INGEZONDEN
Predikantstraktementen en afdrachten
Met ruim dertig jaar ervaring in diverse functies in een kleine dorpsgemeente (kerkenraad en kerkbeheer) heb ik met grote belangstelling de recente artikelen in De Waarheidsvriend gelezen die slaan op het reilen en zeilen van de kleine dorpsgemeenten. Toch geven zij mij aanleiding tot het geven van een reactie.
De stelling dat de financiƫle problematiek komt door teruggang en vergrijzing is niet helemaal waar. Ook kleine gemeenten die hier niet mee te maken hebben, maar gewoon op een constante grootte zitten komen ernstig in de problemen. Dit wordt wel degelijk veroorzaakt door de synodale regelingen.
Logisch is dat bij een teruggang van het aantal leden de predikantsplaats in gevaar komt. Niet logisch als dit ook het geval is bij een constant ledenaantal. De huidige regeling wordt dan ook in de kleine gemeenten als zeer onrechtvaardig gevonden. De vorige trouwens ook al, maar de nieuwe heeft dit alleen maar verergerd.
Het is in het bedrijfsleven en ook bij de rijksoverheid (waaraan de kerk zich gerelateerd voelt) toch gebruikelijk dat een ervaren kracht meer kost dan een leerling. Vandaar dat ik wil reageren op een opmerking in het artikel van A. Wolswinkel en dr. J. van Beelen, namelijk dat grotere gemeenten zouden kunnen zeggen dat zij kleinere gemeenten tot 2005 ondersteund hebben.
Uiteraard kunnen zij dit zeggen, maar de praktijk is wel wat anders. Wat dat betreft is in de nieuwe regeling niets veranderd. Een kleine gemeente beroept een kandidaat en laat hem vervolgens flink wat ervaring opdoen. (Dat een ervaren predikant naar een kleine gemeente vertrekt is in onze gezindte een unicum.) Als deze kandidaat een aantal jaren ervaring heeft opgedaan vertrekt hij naar een grote gemeente, die vervolgens de vruchten plukt van deze opgedane ervaring.
De kleine gemeente moet echter niet alleen voor deze ervaring zorgen; zij moet ook nog fors betalen om deze ervaring in de grote gemeente betaalbaar te maken. Het is mij dan ook een groot raadsel hoe deze onrechtvaardige regeling goedgepraat kan worden. Het begrip solidariteit is hier volkomen misplaatst.
De meest simpele oplossing voor alle problemen is naar mijn mening dan ook: afschaffen! Want wat gebeurt er dan? De gemeenten worden zelf verantwoordelijk voor de uitbetaling van de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering en de periodieke verhogingen (enkele incidentele uitbetalingen daargelaten). Een predikant met nul periodieken kost een gemeente dan ca. 36.000 euro. In vergelijking met de huidige kosten van ca. 62.000 euro is dit een besparing van 26.000 euro (de pensioenregeling laat ik hier buiten beschouwing). Een predikant met twintig periodieken kost een gemeente dan ca. 55.000 euro en zelfs dat is nog een besparing op de huidige kosten. Blijft de vraag wat er werkelijk van ons geld betaald wordt. De incidentele betalingen rechtvaardigen toch nooit zo een hoge afdracht.
Uiteraard kost een ervaren predikant de gemeente in dit systeem meer, maar is dit zo onrechtvaardig? Dit is toch overal zo. Een schooldirecteur kost toch ook meer dan een paboverlater die aan het werk gaat? En als een grote gemeente dit niet op kan brengen, dan beroepen ze toch een kandidaat? Dan is het probleem van de kandidaten zonder beroep ook meteen opgelost. Kortom, er zijn wel betere oplossingen te vinden voor dit probleem. Laat het grondvlak hier maar eens over oordelen.
R. Huisman, Goudswaard
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's