Gave van gezondmakingen
Paulus dacht mogelijk aan kruidenkenner
Vorig jaar hield ik voor geneeskundestudenten in Rotterdam een lezing over gebedsgenezing. Als vanzelf kwam tijdens de discussie de gave van de gezondmaking ter sprake, met als kernvraag of die gave nog steeds voorkomt.
V oor de studenten was het geen echte vraag, want toen ze met allerlei genezingswonderen aankwamen, was er maar één conclusie mogelijk: ‘Natuurlijk bestaat die gave nog.’ Die conclusie gaat me net iets te snel. Voor alle duidelijkheid: ik ben het eens met de conclusie, maar de snelheid waarmee de studenten ertoe kwamen, was me te vlug. Hoe kun je de vraag beantwoorden of de gave van de gezondmaking nog voorkomt, wanneer je helemaal niet hebt aangegeven wat deze gave inhoudt? Dan ontstaat er begripsverwarring. Dus eerst moeten we duidelijk hebben wat we met deze gave bedoelen, om vervolgens te bezien of ze vandaag nog voorkomt. Kortom, wat is de gave van de gezondmaking?
Geestesgaven
Paulus schrijft in 1 Korinthe 12 tot en met 14 over de verschillende gaven van de Heilige Geest. Hij zegt dat niet alle gelovigen dezelfde gaven hebben, dat verschilt per persoon. Maar, zo voegt Paulus eraan toe, ondanks die verschillende gaven is er maar één Geest, één geloof, één gemeente en één Heere.
Eén van deze gaven is de gave van de gezondmakingen. Maar wat houdt die gave in? Gaat het om spectaculaire genezingswonderen? Of gaat het om een gave die veel ‘gewoner’ is dan velen denken? Er zijn bijbelse aanwijzingen die dit laatste doen vermoeden. Ofwel, de gave van de gezondmaking is waarschijnlijk minder spectaculair – ook al is iedere Geestesgave bijzonder! – dan we doorgaans aannemen. Ik zal dit toelichten.
Apostel
In de eerste plaats verwijs ik naar het apostelschap van Paulus. Paulus moest regelmatig zijn apostelschap verdedigen. De gemeenten betwijfelden of hij werkelijk
een apostel was. Dat is begrijpelijk, want Paulus behoorde niet tot de intieme kring van de twaalf discipelen, die later apostelen zijn geworden. Paulus heeft de Heere Jezus waarschijnlijk nooit gesproken, behalve op weg naar Damaskus. Dus wie gaf hem het recht om zich een apostel te noemen? Wanneer hij zich toch uitgeeft voor een apostel, stellen veel gemeenteleden daar vragen bij. En wat doet Paulus? Hij verwijst in zijn verdediging naar de ‘tekenen, wonderen en krachten’ die hij deed (2Kor.12:12). Die tekenen en wonderen bewijzen dat hij echt een apostel is. Die krachten zijn blijkbaar kenmerkend voor het apostelschap.
In Handelingen 19 lezen we dat ook. Lukas schrijft dat Paulus en de apostelen ‘ongewone krachten’ deden (vs.11). Blijkbaar waren die krachten uitzonderlijk en echt bijzonder. Ze hoorden bij het apostelschap. Dit pleit ervoor dat de kracht om genezingswonderen te verrichten niet hetzelfde is als de gave van de gezondmaking, maar dat die krachten verbonden zijn aan het apostelambt.
Behulpsels
Maar wanneer de gave van de gezondmaking niet hetzelfde is als het doen van spectaculaire genezingswonderen, wat is het dan
wel? Om dat duidelijk te krijgen verwijs ik in de tweede plaats naar 1 Korinthe 12:28. Daar staat: ‘En God heeft er sommigen in de gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede
profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, behulpsels, regeringen, menigerlei talen.’ Paulus brengt in deze tekst gradaties aan in de verschillende gaven: ‘ten eerste…, ten tweede…, ten derde…, daarna…’ Hij begint met het apostelambt en eindigt met de ‘gave der gezondmakingen, behulpsels, regeringen en menigerlei talen’.
