De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ds. C. Vos (1927-2010)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ds. C. Vos (1927-2010)

In memoriam

4 minuten leestijd

Na een korte periode van ziek-zijn is Cornelis Vos, dienaar van het goddelijke Woord, op 83-jarige leeftijd overleden. Zaterdag 26 juni werd hij afgelost door Zijn Zender. Zijn Heere en Meester heeft hem tot hoger heerlijkheid bevorderd. Een van de psalmen die hij vaak en graag liet zingen, “Maar blij vooruitzicht dat mij streelt, ik zal ontwaakt Uw lof ontvouwen…” is voor hem werkelijkheid geworden.

K ees Vos groeide op in Huizen op de boerderij. Zijn vader was een nuchter, maar betrokken en gedreven mens. Vele jaren was hij wethouder en voorzitter van menige maatschappelijke organisatie. Van hem erfde ds. Vos het verlangen om te dienen met al zijn kracht en tot het laatst toe. Hij wist zich dienaar, verkondiger voor het leven. Hij kon zijn roeping om te verkondigen maar niet teruggeven in de handen van Zijn Zender. Ook deze zomer zou hij weer hier en daar voorgaan. De preek die hij voorbereidde, zou gaan over Filippensen 3: 12: ‘Niet dat ik het al gekregen heb, of al volmaakt ben; maar ik jaag er naar of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben.’ Een tekst die zijn verkondiging en geloofsleven op een bijzondere manier kenmerkte.

Vijf gemeenten

Hij diende de gemeenten Westbroek (1952), Bennekom (1956), Gouda (1962), Amersfoort (1969) en Amsterdam (1974) als predi-kant. Hij sprak er over met grote dankbaarheid en met verwondering dat hij het mocht doen. Steevast citeerde hij, met een glimlach en een ondertoon van ernst, de regels van het lied: ‘Geef mij maar Amsterdam.’ Door zijn innemendheid en zijn vasthoudendheid heeft hij op zijn eigen manier veel mogen bijdragen aan de opbouw van de gemeente in en rond de Noorderkerk.

Na Amsterdam werd hij, van 1981 tot zijn emeritaat op 1 september 1991, verbonden aan verzorgingshuizen in Naarden en Hilversum. Daarnaast en daarna heeft hij hulp geboden in Amstelveen en Rhenen. Mede door zijn inzet is in beide plaatsen de evangelisatie geworden tot een buitengewone wijkgemeente, (nu wijkgemeente van bijzondere aard). Ook in Almere heeft hij enige tijd gewerkt. Zo trok hij met het Evangelie zijn sporen. Omdat hij diep overtuigd was van de kracht van het Evangelie, kon hij het ieder verkondigen, op het platteland en in de stad. Hij nam daarbij geen blad voor de mond, had de gave om gemakkelijk contact te leggen.

Getekend leven

Zijn leven en dat van zijn vrouw (‘mijn heilige Anna’) ging niet over rozen. Twee kinderen en een kleinkind zijn hen voorgegaan. Het leven van onze broeder was een getekend leven. Getekend door zijn God in de doop, maar ook getekend door het leven, door verdriet. Maar in dit alles vond hij steeds meer het houvast in de ene Naam, door God gegeven, waardoor wij zalig moeten worden. Zo kon hij leven en pre-ken ‘met opgeheven hoofd’. Steeds meer, vertelde hij me, ga ik dat van Kohlbrugge verstaan: ‘Een onheilige heilige’. Dat laatste, geheiligd zijn in het bloed van Christus, was hem echt een wonder. Tot het laatst toe bleef zijn karakteristieke gebaar een opgeheven vinger die naar boven wees.

Geen andere Naam

Woensdag 30 juni vond in de Sint Joriskerk in Amersfoort de rouwdienst plaats. De woorden die hij een paar weken daarvoor opschreef en aan een van zijn kinderen gaf, vormden het uitgangspunt voor de verkondiging. ‘En de zaligheid is in geen Ander; want er is ook onder de hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welke wij moeten zalig worden.’ (Hand. 4: 12) Uit het midden van de gemeente waar hij heeft gewerkt, die hem lief was, waar hij een eigen plaats innam, is hij uitgedragen. In de verwachting van en de hoop op het eeuwige leven hebben wij onze broeder begraven. Wij dankten de Heere voor het leven van deze dienaar, we dankten Hem voor het Evangelie dat deze broeder mocht verkondigen, we dankten Hem voor Zijn zegen die hij er over gaf in de gemeenten die hij mocht dienen.

Ook deze broeder in de dienst is ons voorgegaan. Samen met allen die de verschijning van onze Heere hebben liefgehad, wachten we op Zijn komst in heerlijkheid. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest zij glorie en lof in eeuwigheid.

G.D. Kamphuis

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

ds. C. Vos (1927-2010)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's