Catechismuspreek? Ja (5x)
Leerdienst en belevingscultuur [2]
Heeft de catechismusprediking vandaag nog wel zin? Ik zie op zijn minst vijf redenen om ook nu de catechismus te bepreken. Misschien wel juíst nu, als antwoord op onze belevingscultuur.
D e verplichting om de Heidelberger als uitgangspunt voor de leerdienst te gebruiken werd door de Hervormde Kerk in 1860 afgeschaft. In de kerkorde van 1951 is evenmin sprake van een dwingende bepaling. In de kerkorde van de Protestantse Kerk wordt in artikel VII-1 gezegd dat de gemeente naast de gewone kerkdiensten samenkomt ‘tot boete-, dank- en gebedsdiensten, leerdiensten, trouwdiensten en diensten van rouwdragen en gedenken’. De leerdienst is hier één van de vele schakels van een ketting. In de Ordinanties wordt daaraan verder niets toegevoegd. In ordinantie 5-1-2 wordt alleen melding gemaakt van leerdiensten in het algemeen zonder enig nadere precisering.
Volmondig ja
Heeft de catechismusprediking vandaag nog wel zin? Als ik die vraag voor mijzelf moet beantwoorden, dan doe ik dat met een volmondig ja. Na veertien jaar docentschap aan de Christelijke Hogeschool Ede ben ik sinds enige tijd weer gemeentepredikant. Met overtuiging heb ik de draad van de catechismuspreek weer opgepakt en ik beleef daaraan veel vreugde. Tot mijn grote dankbaarheid merk ik dat ook de gemeente de leerdienst over het leerboekje van onze kerk steeds meer op waarde weet te schatten. In mijn ogen is de catechismus nog altijd een onovertroffen handleiding voor de invul-ling van onze leerdiensten. Voor mijzelf zie ik op zijn minst vijf redenen om ook vandaag de catechismus te blijven bepreken. De eerste reden is dat we ons daarmee voegen in een traditie die haar waarde heeft bewezen. De leerdienst aan de hand van de Heidelberger heeft van meet af aan haar bijdrage geleverd aan de opbouw van de gereformeerde kerk in ons land en is voor tallozen tot grote zegen geweest. Er zijn ontroerende getuigenissen van gemeenteleden bekend, die aangeven hoeveel de leerdienst voor hun geestelijk leven heeft betekend.
Eenvoudige Heidelberger
Veelzeggend zijn ook de lovende uitspraken van belangrijke theologen over ons leerboekje. Heinrich Bullinger gaf er hoog van op in een brief aan Caspar Olevianus, één van de opstellers van de Heidelberger: ‘Ik houd het voor de beste catechismus die ooit is verschenen. God zij gedankt. Hij bekrone het met zijn zegen.’ Johannes d’Outrein sprak van een ‘gouden kleinood’. En wie kent niet het gevleugelde Woord van Hermann Friedrich Kohlbrugge, dat hij uitsprak op zijn sterfbed: ‘De eenvoudige Heidelberger, houdt daaraan vast, kinderen.’
Het volgen van een bepaalde traditie kan voor een gereformeerd mens of voor een Gereformeerde Bond nooit doel in zichzelf zijn, maar we moeten ons wel duizendmaal bedenken alvorens we de Heidelberger laten vallen en we zullen daarvoor wel heel sterke argumenten moeten hebben.
Stemvork
Het tweede argument om vast te houden aan de Heidelberger in de leerdienst is gelegen in het feit dat dit leerboekje een loepzuiver voor-beeld is van de klassiek-gereformeerde theologie. Helaas kan dat niet worden gezegd van alles wat zich in onze tijd aandient als gereformeerd of reformatorisch. De prediking uit de Heidelberger kan een stemvork zijn die ons helpt de toonhoogte van de gereformeerde theologie en spiritualiteit weer te vinden. De doorwerking van Calvijns gedachtegoed is in de Heidelberger overduidelijk merkbaar. Volgens prof.dr. W. van ’t Spijker is dat niet alleen het geval in directe citaten, maar vooral ook door de geest die hij ademt: helderheid, vroomheid en nut voor het leven voor Gods aangezicht. Regelmatige catechismusprediking brengt ons en houdt ons bij de zuivere bron van onze gereformeerde traditie en dat mag ons iets waard zijn.
