De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Profetische hoogspanning

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Profetische hoogspanning

7 minuten leestijd

I n de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt (GKv) groeien de meningsverschillen. Er klinken zelfs stemmen om zich van het kerkverband af te scheiden. Onlangs schreef dr. H.J.C.C.J. Wilschut een brochure getiteld Afscheiding? Hierin neemt hij aan de ene kant uitdrukkelijk afstand van een voorsorteren op afscheiding; anderzijds deelt hij veel bezwaren die er onder ‘afscheiders’ leven. Met profetische geladenheid gaat ds. Wilschut daar op in. In De Reformatie wijdt dr. Ad de Bruijne een uitvoerige bespreking aan dit boekje. En hij focust vooral op de manier van discussie voeren in de kerk.

Niet elk meningsverschil in de kerk ligt op hetzelfde niveau. Wilschut gebruikt terecht Calvijns onderscheid tussen fundamentele en niet-fundamentele geloofsonderdelen. Alleen als je die eerste aantast, breek je de geloofseenheid. Bij die tweede passen wel indringende waarschuwingen, maar je moet elkaar niet loslaten. Wilschut deelt veel bezwaren die 'afscheiders' vandaag hebben. Maar volgens hem raken ze (nog) niet de fundamentele geloofseenheid. Onder meer daarom past afscheiding niet. Vanuit de Bijbel herken ik dit. Af en toe zetten de apostelen de zaken op scherp. Zo typeert Paulus een afwijking van de leer over de redding als ‘een ander evangelie' (Gal. 1). En Johannes zegt dat je de deur dicht moet houden voor wie niet preekt dat Gods Zoon mens werd (2 Joh.). Maar veel vaker waarschuwen de apostelen indringend voor visies en praktijken die geen recht doen aan het evangelie, zonder dat ze daarom de gemeente afschrijven (bijvoorbeeld in Paulus' brieven aan Korinthe). Zo kijkt Wilschut naar de huidige discussiepunten in de GKv: ernstig maar (nog) niet kerkscheidend. Net zo royaal als de apostelen destijds benoemt hij daarom ook wat vandaag wel goed is.

De Bruijne vraagt aandacht voor nog een derde categorie meningsverschillen. Naast de meer geladen geschilpunten vind je in de Bijbel ook punten waar de apostelen ontspannen en laconiek mee omgaan.

In Filippenzen 3 zegt Paulus bijvoorbeeld: als u ergens anders over denkt, vertrouw ik dat God dat wel duidelijk zal maken. En in Romeinen 14 klinkt het laconiek én uitdagend: of je nu wel of geen feestdagen viert, je doet het toch allebei om de Heer? Deze derde categorie mis ik in Wilschuts brochure.

En is dat niet een typisch vrijgemaakt trekje? vraagt prof. De Bruijne zich af. Vanouds werden de dingen nu eenmaal graag op scherp gezet als terechte reactie op de gezapigheid die sinds de negentiende eeuw kerk en samenleving domineerde.

De Bruijne beseft dat vandaag aan de dag er een heel ander klimaat in de kerk heerst waarin niets meer ‘principieel’ wordt genoemd en alles wordt toegedekt. En het gelijk van Wilschut is dat zo een eerlijke en geladen discussie uit de weg gegaan wordt. Maar, zegt prof. De Bruijne: alleen wie vandaag ook ontspannen durft zijn, mag hopen op gehoor als hij een geladen discussie nodig vindt.

Wilschut maakt het zichzelf en anderen vooral moeilijk doordat hij maar één oorzaak ziet voor de huidige verschilpunten: secularisatie. Overal ruilen wij volgens hem de gerichtheid op God in voor de mens met zijn behoeften. Soms krijgt dat een modern-theologische invulling en andere keren een evangelische, charismatische of nederlands gereformeerde. Als dit inderdaad de enige oorzaak is, blijft er ook geen discussiepunt over waarmee je laconieker omgaat. (…)

Maar: Niet uit alles spreekt de neiging om God in te ruilen voor de mens. De discussie rond de tweede kerkdienst heeft bijvoorbeeld ook te maken met het doordeweekse leven in een jachtige postchristelijke samenleving en met de vraag hoe je de zondagse samenkomsten optimaal inricht. In de afschaffing ervan speelt ook de vraag hoe je met afspraken omgaat als de praktijk ze al inhaalde, en wat andere tradities aan ideeën aanreiken.

Tegelijk herken ik juist hier zeker ook wat Wilschut noemt: secularisatie, je eigen behoeften najagen. Die dimensie vraagt inderdaad om profetische geladenheid. Maar het is dus niet de enige dimensie in zo'n geschilpunt. Er ligt een echte uitdaging, die meekomt met onze andere tijd. Daarbij past eerst de bedding van een ontspannen gesprek. Zou het zo niet werken bij de meeste discussiethema's vandaag?

