Van de kudde, maar anders
Ds. Rodenburg slijpt beeld Joodse gelovigen
Messiasbelijdende Joden worden ofwel bejubeld, ofwel verguisd. Een constatering die ds. C.J. (Kees Jan) Rodenburg ertoe bracht het boek ‘Joodse volgelingen van Jezus’ te schrijven. ‘Jubel of verguizing zegt nog het meest over het oordeel van buitenstaanders.’
V erhalen en berichten in de media en in christelijke boeken komen nauwelijks overeen met de werkelijkheid van het leven van Joden die Jezus volgen. Hoe meer Messiasbelijdende Joden ds. Rodenburg leerde kennen, hoe scherper hij dat zag. ‘Daarom wilde ik graag een informatief en genuanceerd beeld schetsen van de beweging van deze Joodse gelovigen. Daar speelt zeker in mee dat we als gezin deze jaren lid zijn geweest van messiaanse gemeenten. We leerden de binnenkant van de beweging kennen.’
Toch heeft ds. Rodenburg – sinds 2003 zogeheten Israëlconsulent in Jeruzalem namens het Centrum voor Israëlstudies en op het punt om naar Nederland terug te keren – nooit exclusief voor messiaanse Joden willen kiezen. ‘Mijn taak was breder. Als christelijke gemeenschap zijn we met heel Israël verbonden, ook met het overgrote deel dat Jezus als Messias afwijst. In het boek ga ik expliciet in op de moeizame verhoudingen tussen de Joodse gemeenschap, de christelijke gemeenschap en groeperingen van Joodse volgelingen van Jezus.’
In de titel spreekt u niet van Messiasbelijdende Joden. Is dat bewust? ‘De term ‘Messiasbelijdende Joden’ is theologisch onhoudbaar, zoals anderen voor mij hebben aangegeven. Alle religieuze Joden verwachten immers de komst van de Messias. Daar komt bij dat de benaming vooral wordt gebruikt voor groepen Joden die aparte gemeenten hebben gevormd en op een geheel eigen manier omgaan met bijbelse, Joodse en christelijke voorschriften en gebruiken. Dat gebruik is verwarrend, omdat andere groepen van Joden die Jezus volgen daardoor buiten zicht blijven, namelijk Joden die lid zijn van een bestaande kerk of die juist binnen de synagogegemeenschap blijven. De laatste jaren is er internationaal gezien meer aandacht voor de breedte van al deze groepen samen en wordt gesproken van Joodse volgelingen van Jezus.’
Ziet u Joodse volgelingen als onderdeel van de christelijke kerk of eerder anders? ‘Deze vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Joodse gelovigen zijn wat afkomst betreft Joods en benadrukken hun deel-zijn van het Joodse volk. Hun houding richting kerk en richting de Joodse religieuze traditie is echter heel verschillend. De meesten van hen zien zich wel als deel van het lichaam van de Heere en in die zin zijn zij door Jezus de Messias onze broeders en zusters. Tegelijkertijd worden deze Joden door de wijdere Joodse gemeenschap niet erkend. In plaats van hierover een oordeel uit te spreken past het ons beter beide groepen te respecteren.’
Hoe spannend is de verhouding tussen een Joodse en niet-Joodse volgeling van Jezus? Op welke punten is er onbegrip of kortsluiting?
‘De voornaamste geschilpunten zijn altijd de loyaliteit aan het Joodse volk en de plaats van de Thora geweest. Joden die Jezus volgen zien geen tegenstelling met de weg
die Abraham, Mozes en Jesaja gingen. De niet-Joodse christenen zijn echter altijd bang voor wetticisme en voor vertroebeling van het zicht op Jezus. Een voorbeeld? In zijn biografie vertelt Moshe ben Meir dat hij na de geboorte van een zoon staat voor de vraag of hij hem op de achtste dag mocht laten besnijden. Zijn christelijke dominee was begripvol, maar raadde aan de besnijdenis op de zevende of de negende dag te laten doen, om de vrijheid ten opzichte van de wet te benadrukken!’
