De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het juweel dat Psalm 16 heet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het juweel dat Psalm 16 heet

Pinkstermensen lezen hun Bijbel

7 minuten leestijd

Petrus wil de mensen die hij op Pinksteren voor zich ziet én de pinkstermens van nu vertellen dat er geen werk van de Geest is zonder het werk van Christus. Het wordt nooit Pinksteren in je leven als je passie en Pasen niet kent.

Wat moet ik me bij Pinksteren voorstellen? Hoe werkt dat? En als de Heilige Geest werkt in de diepte van het zondaarshart, wat gebeurt er dan eigenlijk? Of, als de Geest in de breedte van de christelijke gemeente gaat waaien en wervelen, wat merk je daar dan van? Het zijn zomaar van die vragen die je met regelmaat binnen kerk en gemeente hoort. Van de een en van de ander. Ik beluister een jongere en ik hoor een oudere. En, ik doe er zelf aan mee.

L ukas doet verslag van de wordingsgeschiedenis van de christelijke kerk. We luisteren mee en letten op de voornaamste werkzaamheid van de Heilige Geest. We kijken waar de Geest des Heeren mee doende is. We lezen met elkaar in het boek Handelingen. Het tweede hoofdstuk. Het welbekende pinksterkapittel.

Wat is daar aan de hand? Daar in Jeruzalem, de Godsstad? Wat doet zich voor op die pinksterplek met die grote en bonte mensenmassa? Er is alle reden om die vraag op te werpen, want ook de mensen die op dat moment in Jeruzalem aanwezig zijn, zitten ermee en lopen ermee rond.

Ze lopen er zelfs mee vast. En niet zo’n beetje ook. Ze stellen een vraag, vanuit het diepst van hun hart. Existentieel. Of: bevindelijk.

Het betreft heel hun hebben en houden. Omdat ze niet kunnen houden wat ze hebben. Het is ook niet niets wat er zoal gebeurt. Mirakels veel. Wind, vuur, vreemde talen. Ze raken in verlegenheid en uit hun gewone doen. Deze pinkstergang lijkt de pelgrimsreis van hun leven te worden. Er gaat een kras en een kruis door hun godsdienstige alledaagsheid. Ze raken van hun stuk. De een na de ander, op wat spotters na, vraagt: ‘Wat wil toch dit zijn? ’, ‘Wat heeft dit toch te betekenen? ’ (vs.12)

Petrus

Petrus, na Pasen van God geleerd en tot de Heere bekeerd, is de zegsman. Maar al te vaak heeft deze mens voor zijn beurt gesproken. Echter, op de feestdag van de Geest mag hij als eersteling van alle pinkstervoorgangers, het woord voeren. ‘Maar Petrus, staande met de elven…’ (vs.14). De woordvoerder voert het Woord aan en de Geest voert het Woord in. Zo gaat dat nog steeds. Nooit andersom.

Pinksterorde

Hoe duidt Petrus het werk van de Geest? Hoe legt hij Pinksteren uit? ‘Wat willen deze dingen zeggen? ’ Er blijkt maar één geldig en afdoend antwoord te zijn: Pinksteren is niets anders dan vervulling van al wat geschreven staat. De wind van de Geest waait uit de hoek van het Woord.

De Geest laat Zich drijven vanuit de Schriften. En, de Geest koerst steeds weer op het Woord af. Zo ging dat. Zo gaat dat. Zo zal dat gaan. Dat is Gods pinksterorde. Toen en nu. Voor altijd.

Immers, wat doet Petrus anders dan gewoonweg de Schriften openen? Woord na woord. Zin voor zin.

Zo kan de frisse wind van de Geest waaien waarheen Hij wil. Zo mogen wij Zijn geluid horen (Joh.3). Zo worden mensen geraakt. Niet rakelings, maar recht in het hart. Tot in het diepst van hun wezen. Ontdekkend en doorpriemend. Dodend, maar niet dodelijk. Integendeel, levenwekkend en hartvernieuwend (vs.37, 38).

Preek

Waarover zal de dominee, die vandaag Petrus heet, op de allereerste pinksterdag preken? Ach, hij weet niet anders en beters dan zijn vinger te leggen bij de woorden Gods. Vanouds gezegd en geschreven. Het is alsof hij zijn hoorders zegt: ‘Kijk maar, hier staat het al. Hier kun je lezen wat ‘deze dingen’ zijn. Leg je hand er maar op.’

En, naar blijkt heeft de visserman een keur van tekstmateriaal voorhanden uit de ‘gansche Heilige Schrift, bevattende de canonieke boeken van het Oude Testament’.

Wat Petrus doet, is slechts het toepassen van wat de Leermeester Zijn schooljongens ooit voorhield, namelijk eenvoudig maar toch nauwziend bijbellezen. Het was namelijk Jezus Zelf, die na Zijn opstanding met de Bijbel op schoot betuigde en betoonde ‘dat alles moest vervuld worden wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en in de profeten en in de Psalmen’ (Luk.24:44).