Antwoord op belevingscultuur
In de derde plaats acht ik catechismusprediking vandaag nuttig en nodig, omdat zij een antwoord kan betekenen op de uitdaging van onze belevingscultuur. Voor de catechismus is het geloof meer dan alleen ervaring. Een gouden greep is de definiëring van het geloof als de tweeslag van kennis en vertrouwen. Het accent op het weten, op het kenniselement is een noodzakelijke correctie op een doorgeschoten ervaringsgeloof.
Tegelijkertijd biedt de notie van het vertrouwen alle kansen om aansluiting te zoeken bij het klimaat waarin we leven. Het wekt geen verwondering dat de Heidelberger juist in het bevindelijke segment van de gereformeerde kerk altijd hoog in aanzien is geweest. Het is geen gortdroog leerboekje, maar door en door existentieel. Hoe vaak klinkt niet de vraag: wat nut u? Wat voor nuttigheid geeft u…? Wat troost u? Hier liggen openingen
discipelen leert een mens om dankbaar en gehoorzaam te zijn, om te wandelen naar Gods geboden. Dankbaarheid en gehoorzaamheid worden het beste geleerd op onze knieën.
Een geweldig voorbeeld is Paulus. Paulus diende God in een Gode vijandige wereld. Hij zit om het Evangelie gevangen. We horen hem in deze omstandigheden bidden: ‘om deze oorzaak buig ik mijn knieën’.
Telkens horen we hem in zijn brieven aan de gemeenten danken. Hij dankt God ‘door Jezus Christus over u allen, dat uw geloof verkondigd wordt in de hele wereld’ (Rom.1:8). ‘Ik dank mijn God allen tijd over u, vanwege de genade van God die u gegeven is in Christus Jezus (…)’ (1Kor1:4- 9) en we horen hem zeggen ‘Gode zij dank, die ons allen tijd doet triomferen in Christus, en de reuk van Zijn kennis door ons openbaar maakt (…)’ (2Kor2:14 ev). Ook in de andere brieven komen we dit tegen.
De vijandige wereld, de aanslagen van de boze, maakten Paulus bewust van zijn afhankelijkheid en dat alleen al maakte hem dankbaar. Om nog een tekst te noemen: ‘Vanwege de voortdurende aanvallen van de boze, de wereld en onze eigen vlees, moet je in geen ding bezorgd zijn, maar laat uw begeerten in alles door bidden en smeken met dankzegging bekend worden bij God.’ Weer die dankzegging.
Wanneer de strijd in het leven toeneemt, worden we herinnerd hoe belangrijk het is om onze knieën te buigen en om aan te houden in het gebed. Houd sterk aan in het gebed en waak erin met dankzegging (Kol.4:2).
Zwak en sterk
Een mens op zijn knieën is een zwak mens en een sterk mens. Een bidder is iemand die naar zichzelf kijkt en uitroept dat hij niets kan. Heere, ik ben hulpeloos en hopeloos. U bent mijn verlangen, Heere. Ik kan niet zonder U. Ontferm U mijner. Hij is zwak in zichzelf, maar op datzelfde moment toch sterk, omdat hij door het geloof verbonden is met een geweldige Zaligmaker. In het gebed worstelen we met God om van God genade te ontvangen en bidden om we om de Heilige Geest in dankzegging. Met Jakob bidden we: ‘Heere, ik laat U niet gaan tenzij Gij mij zegent.’ Gebed grijpt zich vast aan God. God aangrijpen in Zijn Woord, in Zijn daden, in wie Hij is. Jakobs naam wordt veranderd in Israël, omdat hij zich vorstelijk gedragen heeft met God, en hebt overwonnen. Jakob heeft sterk aangehouden. Zo leert Jakob ons bidden: houd sterk aan (…) bij God in de Naam van Zijn Zoon. Zo leren we een dankbaar volk te zijn verbonden met de levende God.
J. Muller
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's