In de gevestigde kerk
Terug van weggeweest [2, vanuit het baptisme]
Vorige week schreef ik over onze terugkeer vanuit Vlaanderen naar Nederland. Dat was een vrij concreet, geografisch verhaal. Vanuit de Vlaamse (geloofs)cultuur terug naar de Nederlandse. In dit artikel wil ik mijn terugkeer vanuit het baptisme naar de protestantse kerk motiveren. Dat ligt gevoeliger.
B ij baptisme denken velen aan evangelicalisme. En evangelicalisme wordt dikwijls vanuit de reformatorische traditie geassocieerd met wereldgezindheid, individualisme en consumentisme. In mijn verhaal wil ik proberen om stereotypen te vermijden en niet te generaliseren. Dat doet namelijk geen recht aan de realiteit. Het gaat er mij niet om een hokjesmentaliteit te creëren.
Spurgeon
Wie het onlangs verschenen boek over C.H. Spurgeon van dr. C.A. van der Sluijs en zijn artikelen over deze 'Prins der Predikers' in De Waarheidsvriend heeft gelezen, begrijpt dat er gemene delers zijn. Er zijn baptistische stromingen en vertegenwoordigers die reformatorische waarden vertolken. Die bevindelijkheid en piëtisme omvatten, voor een reformatorische heilsleer staan.
Een terugkeer vanuit de baptistische naar de protestantse traditie kan zelfs op een geloofsverlies duiden. De Protestantse Kerk in Nederland omvat gemeenten die zichzelf het liefst niet met orthodoxie associëren en zich zo weinig mogelijk aan de belijdenisgeschriften van de Reformatie spiegelen. Met een van geloof ontdaan, uitgehold protestantisme, ben je als voormalig baptist niet beter af. Een terugkeer naar de Protestantse Kerk in Nederland betekent voor mij een terugkeer tot de kerk van de Reformatie, waarbij ik mij verwant voel aan het orthodoxe, bevindelijke deel.
Een stukje biografie
Mijn kinder- en jeugdjaren speelden zich kerkelijk gezien hoofdzakelijk af in de zgn. vrije kerken, van evangelicale signatuur. Van 'pinkstergemeente' en 'vol evangelisch' tot 'baptistengemeente'.
Vanuit ons gezin hadden we een bepaalde kijk op de traditionele kerk. Daar heerste kerkelijke onverschilligheid en daar geloofden ze helemaal nergens meer in. Bovendien was het saai en ouderwets en ze doopten kinderen, maar dat kwam omdat ze de Bijbel niet geloofden en dus ook niet lazen. Tamelijk reactionair.
In mijn jeugd maakte dat alles mij niets uit. Totdat de Heere God zich aan mij bekendmaakte en het geloof in mijn hart terechtkwam. Als kind was ik niet gedoopt, maar opgedragen. Op negentienjarige leeftijd liet ik me dopen in een vrije gemeente, na persoonlijk belijdenis te hebben gedaan van mijn geloof.
Waarbij ik dankbaar terug kijk op de geloofsopvoeding die ik van mijn ouders heb meegekregen.
In de jaren daarna ontving ik mijn verdere geloofsvorming, onder andere via de studentenvereniging Ichthus in Groningen. Daarop volgde mijn eerste theologische vorming aan de ETH in Doorn, later Veenendaal. Door de jaren heen groeiden er verschillende overtuigingen en inzichten. Ik kreeg een ander beeld van de gevestigde kerk.
Mijn bijbels-theologisch inzicht ontwikkelde zich en ik leerde vanuit de kerkgeschiedenis waar het bij grote en kleine kerkscheuringen om draaide. Ook merkte ik dat er in de traditionele kerk wel degelijk waarachtige gelovigen waren. Ik kreeg oog voor het drama van de kerkscheuring en voor de kleinmenselijke factoren die er vaak aan ten grondslag liggen.
In 2002 maakte ik in België de overstap van de Vrije Evangelische Gemeenten in Vlaanderen naar de Verenigde Protestantse Kerk in België, waarmee de Protestantse Kerk in Nederland ‘bijzondere betrekkingen’ onderhoudt. Na het voltooien van mijn universitaire studie aan de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel werd dit mogelijk. Waarom die overgang? Zoals hierboven reeds gezegd ging er een bezinningsproces van enkele jaren aan vooraf.
Katholiek
In 1998 verliet ik Nederland als baptist, in 2009 keerde ik terug als katholiek. Want dat is een van de primaire motieven tot mijn terugkeer naar de kerk van de Reformatie. De kerk van Christus is één. Er is immers maar één Christus. Onze Heer bidt in het hogepriesterlijk gebed om de eenheid van Zijn volgelingen. Staat het ons dan vrij om naar believen te scheuren en te splitsen? En wat schieten we daarmee op?
De katholiciteit van de kerk draag ik hoog in het vaandel. Kerkhistorisch is dat een complex verhaal. Het gaat hierbij niet om wat ik vind van de huidige staat van de kerk wereldwijd of bijv. de vraag naar de enige ware kerk. In de gevestigde kerk in Nederland herken ik de katholieke kerk, met al haar gebreken en manco's. Daarom wil ik niet buiten haar kaders leven. Zij is niet volmaakt, maar de Heer van de kerk is dat wel.
Sektarisme
De eenheid van de kerk is belangrijk. Een mentaliteit van scheuren en splitsen werkt die eenheid tegen
en valt meestal niet te rechtvaardigen. Maar de Reformatie zelf is toch ook een afscheuring? De Reformatie was een dramatische gebeurtenis. Daarbij vind ik het goed om te kijken naar Maarten Luther. Zijn ideaal en bedoeling was een reformatie van binnenuit.
