De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

Een lezer stuurde een extra-editie van Trouw d.d. 13 maart 1959, uitgegeven vanwege de toen gehouden verkiezingen. ‘Chr. politiek vindt in nieuwe kamer geen meerderheid’ is de hoofdkop. Interessant genoeg om dit keerpunt een plek te geven:

• De vervroegde verkiezingen voor de Tweede Kamer hebben alleen voor de V.V.D. grote winst opgeleverd. De partij van prof. Oud won zes zetels. De P.v.d.A., de communisten, de A.R. en de C.H.U. verloren resp. drie, vier, één en één zetel. De K.V.P. bleef gelijk, evenals de S.G.P. Nieuwe partijen in de Tweede Kamer zijn het Gereformeerd Politiek Verbond en de Pacifistische Socialistische Partij, die resp. één en twee zetels zullen bezetten. (…) Op grond van de verkiezingsuitslag moet het uitgesloten worden geacht, dat een christelijk kabinet, steunende op voldoende meerderheid, kan worden gevormd. Dit betekent dat de komende kabinetsformatie uitermate moeilijk zal zijn.

De drie grote christelijke partijen hebben gezamenlijk 75 zetels, dat is precies de helft. Rekent men bij de rechterzijde de drie zetels van de S.G.P. en de ene van het G.P.V., dan komt men aan een rechtse meerderheid van 79 stemmen tegen 71 voor links.

• ‘Volharden bij tegenslag’ kopt het commentaar van hoofdredacteur Bruins Slot:

Als wij naar de achtergrond van de verschuivingen in de politieke verhoudingen zien, dan moet gezegd worden dat zowel de achteruitgang van de PvdA in 1958 als de relatieve vooruitgang van die partij thans en ook de grote vooruitgang van de VVD gezien moeten worden als een zich in toenemende mate losmaken van het Nederlandse Volk van een principiële benadering van politiek. De sterkte vooruitgang van de VVD betekent vooral een toegeven aan een verkeerd vrijheidsbegrip. Het optreden van de GPV heeft deze tendentie met name tegenover de A.-R. Partij versterkt.

Ondanks al deze dingen verliezen wij de moed niet. In onze verkiezingsactie hebben wij duidelijk laten zien en wij hebben daarop weerklank van ons volk gevonden dat wij strijden voor de doorwerking van het Evangelie in ons nationaal-politiek leven. Wij wisten dat wij daarbij maar een instrument waren in de hand van onze Meester. Wij wisten van onze tekortkomingen, wij wisten ook van de zuiverheid van onze doeleinden. Wij aanvaarden de uitslag en wij blijven volharden bij het ideaal.

Opbouw, een uitgave van de Nederlandse Gereformeerde Kerken, geeft aandacht aan het Jaarboek 2009 van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Twee fragmenten:

• De CGK telt 74.374 leden (min 289). (…) Er is rond de CGK sprake van een aanzienlijk kerkelijk grensverkeer. Ruim 600 leden vertrokken naar de PKN. Ruim honderd leden

vertrokken naar de NGK, de Hersteld Hervormde Kerk en verschillende evangelische kerken. Uit de GKV en uit de verschillende Gereformeerde Gemeenten kwamen ruim 300 leden over. Verontrustend is het aantal onttrekkingen. In 2009 vertrokken 677 leden uit de Christelijke Gereformeerde Kerken zonder zich – voor zover bekend – elders aan te sluiten. Daar staat tegenover dat 69 leden de weg naar de kerk wisten te vinden.

De ontwikkeling van de kerken in de grote steden wordt geïllustreerd met de opheffing van de kerk van Rotterdam-West. In 1934 werd hier een kerkgebouw geopend met 1050 zitplaatsen. In 1956 telde de gemeente ruim 900 leden. Daarna zakte het aantal geleidelijk: in 1984 waren er 200 leden, in 2001 telde de gemeente 113 leden en het Jaarboek 2008 gaf 63 leden aan.

Drie bijzondere kanttekeningen uit de gemeente van Rotterdam-West. Er was geen rooster van aftreden voor ambtsdragers, zodat sommigen tientallen jaren ouderling of diaken bleven. Een ander opmerkelijk gegeven was het feit dat in 1926 besloten werd geen mannenvereniging op te richten ‘omdat de vaders dan teveel uithuizig zouden worden’. En ten slotte: een vacante periode van de destijds grote gemeente van maar liefst 15 jaar (er werden 50 beroepen uitgebracht!)

De gemeente is overigens niet helemaal opgeheven. Het werk gaat op een andere manier door: een nieuw missionair diaconaal project ‘Thuis in West’.

v.d.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's