De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bestraffen in het pastoraat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bestraffen in het pastoraat

Onderwijs voor ambtsdragers en gemeenteleden

7 minuten leestijd

In Mattheüs 18 maakt Jezus duidelijk hoe het in Zijn gemeente moet toegaan. Waar Hij in ons midden is, is geen sprake van bemoeizucht, maar zien we elkaar in en om Hem aan.

E r is een kudde van honderd schapen. Ze zijn iemands eigendom geworden. De herder beschouwt en behandelt alle schapen als van Hem. De schapen mogen en moeten zichzelf, dientengevolge als zodanig verstaan. Waar het de gemeente betreft gaat het om het totaal. Dit betekent allerminst dat Jezus geen oog heeft voor de enkeling. Raakt een van de honderd verdwaald, dan laat de goede herder de negen en negentig achter om het dwalende te zoeken. Vindt Hij het, dan is Hij meer verblijd over die ene dan over de negen en negentig die niet verdwaald waren. Zo wil God niet dat een van deze kleinen verloren gaat.

Aarde en hemel

Over de wijze waarop dat verloren zijn en gevonden worden gebeurt, gaat het direct volgende in Mattheüs 18. Indien een broeder of zuster zondigt, moet er uit naam van de goede herder, iemand in de gemeente opstaan en op zoek gaan. Hij of zij moet die broeder of zuster, onder vier ogen, bestraffen. Bestraffen vereist moed. Luistert dat medegemeentelid, dan hebt u uw broeder of zuster gewonnen. Luistert de broeder of zuster niet, dan ga je nogmaals, maar nu samen of gedrieën. Wordt dan nog niet geluisterd, laat dan de gemeente weten wat er met die ene broeder of zuster aan de hand is. Pas als hij of zij zelfs geen gehoor geeft aan de stem van de gehele gemeente, moet die ene u zijn als een buitenstaander.

Hetgeen er in dit pastoraat gebeurt, heeft vergaande betekenis. Want wat u op aarde binden zult, zal in de hemel gebonden zijn; wat u op aarde ontbinden zult, zal in de hemel ontbonden zijn. Uiteindelijk wordt iemand niet alleen binnen of buiten de geloofsgemeenschap op aarde geplaatst, maar ook binnen of buiten de gemeenschap in de hemel.

Sleutelmacht

Deze wijze van pastoraat roept vragen en zelfs bezwaren op. Is dit geen bemoeizucht en streng veroordelen? Het doet denken aan zelfbewuste ambtsdragers, die op bezoek komen met een opgeheven vinger en wanneer er niet naar hen wordt geluisterd, terugkomen met twee of drie man sterk. Is het gemeentelid nog onwillig, dan volgt uitsluiting uit de gemeente en daarmee uit de hemel.

Leidt dit in handen geven van die sleutelmacht, niet tot misbruik, tot mensen kleinhouden? Heeft waar dit pastoraat in praktijk gebracht werd of wordt, dat niet tot veel terechte irritatie geleid en doet dat nog? Het kon wel eens zijn dat we als gemeente en ambtsdragers van de weeromstuit, nauwelijks meer iets vermanends of bestraffends durven zeggen. Het opgeheven vingertje heeft plaatsgemaakt voor het begripsvolle knikje. Bij bestraffen zien we een zelfbewuste zedenmeester met een opgeheven vinger.

Druk bestaan

Dat bedoelt Jezus niet. Bestraffen kun je ook vertalen als aan het licht brengen, verhelderen. Ze zijn acht jaar getrouwd en hebben twee kinderen. Onlangs kochten ze in de stad een huis. Ze verdienen eerlijk hun brood, zijn elkaar trouw. Er is geen sprake van drankmisbruik. Niks aan de hand. Hun wijkouderling probeert al enige tijd een afspraak te maken voor een gesprek. Hij vindt het soms moeilijk zijn ambtelijke taak te omschrijven.

Waartoe gaat hij eigenlijk op bezoek? Zou hij met wat meer psychologische vaardigheden, wellicht beter kunnen functioneren? Als een arts op bezoek komt, weet iedereen waar hij of zij voor komt. De arts zelf weet ook wat het doel van het bezoek is. Zulke gedachten kunnen in de ambtsdrager opkomen. Het afspreken van een tijdstip voor het pastorale bezoek lukt nauwelijks, want beide jonge mensen zijn erg druk. Ze hebben nauwelijks tijd voor elkaar en voor hun kinderen. Laat staan voor anderen.

Die ene avond komt het tot een gesprek. Ze vertellen van het geregel om de kinderen onder dak te krijgen. Doorgaans lukt dat goed, maar als er even een kink in de kabel komt, is het paniek. Tijd voor elkaar is er nauwelijks. Tijd voor de kinderen evenmin. Bijzonder weinig tijd rest voor de omgang met God. Het drukke bestaan leidt tot spanningen en irritaties. Tot slapeloze nachten, omdat er harde woorden vielen.

