De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

4 minuten leestijd

Gert van den Brink Er is geen God en Philipse is zijn profeet. De onredelijkheid van een atheïst Uitg. Kok, Kampen; 211 blz.; € 16, 50.

Een knap boek, een boeiend boek, een apologetisch boek, een moeilijk boek, een noodzakelijk boek. Een christen in debat met een atheïst. Maar niet een

debat waarbij de partijen met de rug naar elkaar in gebaren trachten te communiceren. Niet een botsing van twee vooringenomen meningen. De schrijver gaat met de eigen methoden en wape-

nen van de atheïst diens theorieën toetsen. Hij beroept zich niet op de zogenoemde godsbewijzen. Gert van den Brink is godsdienstfilosoof, sinds kort predikant in Kralingseveer, en wil promoveren over openbaring en moraal. De relatie tussen die twee en de fundering van de moraal vormen ook in dit boek een wezenlijk onderdeel.

De opponent van Van den Brink is prof. dr. Herman Philipse, Nederlands bekendste atheïst, godsdienstcriticus en universiteitshoogleraar in Utrecht. In de literatuuropgave bij Van den Brink worden ruim dertig publicaties van Philipse vermeld. Niet de eerste de beste dus.

De ondertitel ‘de onredelijkheid van een atheïst’ wijst meteen op de aanpak van de discussie. Waar de atheïst zich steeds beroept op de rede, het verstand en de ervaring (empirie) tegenover het irrationele en onbewijsbare van een openbaring en van geloofsuitspraken, wil Van den Brink aantonen dat het eenzijdig en uitsluitend beroep op de rede en ervaring zich uiteindelijk keert tegen de aanhanger van dit empirisme. Kan men vanuit de ervaring wel bewijzen dat alleen ervaring wetenschappelijk en filosofisch juist is? Hier zit de onredelijkheid van de atheïst. Het empirisme verwordt dan tot empiricisme, het eerste is een methode, het tweede is een normatieve theorie.

Door de rede kan men wel tot een zekere kennis van zaken komen, maar de betekenis van zaken en gebeurtenissen gaat verder en de waarheid is er niet uit af te leiden.

De klassieke filosofie had drie grondvragen: de oorsprong, het doel en de toekomst van wereld en mens. Tegenwoordig is de filosofie voornamelijk bezig met kentheoretische vragen: hoe en waardoor kan ik kennis krijgen? De kennis wordt dan erg theoretisch en geeft geen antwoord aan de grondvragen van het leven.

Voor de oorsprong van het leven en de dingen beroept Philipse zich op de evolutietheorie van Darwin en gaat dit dan ook toepassen op de ethiek. Heel het menselijk moreel handelen is dan het resultaat van een autonoom proces dat de noodzakelijke selectie en ontwikkeling schijnbaar doelloos stuurt. Uit de evolutie kunnen we immers geen beoogd doel aflezen. Hier zitten we midden in het tweede brandpunt van dit boek: wat zijn de grondslagen van onze moraal of ethiek? Een atheïst zegt op redelijke gronden geen bovennatuurlijke, goddelijke wetgever te kunnen aanvaarden. Hij moet dan zelf beslissen over wat goed of kwaad is voor hemzelf en voor de mensheid. Of is het juist andersom: de mens wil eigen meester zijn en verwerpt daarom elke religieuze wet? Op de laatste pagina van zijn boek citeert Van den Brink Psalm 14:1: ‘De dwaas zegt in zijn hart er is geen God.’ Ik zou willen aanvullen dat ook de psalmist al wist van de relatie met de ethiek.

Daarom verbindt David daar onmiddellijk het volgende mee: ‘Verdorven zijn ze en gruwelijk hun daden.’

Het is interessant om te zien welke noodsprongen atheïsten maken om toch nog ergens morele waarden te krijgen. Die zijn echter inconsistent met hun evolutionistisch uitgangspunt.

In het laatste hoofdstuk wordt gehandeld over het belang van het christelijk geloof. Daar gaat het over de goddelijke gerechtigheid en rechtvaardigheid, want alleen de straffende gerechtigheid kan het kwaad in de mens en in de wereld overwinnen.

Dit boek is niet eenvoudig en hanteert veel filosofische begrippen. Gelukkig zijn achter in het boek ongeveer vijftig daarvan in een verklarende woordenlijst weergegeven.

Helaas ontbreekt een register met de namen van genoemde en besproken personen.

J.J. Tigchelaar, Putten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's