Depressie is geen verkoudheid
Pastoraat
‘Het zit tussen je oren…’ Als de huisarts zo’n ‘diagnose’ stelt als je je meldt met vooral lichamelijke klachten die geen somatische oorzaak hebben, ligt verontwaardiging voor de hand. Je voelt je niet serieus genomen.
H oe begrijpelijk verontwaardiging ook is, toch zijn disfunctionerende hersenen oorzaak voor een waaier aan psychische klachten en problemen. Lichamelijke klachten en intense moeheid kunnen een gemaskeerde (onderliggende) depressie verraden. Ik beperk me hier tot depressie, een veel voorkomende stemmingsstoornis, en focus vooral op de praktische aspecten. Met name de vraag hoe om te gaan met hen die lijden aan een ernstige, al dan niet chronische vorm van ‘ontstemming’ intrigeert. De Volkskrant publiceerde ruim een jaar geleden een lezenswaardig vraaggesprek met een zwaar gede-primeerd man van achter in de vijftig. De kop boven het artikel luidde: ‘O, o, o, wat zou ik graag gelukkig zijn!’ Een cri de coeur, opgetekend uit de mond van de geïnterviewde. Met die weinige woorden werd veel gezegd.
Een gevoel van leegheid, verlies, verlatenheid vormt de kern van een depressieve stoornis. Sombere, neerslachtige gevoelens drukken de dagelijkse stemming. Ze gaan hand in hand met een laag zelfbeeld, schuldgevoelens, verminderd initiatief en activiteitenniveau (nergens toe kunnen komen; overal tegen opzien; geen interesse in noch plezier beleven aan iets), concentratieproblemen, besluiteloosheid, slaapklachten en lichamelijke problemen (vooral vermoeidheid).
Geen neusverkoudheid
Een depressieve stoornis staat niet gelijk aan een onschuldige neusverkoudheid hebben. De gevolgen voor de betrokkene en zijn onmiddellijke omgeving kunnen diep ingrijpend en ontwrichtend zijn. Stemmingsstoornissen zijn bovendien ook niet ongevaarlijk. Er is reëel suïcidegevaar.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voorspelt dat in deze eeuw depressie volksziekte nummer 1 zal worden. Omdat depressieve stoornissen in meer of mindere mate stress gerelateerd zijn, verwondert dat niet. Onze tijd kent weinig stabiele patronen, levert veel stress en vergt soms het uiterste van mensen. Draagkracht en draaglast raken uit balans.
Een verzwakt immuunsysteem verhoogt vervolgens de kwetsbaarheid voor lichamelijk ongemak, waarmee de samenhang tussen geest en lichaam evident is. Maar ook chronische lichamelijke ziekten (diabetes, kanker, hartkwalen) kunnen een depressieve stoornis uitlokken. Een erfelijke component kan iemand extra kwetsbaar maken.
Twee soorten
Een algemeen aanvaard en erkend onderscheid is dat tussen unipolaire en bipolaire depressie. De laatste kennen we ook onder de naam manisch-depressief. Bipolair verwijst daarbij naar de wisselende aanwezigheid van twee tegenovergestelde uitingsvormen. De manische fase wordt gekenmerkt door hyperactiviteit (een racewagen zonder stuur en remmen), grootse invallen, fantastische plannen, grootheidswaan, zelfs religieuze fantasieën, ‘er alles uitflappen’ (wees daarop bedacht in het pastoraat!), terwijl in de depressieve fase gedachten en gevoelens alleen nog maar rond negatieve dingen cirkelen.
Pastoraat
Wat mag in dezen van ambtelijk en onderling pastoraat verwacht worden? Empathie, mededogen, aandacht, begrip voor de door depressie
verlamde medemens voelt als een weldaad, ook al kan hij of zij die ervaring niet of nauwelijks uiten. Dat geldt te meer wanneer iemand een sterk sociaal netwerk ontbeert. Het verdient aanbeveling extra alert te zijn op broeders en zusters in verliessituaties, denk aan gescheidenen, weduwen, weduwnaren, aan hen die te maken kregen met verlies van werk of gezondheid. Het verrichten van betaald werk draagt voor een belangrijk deel bij aan je identiteit (‘Ik werk dus ik ben…’). Maar ook immaterieel verlies (vaardigheden, idealen), zoals bij de ziekte van Parkinson, grijpen diep in. Dat ook de ‘ontwortelde’ vreemdeling binnen onze poorten, asielzoekers en vluchtelingen, in de gevarenzone verkeren, behoeft geen nader betoog.
Meer nog dan bij andere ziekten geldt op het terrein van psychische ontregelingen het psalmwoord: ‘Welgelukzalig die zich verstandig (ge)draagt bij een ellendig mens.’ Niet ieder is dat gegeven.
Behalve ‘gaan met je hart’ zijn ook een zekere dosis kennis, inzicht in de psychische problematiek, tact en vaardigheid welkome instrumenten. Omdat het heel lastig kan zijn echt contact te maken met het zieke gemeentelid, slaan gevoelens van teleurstelling, ontmoediging, verwarring en zelfs boosheid gemakkelijk toe bij de bezoeker. De apathische houding van degene die we met een bezoek willen verrassen, kan zelfs (onbewust) aversie oproepen. Vooral wanneer wij oplossingsgericht denken. In zo’n geval dreigt bezoek voor beiden bezoeking te worden. Onze goedbedoelde adviezen en raadgevingen belasten ons (mede) gemeentelid alleen maar.
Kinderen
Laten we de naaste omgeving van de psychisch lijdende niet vergeten. Een (chronisch) depressieve partner of ouder vergt veel van de huisgenoten. Het valt niet mee als steeds rekening gehouden moet worden met een ‘zwakke’ ouder, vooral niet wanneer deze instabiel en onberekenbaar gedrag vertoont, verhoogde prikkelbaarheid bezit en een kort lontje heeft.
Kinderen kunnen zich in dergelijke situaties uiten op indirecte (negatieve) wijze door teruggetrokken of probleemgedrag te vertonen. Hoe, wanneer en waar pakken we hun SOS-signalen op? Voordat een kind, puber of jong adolescent een ander in vertrouwen neemt moet er wel een veilige relatie zijn. Praten over de problemen thuis kan voelen als deloyaal zijn (verraad). Een luisterend oor bieden is niet hetzelfde als ‘uithoren’.
Niet zelden zetten psychische problematieken ook relaties en een sociaal leven onder zware druk. Het is daarom zinvol in het omzien naar elkaar vooral de nabije omgeving niet over het hoofd te zien, zonder hen te beklagen en in een slachtofferrol te manoeuvreren. Ook hier geldt: Indien één (gezins)lid lijdt, lijden alle leden.
Zwijgen
Het is duidelijk dat de pastor geen diagnosticus of clinicus is. Toch kan hij – als het goed is – wel een en ander signaleren en indien gewenst adequate hulp adviseren of in gang zetten. Intussen geldt in alle gevallen natuurlijk dat we kunnen en weten te zwijgen over wat we zien en horen en merken.
J. Belder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's