Doordat de toenmalige paus hem excommuniceerde, werd hij gedwongen buiten de Rooms-Katholieke Kerk te werken. Daardoor kon op korte termijn regionaal een protestantse kerk worden vormgegeven, hervormd naar bijbelse maatstaven. Het was geen ideale situatie, maar bood wel mogelijkheden.
Tot op de dag van vandaag heeft de protestantse traditie haar werking richting het rooms-katholicisme. Die noodgedwongen scheuring is geen vrijgeleide tot verdere verkaveling, om uiteindelijk via een repeterende breuk de volmaakte kerk te realiseren. Dat streven heeft steeds weer tot sektarisme geleid.
Werken van binnenuit
Wie meent dat er van alles ontbreekt aan de kerk en verandering nastreeft (tegenwoordig noemen we dat vernieuwing), levert daaraan geen positieve bijdrage door de kerk te verlaten. Ook niet door afscheuring of buitenkerkelijke gemeentestichting. Werken van binnenuit is mijn kerkelijk uitgangspunt geworden, zolang het mogelijk is.
Ik ben in de evangelicale wereld veel onzuivere en kleinmenselijke motieven tegengekomen. Naar mijn mening is buitenkerkelijke gemeentestichting dikwijls onrechtmatig naar bijbelse normen.
Gaat het bijv. niet dikwijls om vorm (moderne liturgie), terwijl als motief voor het stichten van nog maar eens een nieuwe gemeente, een gebrek aan inhoud (vrijzinnigheid) wordt gegeven.
Traditie
Misschien komt het door de jaren in het rooms-katholieke Vlaanderen. De kerkelijke traditie is voor mij toch echt meer geworden dan enkel ballast. Niet zozeer als gezaghebbende kennisbron, maar als identiteitsdrager. Wat is het belangrijk om een identiteit te hebben. Identiteit en traditie hebben met elkaar te maken. Dat de moderne mens niet veel op heeft met de joods-christelijke traditie, hoeft wat mij betreft niet bepalend te zijn voor de waardering ervan. Natuurlijk moet worden gewaakt voor dode traditie en traditionalisme.
In de vrij-kerkelijke, evangelicale wereld kan ik niet uit de voeten met de weerzin die er vaak is tegen oude, beproefde woorden, rituelen en symbolen. Ik wil graag door liederen, gebeden en belijdenissen verbonden blijven met de kerk van alle eeuwen, meer specifiek met de kerk van de Reformatie. Nieuw is niet altijd beter. Over smaak valt te twisten, over kwaliteit kun je het een en ander zeggen. Wat is het belangrijk om onze traditionele rijkdom en geloofsidentiteit te ontsluiten voor de jongere generaties. De woorden van de berijmde psalmen, van de formulieren en van de belijdenisgeschriften zijn beproefd. Het kost misschien enige moeite om ze te begrijpen en je moet ze leren waarderen. Maar dan heb je ook wat.
Kinderdoop
Een zeer fundamenteel punt in mijn 'terugkeer' is de ontwikkeling van mijn denken rond de kinderdoop. Vanuit mijn achtergronden was, zoals ik hierboven al geschreven heb, de kinderdoop een product van bijbelse incompetentie.
Daar staat immers niets van in de Bijbel. Dat hebben ze in de loop van de kerkgeschiedenis er maar bij bedacht. Wie de Bijbel goed leest, ontdekt vanzelf de bijbelse visie op de doop. Met 'Bijbel' wordt dan hoofdzakelijk het Nieuwe Testament bedoeld.
De kinderdoop kan ik niet meer verwerpen. Omdat deze naast oude papieren óók bijbelse gronden heeft. Naar mijn overtuiging slaan baptisten de plank mis door voornamelijk het Nieuwe Testament te nemen als maatstaf. Dat is overigens sinds de zestiende eeuw een typisch doperse kwaal. Hierdoor krijgt de verbondenheid en de continuïteit met Israël een fikse deuk. De Bijbel wordt achterstevo-ren gelezen. Het Nieuwe Testament eerst om daarna het Oude Testament ermee te verklaren.
Ik zie vanuit de christelijke traditie een intense continuïteit met het oude verbond, de Joodse traditie en dus met het Oude Testament. Dat levert mij een verbondsmatig denken op. Van Paulus leren we in Kolossenzen 2 dat er een verband bestaat tussen de besnijdenis van Christus en onze doop. In Romeinen 11 staat: 'Gij draagt de wortel
niet, maar de wortel draagt u.' Het gaat erom in Christus deel te hebben aan Gods eeuwige verbond met Israël, vanuit Zijn verkiezing. Dat verbond is vernieuwd, maar nog steeds 'voor u en uw kinderen'. Waarbij naar mijn overtuiging bekering en wedergeboorte niet automatisch meegeleverd worden met de bediening van de doop. Ik wijs in mijn gemeente dan ook graag en veelvuldig op de verantwoordelijkheid van doopouders. Zij behoren hun doopgeloften serieus te nemen.
Het goede behouden
In dit artikel heb ik heel wat kritische overwegingen genoemd. Tot slot wil ik graag benadrukken dat ik er ook evangelische eigenschappen zijn die ik waardeer en wens te behouden. Zoals het geloofsenthousiasme, de missionaire gedrevenheid, de aandacht voor persoonlijke spiritualiteit en het passioneel zoeken naar eigentijdse benaderingen om het evangelie te communiceren met onkerkelijken.
I. de Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's