Zoals gezegd, prof. De Bruijne gaat in zijn stuk vooral in op de wijze van discussie voeren in de kerk. En dat maakt zijn artikel ook van belang voor anderen. In het Christelijk Weekblad wordt deze thematiek ook aangeraakt in de bespreking van het nieuwste boekje van prof. A. van de Beek Is God terug? door dr. A.J. Plaisier.

Professor Van de Beek heeft een vlammend boekje geschreven. Een gepassioneerd boek ook waarin hij de kerk en de christenheid oproept tot een reformatie. Een reformatie die lijkt op die van de 16e eeuw. Het gaat hem om een terug naar de Christus van de Schriften, een terug tot de leer van de apostelen. Van de Beek stelt: er is geen andere God dan Jezus. Met deze God hebben we van doen. Het is de God die zondaars redt en doden opwekt. (…) Wij zijn in onszelf verloren zondaars, mooie praatjes helpen niet. Wat wel helpt is een God die bereid is de last van de zondaar te dragen, om ons te bevrijden. Dat is de gloeiende kern van het christelijk geloof. (…)

Van de Beek roept dus terug naar de kern, maar – zegt ds. Plaisier – tegelijk slaat hij de kansen dat het van zo’n terugkeer naar de Gekruisigde komt, erg laag aan. Want volgens Van de Beek willen mensen nu eenmaal geen gedoe maar liever pappen en nathouden.

We verdragen de waarheid niet. We weten niet meer van kwaliteit. We stellen geen eisen meer. We maken van de kerk entertainment. (…) Mensen willen zich lekker voelen. God moet vooral mijn vriendje zijn. Of willen zo graag de Geest ontvangen als een soort warme douche. Lekker in je emoties zwelgen.

Plaisier begrijpt de opwinding van Van de Beek heel goed en heeft ook vaak ingestemd met zijn scherpe analyse van kerk en prediking, maar hij vindt ook dat Van de Beeks toon gaandeweg ongenuanceerd wordt, zelfs onbarmhartig. Zijn mensen die bijv. naar de gaven van de Geest verlangen altijd bezig God naar hun hand te zetten? Is elke vorm van leven met God, in alle vermenging die dat altijd heeft met het (al te) menselijke, rijp voor de sloop?

De auteur heeft veel van de profeet Jona die in de straten van Ninevé een donderpreek heeft gehouden. En nu zit hij naar zijn Ninevé te kijken en verwacht niet dat er veel zal gebeuren. Want de waarheid kunnen ze 'tegenwoordig' toch niet meer verdragen. Is die donderpreek dan gehouden om de eigen boosheid te ontladen? (…)

Een Reformatie wordt hopeloos en onbegonnen werk, wanneer eerst alles met de banvloek wordt getroffen. Zo'n oproep tot Reformatie kan zelf ook een deel van het probleem zijn waar we als kerk in terecht zijn gekomen. Kan er toekomst voor de kerk zijn, wanneer heden en verleden (…) zo donker zijn?

Ik weet dat we er niets aan hebben alles wat mis is met de mantel der liefde te bedekken, maar zonder liefde komen we er niet. Deze liefde maakt niet blind maar geeft ogen. Ogen voor de kerk, voor de dominees, voor de (vaak grijze) kerkmensen, voor de kinderen.

Naast (de ogen van) de liefde zou ik vreugde willen noemen. Als die ontbreekt, zijn we ver weg. Vreugde om een preek die wel gelukt, om een lied dat klinkt, een kind dat spreekt, een moeder die vertelt, een jongere die een belijdenis doet, een jong stel dat zich laat uitzenden en een carrière opgeeft. Vreugde om een gemeenschap die het brood breekt in Jezus’ naam. Vreugde en liefde, niet om er een exercitie in positief denken uit te persen, maar omdat 'God niet laat varen het werk dat zijn hand is begonnen'. Dat geeft de motivatie om kerk te zijn, kerk der Reformatie die weet, ecclesia reformata semper reformandum est (een kerk van de reformatie moet steeds weer gere-formeerd worden).

Aan de artikelen van De Bruijne en Plaisier houd ik over dat een spreken met profetisch vuur ter zake is. Maar een te massieve toonzetting loopt het risico niet gehoord te worden of voorbij te gaan aan de goede dingen die er ook nog in Juda kunnen zijn (II Kron. 12).

Onwillekeurig dacht ik aan de bekende woorden van Augustinus. Wanneer de mensen zeggen: ‘Het zijn slechte tijden! Het zijn moeilijke tijden!’ schrijft de kerkvader: ‘Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zijn de tijden.’

G. van Meijeren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Profetische hoogspanning

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's