De Rotterdamse piëtist
De Rotterdamse piëtist Franciscus Ridderus laat in een gefingeerde samenspraak tussen Martha, Maria en Lazarus, Martha het volgende zeggen: ‘Daar zijn wij wederom ter predikatie geweest en hebben uit de Catechismus horen prediken. Het was het oude deuntje: ik heb de Catechismus zo dikwijls horen prediken, dat ik het bijkans al moe ben. Ik nam een slaapje op. De predikanten maken het zich gemakkelijk: zij behoeven dan niet veel te studeren. Zeker mochten zij wel wat anders prediken als de Catechismus.’
Haar broer Lazarus vermaant haar om deze woorden: ‘Wel hoe zuster Martha, hoe zegt gij dit zo? Weet gij niet dat dit de orde is van al onze kerken. Gij moet daar zo kwalijk niet over spreken. De Synoden hebben deze orde voorzichtig ingesteld, opdat men het hele jaar de hele religie eens zou horen. Of woudt gij wel alle dagen wat nieuws horen? Weet gij niet hoeveel dwaalgeesten er zijn? En hoe licht en listig de satan de mens tot dwaling brengt? Men predikt de Catechismus, opdat men bij de waarheid mag blijven, opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden, door allerlei wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen.’
Uit: Fr. Ridderus, De tafel des Heeren, I, Amsterdam 1715, 26, gec. door W. J. op ’t Hof, Troostboek der kerk, 2005, Houten, 213.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's