De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘Je verandert er toch niets aan’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘Je verandert er toch niets aan’

De voorzienigheid van God [1]

6 minuten leestijd

‘Je moet maar denken: het zijn geen mensen die het je aandoen.’ Of: ‘Je moet er maar in berusten, je verandert er toch niets aan.’ Mensen weten niet goed wat ze bij verdrietige situaties zeggen moeten en komen dan tot dit soort dooddoeners. Intussen gaat het hier over de voorzienigheid van God.

H oe zit het met Gods voorzienigheid en de Bijbel? Bij die vraag schuilt een adder onder het gras. Want voorzienigheid is een erfelijk belaste uitdrukking. Ze stamt uit de Grieks-Romeinse wereld. Met name de kring van de Stoa heeft veel aandacht aan de voorzienigheid gegeven. De godheid werd beschouwd als de stichter en bestuurder van alles. Ze draagt ook voor alles zorg en is allen behulpzaam. Maar die godheid is wel een god-‘heid’; ze is onpersoonlijk. Ze draagt het vale kleed van een redelijkheid die heel het bestaan doortrekt en de loop van de dingen bepaalt.

Dat onpersoonlijke gaat samen met onvermijdelijkheid en wetmatigheid. Voor mensen is het maar het beste zich te voegen naar die orde van de natuur. Dat brengt geluk, want de redelijke structuur van wereld en mens is op zichzelf goed. Wat voor één enkel mens kwaad lijkt, kan juist goed zijn voor het grotere geheel.

Gelaten berusting

Bidden heeft voor zo’n gedachtegang weinig zin. De dingen gaan toch zoals ze gaan, komen zoals ze komen moeten. Griekse tragedies laten ons mensen zien die hun lot ontlopen willen maar er onvermijdelijk door getroffen worden. Gelaten berusting is de smaakloze vrucht van een deze visie op het leven.

Hier ademen wij in een heel andere sfeer dan die van het bijbels vertrouwen op de zorg van de HEERE. Toch zijn mensen in de geschiedenis van het christelijk denken bepaalde formele overeenkomsten met deze antieke opvatting blijven zien.

In de eerste helft van de vorige eeuw leverde dat in Duitsland een fel protest op. Begrijpelijk, en ik denk ook terecht, tegen de achtergrond van het nazidom, dat de term voorzienigheid gebruikte om zich met religieuze glans te sieren.

Intelligent Design

Vandaag de dag zoeken we weer meer naar ingangen voor de bijbelse openbaring. En zijn er dan inderdaad niet bepaalde vage vermoedens, bepaalde beseffen, die een invalspoort kunnen zijn voor de christelijke boodschap van Gods leiding en zorg? Bijvoorbeeld de idee van een boven het individuele en afzonderlijke uitgaande kracht of energie, die zich in alles manifesteert en alles ook in zekere zin leidt. Of de gedachte van het Intelligent Design. Het besef dat er achter de wording en ontwikkeling der dingen toch iets van een redelijk plan zit. Dat alles dus niet toevallig is en wordt zoals het is en wordt.

In het gesprek met anderen over ons bijbels geloven en leven kan dat zeker een plaats hebben. Paulus stelt in Romeinen 1 dat de onzienlijke dingen van God, namelijk Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, uit de schepselen begrepen kunnen worden. Maar het is wel goed en nodig om in ons achterhoofd te houden hoe gemakkelijk de bijbelse openbaring overwoekerd en op den duur vervangen wordt door een bleek voorzienigheidsgeloof, dat weinig meer van doen heeft met het vertrouwen te zijn in de hand van God, die om Christus’ wil onze Vader is. Uitdrukkingen die ik aan het begin citeerde spreken voor zich. Om over dat zogenaamde noodlottige ongeval in rouwadvertenties maar te zwijgen.

