De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JHWH meer dan vier letters

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JHWH meer dan vier letters

Gods wet en ons leven [3: de Naam niet ijdel gebruiken]

8 minuten leestijd

Als de relatie van Marjan is vastgelopen en ze Tim tegenkomt, denkt ze dat dat van God is. Na veel gebed krijgt ze immers rust. Maar is het ook echt Gods wil? Het derde gebod zegt ons iets over onze ideeën van Gods weg.

A ls in het tentenkamp van Israël twee mannen met elkaar slaags raken, is er één die op een bepaald moment opzettelijk de Naam lastert en vloekt (Lev.24:11). Meteen laat de Heere God merken dat Hij diep geraakt is. De man moet worden gedood.

God neemt de misbruik van Zijn naam hoog op. Het derde gebod zelf houdt ons dit reeds voor: Hij houdt niet voor onschuldig wie Zijn naam ijdel gebruikt. De Heidelbergse Catechismus onderstreept nog eens dat het God ernst is: er is geen grotere zonde dan de misbruik van Gods naam (a. 100). In de uitleg van dit gebod leunt de catechismus sterk op het genoemde bijbelgedeelte, Leviticus 24. Maar waarom toch deze heftige reactie bij de Heere God? Omdat Zijn naam – JHWH – meer is dan een woord van vier letters. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met Zijn wezen. Zijn naam is de openbaring van Hem zelf.

Wie is Hij?

Wie is als Hij? Vanuit de brandende braamstruik maakt God Zijn naam bekend aan Mozes (Ex.3). De Heilige is Hij, de Verborgene ook. Want ook al openbaart Hij zichzelf, Hij laat zich nooit helemaal zien. Wanneer diezelfde Mozes vraagt Hem te mogen zien, krijgt hij Zijn naam te horen (Ex.33-34). Daarin laat God zichzelf zien. En hoe. In de naam van God hebben wij dus met God zelf te maken.

Daarom is Hij zuinig op Zijn naam en wij zullen dat ook zijn.

We zullen zijn naam niet ijdel gebruiken, zo houdt Hij ons voor. Het woord ijdel betekent zowel lucht, leeg als leugenachtig. Letterlijk vertaald staat er dat wij Gods naam niet zullen opheffen tot wat lucht is, leeg, niets of leugenachtig. Hiermee wil de Heere God op geen enkele wijze in verband worden gebracht.

Er zijn uitleggers die menen dat we dan in de eerste plaats moeten denken aan het afleggen van een valse eed (zie Lev.19:12). Opmerkelijk is dat ook de catechismus vooral daarbij de vinger legt; hij wijdt er zelfs een aparte zondag aan (zondag 37). De catechismus sluit hier aan bij Calvijn, die zowel in zijn commentaar op Exodus 20:7 als in zijn Institutie benadrukt dat het in het derde gebod in het bijzonder om de eed gaat (Institutie II, 8.22- 27). Hij tekent hierbij onmiddellijk aan dat we een afschrik moeten hebben van elke ontheiliging ervan in het algemeen (II, 8.22). Het lijkt mij inderdaad juist om de betekenis van dit gebod niet te beperken tot die van het zweren van een eed.

Verplichtingen

Het gaat in dit gebod om het gebruik van de Naam waar en wanneer dan ook. Het raakt alle terreinen van ons leven. De diepste reden hiervoor is dat God zelf Zijn naam over ons heeft uitgeroepen. Op de achtergrond van dit gebod staat namelijk Gods verbond. De woorden ‘Heere, uw God’ verwijzen ernaar. Dat betekent niets minder dan dat God Zijn naam aan ons verbonden heeft. Dat is Zijn genade, maar dat schept ondertussen ook verplichtingen. We hebben Zijn naam hoog te houden. Waar wij ook zijn en wat wij ook doen, Zijn naam is voortdurend in het geding.

Letterlijk

Met dit gebod legt de Heilige Geest om te beginnen de vinger bij ons taalgebruik. Dan verstaan we het gebod letterlijk: God verbiedt ons dat wij in ons spreken Zijn naam zinloos, voor niets gebruiken. Dat is het geval wanneer wij vloeken, spotten of Gods naam als stopwoord of gedachteloos gebruiken. Bijbelse voorbeelden zijn de genoemde vloeker uit Leviticus 24 en Petrus (Mark.14:71).

Het gebod heeft ook een overdrachtelijke betekenis. We kunnen de naam van de Heere God ook nog op andere wijzen zinloos gebruiken. Dan komen we bij wat Walter Lüthi de eigenlijke zonde van het derde gebod noemt. We moeten op zoek naar de verborgen zonde, schrijft hij in Die Zehn Gebote Gottes (37-49). Daarvan is sprake

wanneer wij Gods naam noemen voor onze eigen zaak. We spannen Hem voor onze eigen wagen, opdat vooral gebeurt wat wij zelf willen en ons plan doorgaat. Hier wordt het derde gebod werkelijk spannend.

