Alleen aan kleine kring
Meditatie: Johannes 14:19
Waarom is Jezus na Zijn opstanding ‘slechts’ aan Zijn discipelen verschenen en niet aan het volk van Israel? Als Hij hen had willen overtuigen, dan toch toen en op die manier?
Nog een kleine tijd en de wereld zal Mij niet meer zien (…).
H ad Jezus het volk van Israël zo niet kunnen overtuigen? Als de Opgestane had toch iedereen zich gewonnen moeten geven aan Zijn Zoonschap? Voor Celsus, een vurig bestrijder van het christelijk geloof uit de tweede eeuw, is dit dan ook een teken van zwakte. Hij voert het aan als één van de – in zijn ogen – ongerijmdheden van het christelijk geloof; zo kun je alles beweren!
Hier lijkt wat in te zitten. Origenes, de kerkvader die op zijn beurt Celsus probeert te weerleggen, vindt het verwijt in elk geval belangrijk genoeg om er uitvoerig op in te gaan. Waarom heeft Hij Zich slechts aan de kleine kring van zijn discipelen vertoond en niet aan de wereld?
Voorzegd
Celsus is niet de eerste die deze vraag opwerpt. Het is één van Jezus’ eigen discipelen, Judas, niet de Iskariot, die er ook mee komt. Tijdens de gesprekken aan het Laatste Avondmaal vertelt Jezus dat de wereld Hem niet meer zal zien, alleen zij zullen Hem nog zien (Joh.15:19): na Zijn opstanding en voor Zijn hemelvaart. In reactie daarop vraagt Judas Hem: ‘Heere, hoe komt het dat U Zichzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld? ’ (vs.22) Een begrijpelijke vraag, want er staat ook wat op het spel. Het door Jezus verkondigde Koninkrijk van God, dat kan toch niet anders dan heel Israël omvatten? Het Messiasschap, dat kan toch niet beperkt zijn tot de kleine kring van volgelingen, maar gaat toch heel de wereld aan? Het ware karakter van het Koninkrijk, van het Messiasschap, van het Zoonschap staat of valt daarmee. Hoe kan Jezus dat dan zeggen?
Voorwaardelijk?
‘Jezus antwoordde en zei tegen hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord bewaren: en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar hem toekomen en bij hem intrek nemen.’ (vs.23) Het antwoord heeft iets ontwijkends. Het lijkt alsof Jezus niet werkelijk op de vraag ingaat, ja, alsof Zijn openbaring iets voorwaardelijks wordt. Alsof alleen hij of zij die Hem liefheeft en Zijn woorden bewaart zal delen in Zijn openbaring. Zijn Koninkrijk lijkt zo bijna iets sektarisch te krijgen.
Jezus’ antwoord lijkt sommige moderne commentatoren in de kaart te spelen die het Evangelie van Johannes verwijten het christendom tot iets sektarisch te maken. Ze doen dat weliswaar niet zo boosaardig als Celsus, maar hun verwijt is toch niet minder ernstig.
Toegegeven, het is die weg die Origenes is ingeslagen als hij in reactie op Celsus stelt dat Jezus alleen aan Zijn discipelen is verschenen die in staat waren Hem te zien in wie Hij werkelijk was.
Wereld
Het Evangelie wijst ons een andere weg. Want de wereld wordt helemaal niet buiten spel gezet. Wij moeten Jezus’ antwoord begrijpen vanuit het breder geheel van het gesprek dat Hij met Zijn discipelen aan het Laatste Avondmaal voert. Wat Hij in deze gesprekken doet, is hen voorbereiden op de tijd die komen gaat, als Hij er niet meer zal zijn.
Wat Hij voorhoudt (in woord en daad) is dat zij in Zijn liefde moeten blijven en Zijn woorden bewaren – als gemeenschap. En het is als gemeenschap dat zij de wereld in worden gezonden. Het is als gemeenschap dat zij zullen getuigen van Zijn dood, opstanding en hemelvaart.
Maar dan nog, waarom via de gemeente? Waarom Hij niet Zelf ? Ik wil op het volgende wijzen. De boodschap van Pasen is geen kaal feit, maar vleesgeworden werkelijkheid. Allereerst in de persoon van Jezus Christus, maar daarin ook in de personen rond Jezus Christus. Hoe?
Het apostolisch getuigenis van de gemeente is niet maar een mededeling over Jezus, maar wortelt in de omgang met de Opgestane. Het is in die omgang waarbinnen dat alles ook voor Zijn discipelen werkelijkheid is geworden: verlangen, navolging, geloof, maar ook ongeloof, verraad, schuld, verlies – en daartegenover Zijn genade, vergeving en vernieuwing. Want zo treedt Hij hen als de Opgestane tegemoet. Pasen, een diepe ervaring van zijn genade en vernieuwing. Zo wordt Zijn werkelijkheid hun werkelijkheid. Het is vanuit die werkelijkheid dat zij in de wereld worden gezonden.
Crisis
Daarin ligt de roeping van de gemeente: de kerk is geroepen om kerk te zijn, om lichaam van Christus te zijn. In de wereld!
Het is niet overdreven om te spreken van een crisis in de kerk. In dat licht lijkt het soms zo hopeloos overmoedig om zo over de roeping van de kerk te spreken. Het is alleen wanneer de kerk zichzelf leert verstaan vanuit de ontmoetingen tussen de opgestane Heiland en Zijn discipelen, dat zij ook waarachtig kerk zal zijn. Elke keer opnieuw.
B.A. Belder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's