God heeft leiding

Gods voorzienigheid betekent in de Bijbel zonder meer dat God de leiding heeft en met het werk van Zijn handen, de schepping, voortgaat tot haar bestemming. Heel concreet en levend wordt in de Bijbel daarover verteld. H. Bavinck schrijft in zijn Gereformeerde Dogmatiek: ‘De Bijbel is in haar geheel het boek van Gods voorzienigheid.’ Duidelijk dus: van

Gods voorzienigheid. De voorzienigheid is helemaal gekwalificeerd door God, die de HEERE is, de levende God, de Schepper, die ook na de zondeval het werk van Zijn handen niet heeft losgelaten, maar er bewarend, reddend en vernieuwend Zijn weg mee ging en gaat. Dat voorzienig handelen van God, de Levende, heeft allerlei aspecten. Regeren, zorgen, dragen, onderhouden en vernieuwen, ja zelfs iets nieuws scheppen, maar ook straffen, kastijden en uitdelgen. Op het

van tevoren zien, zoals de term providentia suggereert, ligt niet de nadruk, maar het ontbreekt niet, want Gode zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend (Hand.15:18). Het zou wel heel mager zijn als het daarbij bleef. Calvijn schrijft

mooi dat God niet alleen met Zijn oog, maar ook met Zijn hand bij Zijn schepping betrokken blijft. En we kunnen daar gerust Zijn hart aan toevoegen.

Bittere raadsels

Het voorzienig handelen Gods omvat alles. Grote en kleine dingen. Zelfs het musje en de haren van ons hoofd vallen eronder. Het omvat ook niet alleen de gelovigen. In het verbond dat God met Noach sluit, deelt heel de schepping. In Psalm 145 horen we hoe God aan allen weldoet. Jezus zegt in de Bergrede dat God Zijn zon doet opgaan over bozen en goeden. Hetzelfde kunnen we opmaken uit Handelingen 14:16 en 17.

Dat allesomvattende van Gods voorzienigheid is kwantitatief en kwalitatief. Ook met dingen die wij als negatief en moeilijk ervaren, zijn wij in Gods hand. De profeet Amos horen we de retorische vraag stellen: ‘Zal er een kwaad in de stad zijn dat de HEERE niet doet? ’ Ook in Jesaja 45:7 en Klaagliederen 3:37 en 38 komen we dat tegen. In 2 Korinthe 12 belijdt Paulus dat de scherpe doorn in het vlees hem gegeven is, en bidt hij de HEERE om bevrijding. In Zijn voorzienig handelen kan de HEERE vreemde, onbegrepen wegen gaan, ook met Zijn kinderen. Denk maar aan Jozef. Er moeten momenten in zijn leven geweest zijn dat hij het helemaal niet meer ziet zitten. Ten slotte belijdt hij dat wat mensen ten kwade hadden gedacht God ten goede heeft gekeerd. Ik denk aan wat mijn mentor, ds. J.H. Cirkel, zei toen ik hem vlak voor het plotselinge einde van zijn

leven hier op aarde nog eens bezocht. Verdriet was hem bepaald niet bespaard gebleven, maar nu zag hij toch langzamerhand de stukjes van de puzzel van zijn leven op hun plaats vallen. Dat is niet ieder zo gegeven. Soms

– of moet ik zeggen vaak? – gaan bittere raadsels mee de grens van dit aardse leven over.

Meest beslissend

Ik wil deze eerste bijdrage niet afsluiten zonder te herinneren aan het meest beslissende handelen van God in deze wereld. Namelijk de weg die Hij gaat in de komst en het werk van Zijn Zoon Jezus Christus. Het is niet zonder diepe zin dat in de Heidelbergse Catechismus de vraag naar de voorzienigheid Gods wordt voorafgegaan door de belijdenis dat de eeuwige Vader van onze Heere Jezus Christus hemel en aarde, met al wat daarin is, uit niet geschapen heeft en die door Zijn eeuwige raad en voorzienigheid nog onderhoudt en regeert. Door het geloof in Christus mogen wij vertrouwen dat God onze Vader is, die zo voor ons zorgt, dat ook wat wij als heel moeilijk ervaren ons ten goede komt. Immers, die ook Zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons met Hem niet alle dingen schenken? (Rom.8:32)

J. Westland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

‘Je verandert er toch niets aan’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's