ds. H. Zethof (1925-2010)
In memoriam
Z ondagmorgen 8 augustus nam de HEERE tot Zich: Hendrik Zethof, in leven hervormd predikant te Kockengen. Een markant man, tot op hoge leeftijd arbeidzaam in zijn ambt. Hij bleef ongehuwd. Rondom hem was het stil geworden. Zacht en kalm is hij thuis overleden, 85 jaar oud. We gedenken hem met respect en dankbaarheid.
Over een protestants predikant ga je geen hagiografie publiceren. Dat zou broeder Zethof zelf ook niet gewild hebben. Hij was bepaald geen ‘doorsnee’ persoon. Wie hem gekend heeft, zal dat herkennen. Maar hij erkende het ook zelf. En we konden als (ambts) broeders ook hierover open en eerlijk met elkaar spreken. Dominees zijn mensen (en dat is niet altíjd grappig). Genoeg hierover.
Eén gemeente
Henk Zethof werd 3 maart 1925 geboren op Scheveningen, uit het huwelijk tussen een roomse vader en een moeder uit de sfeer van Joh. de Heer. Het gezin werd hervormd en kwam te wonen in Putten. Op 3 mei 1959 werd hij door ds. A. Klein Kranenburg (uit Hilversum) bevestigd tot herder en leraar te Kockengen. Hij zou hier, enkele beroepen ten spijt, 31 jaar staan, tot zijn emeritaat op 1 mei 1990. Zo heeft een ganse generatie hem meegemaakt in de bediening van Woord en sacrament, rond geboorten, op catechisatie, met geloofsbelijdenis en bij trouw en rouw. Daar liggen dan ook vele goede herinneringen. Nadruk legde hij op het gebruiken van de genademiddelen en hij stelde de Heere Jezus Christus centraal. Hij legde een grote ijver aan den dag (des-noods ook ‘s nachts) en mocht in die jaren de gemeente nog bijeen houden. Geldzucht was hem vreemd: gulhartig schonk hij twee gebrandschilderde ramen aan onze kerk en vrijgevig droeg hij bij aan ons kerkelijk centrum. Vakantie nam hij nimmer.
Ter land en ter zee
Wat hij zichzelf wel gunde (en ook Kockengen gunde het hem): de reizen a/b hospitaal-kerkschip ‘de Hoop’.
Ongedacht en ongezocht werd hij daar, na een preekbeurt in Scheveningen, voor gevraagd en hij nam dit zeemanswerk op zich. (‘Het werd de mooiste periode uit zijn leven!’ zo wist zijn vriend en broeder P. Sondij te melden.) Meer dan dertig keer voer hij het zeegat uit, tot Ierland en Scandinavië toe, en genoot als hij van die reizen verhaalde. ‘Ruwe stormen mogen woeden...’
We memoreren ook zijn arbeid in de regio, bv. als consulent of als eindredacteur van de kerkbode. En bij elk bezoek aan hem bracht hij onveranderlijk dat onvergetelijke ter sprake: de treinramp bij Harmelen (1962) waarbij hij de handen uit de mouwen had gestoken...
Na zijn emeritaat verrichtte hij nog jaren pastoraat te Scheveningen en Bodegraven-Nieuwerbrug.
Liefde en trouw
Buren en vrienden hebben heel veel voor hem mogen betekenen. Reeds in de pastorie, waar vader en moeder Zethof jaren bij hem inwoonden. Maar met name de laatste tijd. Hij verzwakte zienderogen, kreeg iets triestigs over zich. Het werd stil om hem heen. Daar koos hij trouwens voor. Naar eigen zeggen was hij niet eenzaam. Hulp van anderen, hun bezorgde adviezen opvolgen; het viel hem aanvankelijk moeilijk. Strikt selecteerde hij, wie binnen mochten komen: een groepje ‘oude getrouwen’ die de mantelzorg voor hun rekening namen. Daar was ds. Zethof uiteindelijk zeer dankbaar voor. ‘Buitengewoon!’ zo classificeerde hij dit liefdewerk. (Vanaf deze plaats wil ik dat voluit beamen!)
Ambtsbekleding
Op een vraag als: ‘Broeder, is uw paspoort getekend door Hem? ’ werd hij ernstig en dan kwam er een duidelijk bevestigend antwoord. Hij verlangde om heen te gaan. Numeri 20 onderwijst ons dat Aäron voor zijn dood het ambtsgewaad wordt afgenomen. Zo moeten ook wij, dominees, eenmaal zonder toga voor de HEERE verschijnen. Maar rijke troost: te mogen schuilen achter het bloed van die grote Ambtsdrager, onze enige Hogepriester, volmaakt getrouw in Zijn taak bij God. Tot vrijwel het laatst bleef Hendrik Zethof helder van geest. Nog de zondag voor zijn overlijden beluisterde hij via de kerkradio een preek vanuit Bodegraven. ‘Christus-prediking’ gaf hij als commentaar. Nu is hij heengegaan; een Thuisvaart, in veilige Haven.
De rouwdienst werd gehouden in de kerk waarin hij zoveel jaren mocht dienen. De overdenking was naar aanleiding van Psalm 93 (destijds ging zijn ‘voorstelpreek’ erover): ‘De HEERE regeert’ en daarom: tevergeefs woeden de doods-wateren, de chaos-machten, machteloos in hun pogen om de scheppings-ordeningen van de hoogste Majesteit om te stoten. Zijn hand houdt door haar kracht Zijn kerk en volk in stand. Buig voor de Troon van Hem, Wiens Woord zéér betrouwbaar en geloofwaardig is. Soli Deo Gloria! Daarna droegen we zijn lichaam uit, naar de dodenakker. Gedenken we deze voorganger die ons het Woord Gods gesproken heeft. In de Dag der dagen (bij die ‘grote Reünie’, zoals hij het ooit noemde) zal openbaar komen wat het heeft uitgewerkt. Intussen verlaat de HEERE niet, wat Zijn hand begon.
T.C. de Leeuw, Kockengen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's