INGEZONDEN
Deeltijd is kiezen
In het artikel ‘Gezocht: deeltijddominee’ (17 juni in De Waarheidsvriend) wordt gesproken over de problematiek van parttime predikanten in kleine gemeenten. Vanuit ons adviseurswerk in Gelderland willen we nuances aanbrengen, in het bijzonder als het gaat om het financiële aspect.
Wanneer een gemeente een voltijdpredikant niet meer financieel kan opbrengen, vraagt dat een omschakeling voor kerkenraad en gemeente. Men mag niet verlangen of toestaan dat de predikant toch 100% werkt. Dat is niet goed voor de predikant én niet voor de gemeente. Bij een volgende predikant geeft dat teleurstellingen als die zich wel aan de deeltijd houdt, soms moet houden vanwege werk elders.
Er zullen dus keuzes gemaakt moeten worden, zodat die onderdelen van het werk die de predikant wel doet, door hem volledig kunnen worden gedaan. Een preek kent dezelfde voorbereidingstijd, maar bij een 80% verbintenis hoort een evenredig kleiner aantal kerkdiensten.
Afdrachten
Grote nadruk krijgt het ‘zeer grote bedrag’ dat naar de landelijke kerk gaat. Vanuit een gemeente wordt dan gesproken van een lastenverzwaring van 30 à 35 duizend euro. Allereerst merken we op dat de wijze van uitbetaling veranderd is. Onderdelen die voorheen direct aan de predikant betaald werden, komen nu uit de landelijke kas. De afdracht is mede daarom hoger. Wel is juist dat vele gemeenten sinds 1 januari 2005 meer betalen toen de kerk overging naar de nieuwe regeling predikantstraktementen, hoewel de maximumverzwaring niet zo hoog is als wordt gezegd.
De verhoging, of verlaging (!), heeft ook te maken met de wijze van berekening. Voor 2005 werd het bedrag bepaald door ledental en vermogen, daarna door inkomen. Een gemeente met weinig leden en vermogen, maar wel een goed geefgedrag van de leden, had nauwelijks afdracht maar moet nu relatief veel betalen.
Voor deze gemeente voelt dit wellicht onrechtvaardig aan, maar met evenveel recht kunnen grotere gemeenten zeggen dat ze tot 2005 de kleinere gemeenten ondersteund hebben.
Traktementsverhoging
Het traktement van predikanten was achtergebleven ten opzichte van de maatschappelijke ontwikkelingen. Een aantal zaken is bijgesteld, naast het traktement zelf ook bijvoorbeeld de eindejaarsuitkering, die van 0, 8 naar 5, 4% ging. Wanneer er geen nieuwe traktementsregeling gekomen zou zijn, zouden de kosten voor alle gemeenten toch hoger geworden zijn. Het behoud van traktementsgroepen zou voor een aantal gemeenten hooguit enige vertraging betekend hebben.
Het geefgedrag in de gemeenten heeft ondertussen de kostenverhogingen niet gevolgd. Vele gemeenten zijn blij als men 1% a 2% meer inkomsten heeft, terwijl jaarlijks de kosten met minimaal 3% stijgen.
Wanneer de kerk aangeeft dat in een normale situatie één voltijdpredikant zou moeten werken voor ca. 1000 leden, is daar best wat op af te dingen. Situaties zijn verschillend en niet automatisch volgt: bij 500 leden 50%. Het maakt bijvoorbeeld uit of een gemeente één of twee keer per zondag bijeenkomt. Toch is het goed om met elkaar een zeker richtgetal te hebben. Is de hoeveelheid werk van een predikant bij 350 leden evenveel als bij 1000 leden? Is het bijvoorbeeld vanzelfsprekend dat in de kleine gemeente door de predikant meer aan pastoraat gedaan kan worden?
Als een gemeente 1000 leden telt die gemiddeld 85 euro geven, komt men tot een bedrag van € 85.000 aan zogenaamd levend geld. Dit is iets boven de kosten die een gemeente moet opbrengen voor een voltijdpredikant. De predikant zelf krijgt niet dit volle bedrag! Maar een gemeente heeft andere kosten; er is meer nodig. Er zijn gemeenten die meer per lid opbrengen, maar 85 euro is helaas geen fictief bedrag.
Samenwerking
In het artikel wordt nog opgemerkt dat de nieuwe regeling samenwerking tussen gemeenten moet stimuleren. Hier worden twee zaken met elkaar verward. In 2005 kwam de nieuwe regeling. Later verscheen het rapport van de commissie-Veerman met een pleidooi voor samenwerking vanwege te veel deeltijdversnippering, maar ook vanwege de afname van de bestuurskracht in gemeenten, oftewel een tekort aan ambtsdragers.
Uiteraard moet de landelijke kerk de wens van een gemeente naar een eigen predikant niet frustreren. Maar de gemeente moet dan wel alle feiten kennen.
Een ‘oplossing’ zou zijn: verlaag het inkomen van de predikanten, hetzij voor allen, hetzij voor beginnende predikanten (tot hoeveel dienstjaren? ). We menen dat dit toch niet de bedoeling zal zijn.
Beter is het om als gemeente zich af te vragen: Wat dient er in onze gemeente aan prediking en pastoraat gedaan te worden, is alles wat we doen wel nodig en wie doet wat? Oftewel maak beleid, opdat we als gemeente het Woord van God in onze woonplaats uitdragen en geleid door de Heilige Geest de gemeente bouwen in het allerheiligst geloof.
A. Wolswinkel, gemeente adviseur kerkbeheer dr. J. van Beelen, regionaal adviseur classicale vergaderingen in Gelderland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's