Wat zeg je dan als ambtsdrager of medegemeentelid? Je knikt begripsvol of merkt heel voorzichtig op. Jullie moeten het niet als bemoeizucht opvatten, maar zorg dat je een beetje tijd neemt voor de omgang met God en elkaar. Je leest een gedeelte uit de Bijbel en bidt samen, in de hoop dat waar je met twee of drie was vergaderd, Jezus in het midden was.

Aan het licht gebracht

Dat bedoelt Jezus. Er wordt in een

gesprek gaandeweg iets aan het licht gebracht, verhelderd. De ambtsdrager of het medegemeentelid merkt op dat deze twee mensen zich laten kleineren door de macht, die hen vervreemdt van elkaar en van God. Ze verstaan zichzelf niet meer als schapen van Jezus’ kudde. Dat is zonde. Het kan zijn dat die jonge man en vrouw, door dit evangelie, gewonnen worden. De kans bestaat ook dat de machten zich gaan roeren. Dat doen deze doorgaans door te dreigen. Met een dag minder werken raken we misschien over een paar jaar in de problemen. Want we moeten toch de hypotheek aflossen en voor onze oude dag zorgen. Met een dag minder werken kan ik die promotie wel vergeten. Het voelt ook als falen. Het kan ook dat openlijk of heimelijk na dit pastorale bezoek, de ambtsdrager of het medegemeentelid wordt beticht van bemoeizucht. Want de macht van het individualisme en liberalisme is sterk. De gemakkelijke weg is om het daar dan bij te laten. Maar als je niet wilt dat die broeder of zuster verloren gaat, niet leeft als mens Gods, niet in de ruimte staat, thans nog niet in beginsel en straks niet volkomen, dan ga je nog eens op bezoek. Nu met iemand samen. Dat medegemeentelid heb jij nodig om het vol te houden, maar ook degene die je opzoekt heeft dat nodig. Uit de mond van twee of drie getuigen zal een zaak bestaan.

Gemeente in actie

Echt pastoraat is iemand binden aan Christus en de keerzijde daarvan is iemand losmaken van de machten die kleineren, doof en blind maken. Als iemand dan nog in dat verloren leven blijft zitten, komt de gemeente in actie. Want er staat iets op het spel. Ze bemoeit zich met die ene, want ze kan het niet hebben dat die ene een verloren leven leeft. Zo is de gemeente zelf ook incompleet. Als de macht van het liberalisme en individualisme die ene willen doen geloven dat hetgeen de gemeente doet bemoeizucht is, want de machten willen nu eenmaal niet dat mensen gewonnen en gevonden worden, moet je dan iemand uitsluiten? Wat Jezus bedoelt, is dit. Dat wat je hier en nu belemmert om mens Gods te zijn, die bezitsdrang, die grenzeloze ambitie, dat individualisme, die zelfbeschikking of wat dan ook, dat kan niet mee het koninkrijk van God binnen. Daar is God koning. Dat koninkrijk bestaat in relaties tot God en de naaste. Daarom moet en mag je niet alleen dan, maar er nu al van loskomen.

Het Koninkrijk binnen

Waarom zou je nu al niet als een kind van God leven? Want wat op aarde gebonden is, dat is de keerzijde van de medaille, dat verbonden zijn met Christus, gaat wel mee het Koninkrijk binnen en zal blijven voor goed. Waar Jezus in ons midden is, de centrale plaats inneemt in de samenkomst van de gemeente, op zondag, daar maakt dat ons naar elkaar ootmoedig. We zijn tenslotte allen door Hem gevonden.

Dat maakt ons naar elkaar zeer barmhartig en uiterst kritisch. Dan hebben we niemand over voor het leven onder de machten. Voor de zonde. Waar Jezus in ons midden is, is geen sprake van meedogenloos opgeheven vingertjes en bemoeizucht. Ook niet van meedogenloos aan elkaar voorbij gaan en alles goed praten. Waar Jezus in ons midden is, wanneer de honderd schapen bijeen zijn, daar zien we elkaar in en om Hem aan. Daar wordt aan het licht gebracht en worden machten ontmaskerd.

Twee of drie

Waar dat in de zondagse eredienst in algemene bewoordingen gebeurt, wordt waar we de moed hebben elkaar het evangelie te verkondigen, dit verhelderd in het persoonlijke gesprek en op de concrete situatie toegesneden. Jezus is niet naar Zijn belofte waar honderden samenkomen in Mijn Naam, maar evenzeer waar twee of drie in Mijn naam vergaderd zijn. En daar mag je als ambtsdrager en medegemeentelid in dienstbaar zijn.

D.M. van de Linde

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bestraffen in het pastoraat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's