Hij zet deze laatste gaven allemaal op één rij. Dat geeft een mooi beeld van wat we bij de gave van gezondmakingen moeten voorstellen. Kijk maar eens naar die andere gaven. Wat zijn ‘behulpsels’? Ook dat is een Geestesgave. In het Grieks staat er een woord dat wijst op hulpvaardig zijn. De NBV vertaalt daarom dit woord met ‘het vermogen om bijstand te verlenen’. Waar moeten we aan denken? Aan mensen die een antenne hebben om de nood van
anderen op te merken. Zodra ze de naam van een ziek gemeentelid horen, sturen ze een kaartje. Zodra ze merken dat een alleenstaande buurman overspannen dreigt te worden, bereiden ze een maaltijd voor hem en helpen hem met het huishouden. Zodra ze zien dat een oudere buurvrouw dagelijks naar het verpleeghuis gaat om haar man te bezoeken, regelen ze het vervoer voor haar. Zodra ze horen dat iemand noodgedwongen moet verhuizen, bieden ze hulp aan. Ze leven mee, bidden mee en helpen mee. Die mensen zijn er in onze gemeenten ook. Gelukkig maar. Ze hebben de gave van de ‘behulpsels’.
Regeringen
Paulus noemt naast de gave van de gezondmaking in dezelfde rij ook de gave van regeringen. Over die gave horen we ook niet zo veel. In het Grieks staat er een woord dat wijst op organiseren en het bijhouden van de administratie. Dus denk aan gemeenteleden die goed een rommelmarkt of verkopingdag kunnen organiseren. Ze hebben oog voor alles wat er geregeld moet worden en ze vinden het vaak nog leuk om te doen. Het zijn mensen die op een kundige manier de administratie bijhouden en vaak handig zijn met computerprogramma’s. Ze maken deze talenten dienstbaar aan de gemeente. Waarschijnlijk verrichten ze in hun dagelijkse werk soortgelijke taken, maar nu doen ze het ook voor de gemeente. Dat is de gave van regeringen. Gelukkig zijn er in onze gemeenten veel mensen die deze gave hebben.
Bijzonder
Is de gave van behulpsels bijzonder? Gaat het om een spectaculaire gave? Eigenlijk niet. Het is fijn als mensen alert en hulpvaardig zijn, maar heel bijzonder is die gave niet. Is de gave van regeringen bijzonder? Eigenlijk ook niet. Ook daarvoor geldt dat het fijn is als mensen hun talenten in de gemeente gebruiken en meehelpen met organiseren en administreren, maar spectaculair is die gave niet.
In dezelfde rij staat ook de gave van de gezondmakingen. Dat duidt erop dat het waarschijnlijk een ‘gewone’ gave is, die helemaal niet spectaculair is. We moeten dus niet denken aan bijzondere genezingswonderen – want die gave hoorde bij de apostelen – maar aan veel gewoner zaken. Misschien dacht Paulus aan een gemeentelid, die veel kennis had van geneeskrachtige kruiden en planten. Misschien dacht hij aan iemand die goed een ontsmettend verband kon aanleggen. Dat was voor die dagen buitengewoon belangrijk. Mensen stierven toen nog aan allerhande wonden en infecties. Wanneer iemand in die dagen een beetje inzicht had in ontsmettende zalven en schone verbanden, dan was van levensbelang. Dat is een gave!
Is dat een bijzondere gave? Eigenlijk niet. Maar toch is het mooi als mensen die hier inzicht in hebben, deze gave gebruiken ten dienste van de gemeente van God. Mogelijk is dat dus de gave van de gezondmakingen.
Medische zending
Tot slot nog één vraag: komt die gave vandaag nog steeds voor? Jazeker. Denk aan mensen die verstand hebben van medicijnen, van verzorgen en behandelen. Meestal zijn dat dokters, verpleegkundigen, apothekers, verloskundigen, en andere medewerkers uit de zorgsector. Maar die kring kan nog breder zijn. Denk aan mensen die door ervaring weten hoe ze iemand het beste kunnen verzorgen en verschonen. Concreet?
Denk aan de medische zending, aan kerkelijke vrijwilligers in de terminale zorgverlening of aan mensen die zich inzetten voor de vakantieweken met gehandicapten. Wanneer al die mensen hun kennis en kunde gebruiken ten dienste van Gods gemeente, want daar gaat het om bij Geestesgaven, geven ze vorm aan de gave van de gezondmakingen.
A.A. Teeuw
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's