Joodse volgelingen van Jezus zijn de eerstelingen van de oogst. Waarom is het voor heidenchristenen belangrijk hen te ontmoeten? En, hoe kan dat als je in Barneveld of Yerseke woont?
‘Enkele maanden geleden kwam een voorstel op tafel voor de omslag van het boek, twee handen vol tarwekorrels, eerstelingen van de oogst. Hoewel het Nieuwe Testament dat beeld gebruikt, was ik niet gelukkig met de foto. Te vaak is aandacht voor deze Joden uitsluitend gericht op de toekomstige bekering van Israël tot het christelijk geloof. Ik ben blij met de kudde schapen die nu op de voorkant staat. Eén schaap kijkt ons aan. Het is alsof hij vraagt of we kunnen accepteren dat hij anders is, maar ook bij de kudde hoort.
Tegelijkertijd komt een tweede vraag op ons af, namelijk wie met de kudde wordt bedoeld. Is dat de kerk of misschien juist het Joodse volk? Joodse volgelingen van Jezus brengen ons door hun aanwezigheid bij het wezen van de christelijke gemeenschap, namelijk de eenheid die in Jezus Christus is ontstaan tussen Joden en niet- Joden. Daarin weerspiegelt zich het wezen van God Zelf, het scheppen van verzoening.
De ontmoeting met deze Joden kan dus verdiepend en inspirerend zijn. Daarvoor hoef je niet naar Israël. Ook in Nederland zijn Joodse volgelingen van Jezus te vinden en zijn levensverhalen te lezen. Via internet zijn de activiteiten van allerlei organisaties te volgen.’
Behoudende Nederlandse christenen steunen vooral ds. Ben Zvi en ds. Maoz.
In hoeverre past onze gereformeerde identiteit bij hun overtuiging?
‘De overeenkomsten liggen vooral rond de grote plaats van het Woord, aandacht voor zondekennis en de heiliging van het leven. Voor mij is de grote vraag of de aandacht vanuit de gereformeerde gezindte samengaat met de ruimte die Joodse volgelingen van Jezus nodig hebben om hun eigen identiteit te bepalen en vorm te geven. Veel te gemakkelijk wordt de controverse van de Reformatie met de Rooms- Katholieke Kerk op de spanning tussen deze Joden en het orthodoxe jodendom geplakt. Het oordeel dat dit jodendom naar gerechtigheid door werken streeft, doet geen recht aan de Joodse traditie, maar miskent ook dat Joodse volgelingen van Jezus op allerlei manieren deel uitmaken van dit ene volk, met deze bepaalde geloofstraditie. Jezus Zelf en Zijn eerste leerlingen gingen hen daarin voor.’
Hoe zorgelijk is de sterk afgenomen belangstelling voor Israël in de kring van de Gereformeerde Bond, in de Protestantse Kerk en in de gereformeerde gezindte?
‘De aandacht is niet overal afgenomen. Nieuw is wel dat veel aandacht uitgaat naar de politieke situatie in de staat Israël. Vooral de vraag hoe verbondenheid met het Joodse volk kan samengaan met inzet voor recht en vrede van Israëli’s en Palestijnen houdt velen bezig, onder wie mijzelf.
Wat me zorgen baart is met name dat ‘Kerk en Israël’ steeds minder een kerkelijke als wel een particuliere aangelegenheid dreigt te worden. Dan heeft iedereen zijn eigen en voorspelbare positie en is van de noodzakelijke fundamentele bezinning op deze relatie geen sprake meer. Misschien is over de hele linie wel het grootste obstakel dat de ontmoeting met Israël niet alleen verrijkend is, maar ook confronterend en dat veel christenen daarvoor terugdeinzen. Als je een relatie met de ander wilt, dan zul je toch niet anders kunnen dan de uitdaging aangaan. Dat is wat het Centrum voor Israëlstudies voorstaat.’
Tineke van der Waal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's