Christelijke stichtelijkheid

Een voorbeeld uit de Bijbel is Simeï, die Gods naam noemt terwijl hij David vervloekt (2Sam.16). Hier wordt de Naam verbonden met iets wat tegen God in gaat en strijdt met Zijn plan. Alles wat in strijd is met Zijn wezen en Zijn wil is ijdel, is ten diepste lucht, niets. En Hij neemt het niet wanneer Hij daarmee in verband gebracht wordt. Hierbij valt te denken aan de kruistochten uit het verleden en aan de Duitse soldaten uit de Tweede Wereldoorlog, die op hun koppelriem Gott mit uns hadden staan. Een ander voorbeeld uit de Bijbel zijn de vrienden van Job. Zij beweren dat Jobs lijden het gevolg is van zijn zonde. Het klinkt vroom wat zij zeggen, maar het gaat wel tegen Hem in, zo laat God zelf hen weten. Het is een voorbeeld van vroom vloeken. Dr. J. Koopmans noemt de gebruikelijke christelijke stichtelijkheid de ernstigste zonde tegen het derde gebod (De Tien Geboden, 29). De heiligheid van God en van Zijn naam moet ons ervan weerhouden om Hem al te gemakkelijk ter sprake te brengen. Weten we wel zeker dat wat wij beweren of bidden past bij God? Laten we ons gebed erop bevragen. Wat vragen wij Hem? Waarmee komen we voor Zijn aangezicht?

Dekmantel

In dit verband moeten we de vinger leggen bij onze ideeën en overtuigingen betreffende Gods wil met ons leven. De vrouw bij wie de relatie is vastgelopen en die een nieuwe man tegenkomt, heeft zo haar gedachten over wat God wil. Het is een geval uit de praktijk, dat echter wel te denken geeft. Is hier niet sprake van een ijdel gebruik van de Naam? Ik meen van wel. God is de dekmantel voor wat je zelf wilt. Zijn naam wordt verbonden met de zonde. Het is niets minder dan het ontheiligen van de Naam: we trekken God in onze eigen, zondige wereld. En dat neemt Hij, die de Heilige is, niet. Het derde gebod raakt ons alledaagse leven. God heeft immers Zijn naam over ons uitgeroepen. We struikelen over dit gebod wanneer onze belijdenis vloekt met onze woorden en daden. De profeet Amos geeft daarvan een voorbeeld. Vanwege het onrecht dat voortduurt is het zingen van Israël in Gods oren niets minder dan vloeken (Amos 5). We hebben wat hoog te houden: de Naam van Hem die zich genadig met ons verbond, de Heere, onze God. In deze zin zullen we naamchristenen zijn: gelovigen die de Naam van de levende God hooghouden. Wat dragen we uit? Wanneer wij tegen Hem in leven, wanneer wij ons inlaten met zaken die lijnrecht tegenover God staan, halen wij Zijn naam naar beneden. Dat is ook de ontheiliging van Zijn naam. En ook dan geldt: schuldig voor God.

Belijden

Ondertussen heft het verkeerde gebruik van de Naam het goede gebruik ervan niet op. De bedoeling van het derde gebod kan niet zijn dat wij er maar vanaf zien om Gods naam te noemen. Hij heeft ons Zijn naam niet voor niets gegeven. Deze is tot onze vreugde nabij. Zowel Calvijn (II, 8.22) als de catechismus (a.99) onderstreept het: we mogen de Naam gebruiken, maar we zullen dat dan wel doen met eerbied en ontzag, in het besef over wie we het hebben en tot wie wij bidden. De catechismus wijst ons hierin een weg.

Bij het goede gebruik past dat wij Zijn naam belijden. Het is Zijn naam en die van Christus uitdragen in woord en daad. Het is het tegenovergestelde van stilzwijgen, het anonieme christendom. In dit verband wijs ik even op de verrassende toepassing van de catechismus (zondag 36). Wie zwijgt wanneer door anderen Gods naam naar beneden gehaald wordt, is medeschuldig (Lev.5:1). Het vraagt echter hemelse wijsheid van ons om te weten wanneer en hoe wij in voorkomende gevallen zullen reageren (Kol.4:4-6).

Prijzen

God heeft ons Zijn naam verder gegeven met het oog op ons gebed. We mogen Zijn naam noemen, en hoeveel namen heeft Hij niet! Wanneer wij ze met aandacht noemen, zullen wij ervaren dat er van deze namen kracht uitgaat én dat Hij Zijn naam waarmaakt.

De Heere God geeft ons Zijn naam ook opdat Hij geprezen wordt, door ons én door de mensen om ons heen die Hem leren kennen door ons. Is dit laatste het eerste niet? Met dit doel heeft God ons geschapen. We hebben wat hoog te houden: de Naam van God. Christus leert ons dat het gebed hierbij onmisbaar is. In navolging van Hem bidden wij: ‘Uw Naam worde geheiligd.’

W.J. Dekker

Volgende week schrijft ds. H. Westerhout over de sabbat gedenken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

JHWH meer dan vier letters

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's