Naar De Panne en Ronse
Terug van weggeweest [1, uit Vlaanderen]
In twee opzichten is ds. Iwan de Graaf ‘terug van weggeweest’. Na elf jaar predikantschap in België keerde hij terug naar Nederland. Ook keerde hij vanuit het baptisme terug naar het historisch protestantisme. Vandaag over de eerste terugkeer.
I n 1998 nam ik samen met mijn vrouw de beslissing om in te gaan op een vraag vanuit de Evangelische Kerk van De Panne. We hadden een stage afgerond in de Vrije Baptistengemeente van Lemmer. Daarmee was onze hbostudie aan de Evangelische Theologische Hogeschool te Veenendaal voltooid (momenteel is deze opleiding verbonden met de Christelijke Hogeschool te Ede). Via allerlei contacten was de Evangelische Kerk te De Panne ons op het spoor gekomen. Dit resulteerde uiteindelijk in een beroep. Zo trokken wij, met onze toen bijna tweejarige dochter, van het hoge Friesland naar de zuidelijke Nederlanden, naar het Vlaamse land.
Baptische inslag
De Evangelische Kerk in De Panne behoort tot het verband van de Vrije Evangelische Gemeenten in Vlaanderen. Dit verband is niet volledig te vergelijken met de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland. De Vereniging van Vrije Evangelische Gemeenten in Vlaanderen is van latere datum, heeft geen directe wortels in de Reformatie en heeft in meerdere mate een baptistische inslag.
We hebben in De Panne een mooie, maar ook intensieve tijd gehad. Wie denkt dat Vlaanderen bijna hetzelfde is als Nederland, omdat men daar per slot van rekening dezelfde taal spreekt en in vroegere tijden bij Nederland hoorde, heeft het mis. De taal lijkt identiek, maar de Vlaamse tongval draagt ook een andere cultuur met zich mee.
De gemiddelde Vlaming heeft niet veel op met wat men daar noemt 'den Hollander'. Nederlanders worden gezien als een ander volk, waar men enerzijds naar opkijkt, want ze zijn voortvarend, initiatiefrijk en welbespraakt. Tegelijk zien veel Vlamingen de Nederlanders echter als praatgrage, onbeschaafde betweters. Ze hebben een grote mond, zijn veel te direct en hebben absoluut geen smaak. Er zijn ten minste evenveel 'Hollandermoppen' in Vlaanderen als 'Belgenmoppen' in Nederland. De stereotypen vliegen over en weer, vaak gaan de moppen over de domme Belg cq. de gierige Hollander.
‘Op café’
In het beschrijven van de verschillen tussen Nederlanders en Vlamingen gaat het uiteraard om generalisaties. Er zijn (gelukkig) vele uitzonderingen op de regel, er zijn regionale verschillen en de verschillende generaties denken er ook niet hetzelfde over. Voor de Nederlander die in Vlaanderen woont of heeft gewoond, zullen de volgende typeringen herkenbaar zijn. De Vlaming is van een ander type dan de Hollander. Naarmate men in Nederland afdaalt, worden de verschillen minder groot, toch blijven ze bestaan. De Vlaming is Bourgondisch, houdt van en hecht aan lekker eten en drinken. Men is eerder beleefd dan eerlijk. Een ja is niet altijd een ja. Men zegt elkaar niet vlakaf in het gezicht de waarheid, maar doet dat met omhaal en via omwegen. In ieder geval niet direct. De Vlaming is familiegericht. In het sociale leven spelen familieverbanden een primaire rol. Een bakje koffie bij de buren zit er niet in, hoewel je als predikant in eigen gemeente wel overal ingang hebt. Men praat liever buiten aan de voordeur of 'op café'.
Protestantse minderheid
Veel Vlamingen zijn materialistisch. Het grootste streven is een eigen huis, het liefst vrijstaand en
zelfgebouwd. Men spreekt over 'geboren worden met een baksteen in de maag'. Er moet ook een grote auto voor de deur staan. De verschillen tussen arm en rijk worden gemakkelijk aanvaard, rijk zijn is geen schande. Eerder wordt er opgekeken naar bezit en positie.
Macht speelt een grote rol. Benoemingen in gemeenteraden, schoolbesturen en ziekenhuizen hangen vaak samen met politieke kleur en sociaal netwerk. En uiteraard is de Vlaming rooms-katholiek, tenzij hij principieel vrijzinnig is. De vrijzinnigheid in Vlaanderen is een geïnstitutionaliseerde vorm van het seculier humanisme.
Als predikant heb je in Vlaanderen een bijzondere positie. Men vindt het protestantisme, dat een absolute minderheid is in het Vlaamse religieuze landschap, wel interessant. Je staat vaak in het middelpunt van de belangstelling en men wil graag van je horen wat dat protestantisme nu inhoudt.
