College over catechismus
Dr. Van den Brink behandelt Heidelberger in Leiden
H et meest bekende belijdenisgeschrift van de Protestantse Kerk in Nederland is nog altijd de Heidelbergse Catechismus (HC, 1563). Vele generaties ontvingen onderwijzing (op scholen) in de christelijke leer met behulp van de Heidelbergse Catechismus. Vandaag de dag zijn jongeren en kinderen veel minder thuis in de inhoud van de catechismus, is mijn indruk. Reden genoeg dus om de zes colleges Heidelbergse Catechismus te volgen die prof. dr. G. van den Brink het afgelopen seizoen aan de Universiteit Leiden gaf.
Dr. Van den Brink neemt in de eerste colleges met ons een kijkje in de historische achtergrond van de catechismus, bespreekt theorieën over het auteurschap en vertelt over de invloed van het geschrift in ons land. Vervolgens behandelen we Zondag 1 tot en met 10, met elk college een ander thema. Een korte impressie.
Frederik III
De Heidelbergse Catechismus wordt geschreven in de jaren 1562/’63 in opdracht van Frederik III. Hij is keurvorst van de Palts, een gebied in Duitsland. De Palts is sinds de Reformatie vooral luthers. Tijdens de regeringsperiode van Frederik III (1559-’76) wordt het gebied steeds sterker gereformeerd. Frederik III wil eenheid in de christelijke leer creëren binnen zijn vorstendom. (Sinds de Vrede van Augsburg, in 1555, geldt in Duitsland de regel: ‘Wiens gebied, diens godsdienst’, wat betekent dat een keurvorst zelf bepaalt of een gebied rooms-katholiek of protestant zou zijn.) Frederik III wil dat kinderen en volwassenen onderwezen zouden worden in de zuivere christelijke leer, opdat zij erin zouden leven en wandelen.
De catechismus van Heidelberg vindt al snel bodem in Nederland en wordt dus ook vertaald in het Nederlands. Het geschrift wordt gezien als een calvinistisch belijdenisgeschrift. In de Nederlanden zijn ook al andere catechismussen in gebruik, maar de Heidelberger dringt deze allemaal naar de achtergrond.
Auteur
Frederik III geeft Zacharias Ursinus de leidende rol in het schrijven van de catechismus. Ursinus is hoogleraar dogmatiek in Heidelberg. Hij is leerling van Melanchthon, de rechterhand van Luther en schrijver van de Augsburgse Confessie, en is tijdens zijn studie in contact gekomen met verschillende gereformeerde theologen, onder wie Calvijn. Ursinus heeft al eerder twee catechismussen geschreven, één voor studenten en één voor kinderen en volwassenen. Hij is dus de geschikte persoon om voor de Palts een catechismus samen te stellen.
Zondagen
De driedeling in de catechismus van ellende, verlossing en dankbaarheid vinden we onder andere terug bij Luther en Melanchthon én in de brief van Paulus aan de Romeinen. Deze indeling is dus niet typisch gereformeerd. ‘Wat is uw enige troost beide in leven en sterven? ’ Zo begint het openingskoraal van de catechismus. Vraag en antwoord 1 zijn het kloppende hart van het geschrift en geven de kern van het christelijk geloof weer. Alle vragen en antwoorden moeten gelezen worden in het licht van deze vraag.
Het derde college gaat over het mensbeeld in de catechismus.
Zondag 2 en 3 winden er geen doekjes om: ‘Wij zijn onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, tenzij wij door Gods Geest wedergeboren worden.’ Is het mensbeeld van de schrijvers te pessimistisch? Is het ongelukkig geformuleerd? Of is ons mensbeeld vaak te optimistisch? Wat de schrijvers naar mijn idee in ieder geval willen zeggen is dat niemand ook maar iets heeft wat hij zou kunnen bijdragen aan zijn zaligheid; iedereen heeft een Middelaar en Verlosser nodig.
Daarover gaan Zondag 4 tot en met 6. Een aantal theologen heeft kritiek op de methode van deze zondagen, alsof je de Bijbel dicht kunt laten en door logisch redeneren kunt uitkomen bij het onverklaarbare verlossingwerk. Volgens dr. Van den Brink is dit niet de bedoeling van de schrijvers, opnieuw moeten deze vragen worden gelezen in het licht van vraag 1.
Het college over Zondag 7 heeft als thema ‘geloofsbegrip’. Een interessant college, omdat de Reformatie op dit punt een nieuwe weg is ingegaan ten opzichte van de Rooms- Katholieke Kerk. Volgens de reformatoren is een oprecht geloof allesbepalend voor het heil van een christen, zoals vraag 20 laat weten. We bespreken geloofsdefinities van verschillende reformatoren.
Het laatste college gaat over de voorzienigheid van God. Ursinus’ opvatting hierover lijkt te zijn beïnvloed door onder anderen Melanchthon, Calvijn en Zwingli.
De Heidelbergse Catechismus is dus niet een typisch calvinistisch belijdenisgeschrift; verschillende tradities zijn erin vertegenwoordigd. Frederik III wilde de zuivere christelijke leer doorgeven aan kinderen en volwassenen, zodat zij op grond van de Heilige Schrift de waarde van een leven en sterven met Christus leerden ontdekken.
Edwin Groot Karsijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's