Apeldoorn heb ik inmiddels de eerste twee hoofdstukken van dr. Verbooms boek met de achttienplusgroep behandeld. De reacties waren bemoedigend. De belijdeniscatechisanten weten wat ze onder andere als cadeau krijgen…
A. Baas, Apeldoorn
Albert Kersten Luns. Een politieke biografie. Uitg. Boom, Amsterdam, 704 blz., € 39, 90.
Op de cover van dit boek staat van mr. Joseph Luns, van 1952 tot 1971 onze minister van Buitenlandse Zaken, vermeld dat hij
markant en schilderachtig was en ook bekend stond als humorist en charmeur. Wie hoopt in deze vuistdikke biografie veel van deze karakteristieken terug te vinden, wordt teleurgesteld. Vermeld wordt bijvoorbeeld dat Luns tijdens een be-
zoek aan Moskou in de communistische tijd in de hotelkamer tegen zijn vrouw zei, in de veronderstelling dat er afluisterapparatuur in de kamer was, dat de Russen toch wel heel aardig waren en dat hij hoopte dat er op het vliegveld nog wat kaviaar voor hem gereed zou staan. Die hoop werd vervuld. Er stonden vier blikken kaviaar op het vliegveld gereed. Maar zulke anekdotes zijn in het boek dun gezaaid. Over het geheel genomen is het een strakke, politieke biografie van de man die als minister en daarna dertien jaar als hoofd van de NAVO diepe sporen heeft getrokken. Luns komt in beeld in gesprekken met vele groten der aarde, in debatten in de Tweede Kamer en op internationale congressen, en met zijn vaak eigenzinnige maar ook ontwapenende deelname aan wisselende kabinetten. Veel aandacht krijgen de Nieuw Guineakwestie en de Europese integratie, met Luns als Euroscepticus die regelmatig in aanvaring kwam met Adenauer en De Gaulle. Vietnam, Biafra, Portugal en Griekenland passeren in hun internationale relevantie de revue, alsook de Yom Kippoeroorlog en Spanje als zestiende lid van de NAVO.
In zijn tijd als minister had Luns een tweede minister van Buitenlandse Zaken naast zich, J.W. Beyen, met alle competentiekwesties van dien. Toen ooit de minister van Buitenlandse Zaken van Amerika aan Luns vroeg waarom zo’n klein landje twee ministers voor Buitenlandse Zaken had, was zijn antwoord dat ons buitenland zo groot is. Niet onvermeld blijft zijn NSB-lidmaatschap, dat in de jaren zeventig bekend werd. Hij was enkele jaren lid in de begintijd, toen overigens nog niet duidelijk was in welke richting de NSB zich zou gaan bewegen.
Intussen wordt uit dit boek wel duidelijk dat Luns, om de woorden van de auteur te gebruiken, ‘oerconservatief’ was. Op allerlei gebied – politiek, religieus, artistiek en literair – ontwaarde hij ‘uiterst bedenkelijke symptomen’. Hij kon niet begrijpen dat ‘overigens zeer achtenswaardige lieden’ bijvoorbeeld (Marga Klompé en onderwijsminister G. Veringa) dat zagen als ‘bewonderenswaardige uitingen van z.g. vernieuwingen’, die zouden leiden tot ‘een gelukkiger, eensgezinder, democratischer en vredelievender wereld’. Zijn kritiek op de nieuwe tijdgeest en politieke cultuur strekte zich ook uit tot de Rooms-Katholieke Kerk, waarvan hij een toegewijd lid was. Ook die kerk was in de greep geraakt van ‘een kleine groep radicalen’. (Zie ook de rubriek Globaal Bekeken op pagina 16.)
Al met al hebben we hier te maken met een stuk politieke geschiedenis, nationaal en internationaal, waarin Luns heel lang een centrale rol heeft gespeeld. De auteur – emeritus hoogleraar diplomatieke geschiedenis van de Universiteit Leiden – sluit zijn boek af met de conclusie dat Luns ‘een gedreven politicus’ was en dat zijn conservatisme geen belemmering was voor de functies die hij vervulde. ‘Hij was een nationalist en dat heeft Nederland voordelen opgeleverd.’ Dat is een gedurfde uitspraak als het een politicus betreft, van wie de auteur zelf ook zegt dat hij bij velen geliefd maar bij even zovelen gehaat was. Liefst vijftig pagina’s noten sluiten het boek af.
J. van der Graaf, Huizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's