Bevlogen en betrokken
Het gemeentewerk wordt uiteraard beïnvloed door allerlei cultuuraspecten. Een Nederlander in Vlaanderen heeft een aantal jaren nodig om te ontdekken hoe het werkt in het land, in het dagelijkse leven en in het geloven. In de Evangelische Kerk van De Panne heb ik een bevlogen, Vlaamse versie van protestants evangelisch christen-zijn geproefd. Orthodox, uiteraard met een flinke scheut baptisme. Men was zeer betrokken. Mede door de benodigde offerbereidheid. Waar in Nederland nog wat collectegeld kan worden afgetrokken van de belasting, in Vlaanderen moeten de evangelische christenen hun kerk en eredienst zelf bekostigen.
De laatste jaren hebben ook de evangelische gemeenten zich verenigd in een soort administratief verband als vertegenwoordiging naar de Belgische overheid (Federale Synode van Protestantse en Evangelische Kerken in België). Samen met de Verenigde Protestantse Kerk in België, een equivalent van de Protestantse Kerk in Nederland, wordt op paritaire basis de Administratieve Raad voor Protestants-Evangelische Eredienst gevormd.
Godsdienstlessen
In België zorgt de overheid voor de salarissen en de inrichting van het godsdienstige leven. Zeven erkende godsdiensten worden op die manier via belastinggeld onderhouden: het rooms-katholicisme, de orthodoxie, de anglicaanse, het protestantisme, het jodendom, de islam en de vrijzinnigheid. Een prima systeem wat betreft de continuïteit. Kerkgebouwen worden door de stedelijke overheden onderhouden. Iedere godsdienst kan predikanten, aalmoezeniers en godsdienstleraren aanstellen. Men krijgt zendtijd op televisie en radio.
De evangelische gemeenten hebben zich in de laatste jaren georganiseerd, maar maken nog geen gebruik van deze mogelijkheden wat betreft de eredienst, mede doordat er erkenningsprocedures aan voorafgaan en men aan criteria moet voldoen om die erkenning te ontvangen. De meeste evangelische voorgangers werken onbetaald in de gemeente en daarnaast in het godsdienstonderwijs voor hun salaris. Dat resulteert in weinig predikanten en veel godsdienstleerkrachten. In De Panne heb ik altijd godsdienstlessen verzorgd op de scholen en dat was behoorlijk intensief naast het gemeentewerk, alhoewel de gemeenten naar Nederlandse begrippen klein zijn.
Persoonlijke ontwikkelingen
In 2002 heb ik de overstap gemaakt naar de Verenigde Protestantse Kerk in België (VPKB), het kerkgenootschap dat in België het historisch protestantisme vertegenwoordigt. De VPKB is van oudsher officieel erkend door de overheid. Van De Panne verhuisden we naar Ronse, een provinciestad in de Vlaamse Ardennen met ongeveer 25.000 inwoners, op de Belgische taalgrens. Ronse ligt dichtbij Horebeke, de protestantse enclave waar sinds de Hervorming aaneengesloten het protestants getuigenis geklonken heeft.
Van 2002 tot 2009 was ik verbonden aan de protestantse gemeente te Ronse. Eerst als vicaris en na het behalen van het doctoraal examen en de kerkelijke opleiding aan de Universitaire Faculteit voor Protes-tantse Godgeleerdheid, werd ik in 2006 ingezegend als gemeentepredikant. In de VPKB heb ik gemerkt hoe groot het verschil is tussen een gemeente die haar eigen boontjes moet doppen en een gemeente die door de overheid wordt bekostigd. De offerbereidheid, betrokkenheid en geestelijke diepgang worden er zeker door beïnvloed. In de protestantse gemeente te Ronse was de meelevendheid een heel stuk minder vanzelfsprekend.
Verruimde blik P
In 2009 kwamen we na elf jaar 'terug van weggeweest'. Van Vlaanderen terug naar Nederland. Van het zuidelijke Ronse naar het Friese Zwaagwesteinde. Mijn blikveld is enorm verruimd. Ik wens het iedere predikant toe, om voor enkele jaren Nederland en de eigen kerkelijke tradities eens vanuit het buitenland te bekijken. Het is goed om cultuur, geloof en persoonlijkheid te leren relativeren. Tegelijk is het niet eenvoudig om alles wat eigen en bekend is achter te laten. Om ver bij vrienden en familie vandaan te wonen. R
Het valt ook niet altijd mee om de protestantse identiteit te blijven koesteren in een omgeving waarin dit amper een rol speelt. Het is machtig om te mogen ervaren dat Gods Geest werkzaam is, niet alleen in Nederland. Dat met de woorden van Psalm 98:2:
'Hij heeft gedacht aan Zijn genade, Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt. Dit slaan al 's aardrijks einden gade, nu onze God Zijn heil ons schenkt'.
I. de Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's