Psalm 16

Nadat Simon Petrus uitgebreid en nauwgezet de profeet Joël heeft geciteerd (vs.16-21), legt hij de vinger bij en richt hij de aandacht op ‘een gouden kleinood van David’. In onze Bijbel heet dat juweeltje Psalm 16. We kunnen het citaat nalezen in de verzen 25 tot en met 28. Waarom nu juist deze psalm? Waarom dat specifieke woord?

Petrus wil de pinkstermens van toen en die van vandaag vertellen en hem ervan overtuigen dat er geen werk van de Geest is zonder het werk van Christus. Of, anders gezegd, dat lijden, dood, graf en opstanding onlosmakelijk aan de glorie van Pinksteren zijn verbonden. In die Psalm 16 staat het zwart op wit. ‘Zie maar, mannen en broeders, onze patriarch David heeft het al voorzegd en voorgesproken.’

Toepassing

Nadat de voorganger het psalmwoord naar de Griekse vertaling heeft geciteerd, gaat hij over op de toepassing daarvan (vs.29-32). Ook dat hoort bij pinksterleven en pinksterpreken. Ook dit is werk van de Heilige Geest.

Het is alsof Petrus zijn hoorders meeneemt in een geestelijk, maar niet minder rationeel denkproces. Met de Bijbel op tafel zegt hij met open vizier: ‘Jullie weten allen waar het graf van David te vinden is. Hij is echt dood. Zijn lichaam is vergaan en verteerd. Dat hij dan toch zei ‘dat de Heere hem niet aan ontbinding zou overgeven’ (vs.27), dat kan David alleen gezegd hebben met het oog op de Messias.

‘Hij voorzag dit en zei het ziende op de opstanding van Christus.’ (vs.31)

Twee dingen

Wat is de toepassing voor ons, mensen die lange tijd na Pinksteren leven? Voor ons, zondaren die de Geest hard nodig hebben? Voor hart en ziel. Voor geloof en leven.

Voor kerk en gemeente. Moet het er onder ons anders aan toegaan dan op dat eerste pinksteruur?

Ik noem twee dingen. Het eerste is dat Petrus in het bijzonder Psalm 16 citeert om daarmee de waarachtigheid van Christus’ dood en opstanding te onderstrepen. Dat moet ons te denken geven. Immers, het leert ons dat leven uit de Geest altijd en immer leven is uit het volkomen borgwerk van Christus. Hij ging de doodsheid van de dood in. Wis en waarachtig. Maar Hij herrees en liet dood en verderf achter Zich. Jezus is sterker dan zonde, dood en graf. De kerk heeft een levende Zaligmaker. Dit betekent dat elke rechtgeaarde pinksterchristen heeft te leven uit Jezus’ dood en bij de gratie van Zijn opstanding. Zonder Goede Vrijdag geen Vrolijk Pasen. Zonder Pasen geen Pinksteren. Geen Geest zonder Christus en geen Christus zonder de Heilige Geest.

Oerwoorden

Het tweede leerpunt voor de kerk in deze tijd is dat ook vandaag de Schriften moeten opengaan, in gezin en gemeente. De Schriften zijn de oerwoorden, door de Geest ingeblazen, om het leven van – van huis uit – dode zondaren in te blazen. Het Woord bevat de grondwoorden om de kinderen Gods te beademen en te doen groeien en bloeien.

Pinksteren leert ons: de Schriften moeten open. Wéér open. Hernieuwd. Telkens weer. Het ene Woord na het andere. Geestelijke voortgang als garantie van spirituele diepgang. Wil de Geest Zijn werk kunnen uitrichten, dan moet het ook voor onze gemeenten na Pinksteren gelden: ‘En Petrus, staande met de elven, verhief zijn stem: dit is wat gesproken is…’

De pinkstergemeente is een Woordgemeente. In de pinksterkerk is het elke zondag leesdienst. Meer dan ooit heeft Gods kerk, die naar de rand en de kant van de samenleving gedrukt is, de levende woorden Gods nodig. Pinkstermensen van welke snit en kwaliteit ook, dienen zich opnieuw te oefenen in de heilige spelkunst van het Woord. Oude en Nieuwe Testament, het is de Geest om het even. Hij toch maakt alles nieuw. Gloednieuw. Het Woord is Hem een lieve lust. En het zal het ons – wil het wel wezen – niet anders zijn.

Of er dan ook nog iets gebeurt? Wrijf je ogen uit en lees het rustig: ‘…en ongeveer drieduizend zielen werden er op die dag aan hen toegevoegd’.

Joz.A. de Koeijer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Het juweel dat Psalm 16 heet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's