Huisbezoek is luisteren
Pastoraat
Op schertsende wijze schrijft ds. C.E. van Koetsveld in ‘De pastorie te Mastland’ over het huisbezoek uit zijn kinderjaren, begin negentiende eeuw. Hij noemt het ‘een onaangename herinnering, moeielijk te vergeten’.
Z in en doel van het huisbezoek bleven onduidelijk en eenmaal zelf predikant klemt de vraag: ‘Hoe moet ik huisbezoek doen? ’ Wie de sche(r)ts van ds. Van Koetsveld leest zal weinig herkenning vinden, of het moet de verlegenheidsvraag zijn: ‘Hoe moet ik huisbezoek doen? ’
In de beschrijving die hij geeft is het huisbezoek strak verbonden met het heilig avondmaal. Zo decreteerde de oude Dordtse Kerkorde het en zo deden Bucer (Straatsburg) en Calvijn (Genève) het ook. Het klassieke bevestigingsformulier noemt als kerntaak van de ouderlingen dan ook de ambtelijke zorg voor de leden van de gemeente. Een profielschets wordt onder meer gegeven in Ezechiël 34:16: schapen weiden, het verlorene zoeken, het afgedwaalde terugbrengen, het gewonde verbinden en het zieke versterken. De ouderling komt in Christus’ naam als onderherder. Hoog bezoek dus.
Elk jaar
Ondertussen is het maar zeer de vraag of er nog veel gemeenten zijn waar het reguliere huisbezoek ieder jaar alle leden bereikt, zoals ds. Van Koetsveld het nog kende. Waarom lukt ons dat vandaag niet meer, met een sterk gekrompen adressenbestand en grotere kerkenraden? Natuurlijk heeft dat te maken met prioriteiten stellen, zowel in als buiten de kerk. Soms wordt meer tijd aan bestuurlijke en coördinerende taken besteed dan aan huisbezoek. Bij een bezoekfrequentie van minder dan eenmaal per twee jaar dreigt functieverlies. Wat verandert er niet allemaal binnen zo’n tijdsspanne?
Om het huisbezoek toch weer een hogere prioriteit te geven, kan het zelfs nodig zijn dat we taken buiten het ambt afstoten ten faveure van ambt, huwelijk en gezin. Ook met het oog op het laatste hebben we een voorbeeldsignaal af te geven.
Kinderen
‘Hoe moet ik huisbezoek doen…? ’, vroeg de jonge Van Koetsveld. Het begint tegenwoordig met het maken van een afspraak, heel persoonlijk. ‘Natuurlijk’ bent u als ouderling in grote lijnen op de hoogte van de gezinssamenstelling. Geef aan dat u het bijzonder op prijs stelt wanneer ook de kinderen erbij zijn, in ieder geval tijdens een deel van de ontmoeting.
Ook zij horen bij de gemeente. Kijk voor u gaat alvast naar hun namen. Om te voorkomen dat ze er voor Piet Snot bij zitten, betrekken we hen in het gesprek door concrete vragen te stellen, echte belangstelling te tonen en vooral niet te snel in de verdediging te gaan. Met oudere nog thuiswonende kinderen kan eventueel een aparte ontmoeting georganiseerd worden. Zijn er kinderen afwezig tijdens het bezoek, informeer naar hen. Het kan een poort zijn om te komen tot een gesprek over (geloofs)opvoeding.
Lezen en bidden
De wijze waarop we het bezoek beginnen is sterk situatieafhankelijk. Je kunt ervoor kiezen de ontmoeting te markeren door eerst uit de Bijbel te lezen en in een kort gebed Gods zegen over het gesprek te vragen. Het kan ook anders. Nauwelijks binnen loopt het gesprek al. Wanneer het huisbezoek wordt begonnen en beëindigd met gebed accentueren we het bijzondere karakter ervan.
U kunt overwegen degene(n) bij wie u te gast bent het te lezen bijbelgedeelte te laten kiezen. We hebben dan al gelijk een aanknopingspunt tot gesprek. ’Waarom deze keuze? ’ Enzovoort. De toon is gezet.
Verschuift de Schriftlezing naar het eind van het bezoek, dan is passend een gedeelte te kiezen dat aansluit bij het gevoerde gesprek. Echter, misbruik Schriftlezing en gebed nooit om een gerezen verschil van inzicht te doen besluiten in uw voordeel. Op deze manier is al heel wat wrevel gekweekt.
Luisteren
Een broeder klaagde dat hij zo moeilijk kon spreken. Zijn dominee ‘verbeterde’ hem en zei: ‘U
Reeds lang hadden wij het oog gehad op twee heeren, die gedurig schenen te naderen en gedurig weer verdwenen. Zij waren in het zwart gekleed, de een met een korte broek, de ander met een lange, de een met een driekanten hoed en de ander met een’ ronden, terwijl de laatste een boek in folio onder den arm hield. (…) Er werd aangescheld. Dominee M- en den heer A- werden aangediend. (…) Het groote boek werd op tafel opengelegd en nu begon het gesprek. (…) Nu werden de meiden binnengeroepen. Hierna begon Dominee te vragen of zij wel ter kerk gingen, en wat zij dan dachten en gevoelden, en of zij wel baden, enz.
Themanummer
Volgende week is De Waarheidsvriend helemaal gewijd aan het huisbezoek. Vandaag een opmaat.
bedoelt dat u zo slecht kunt luisteren…’ Huisbezoek is geen monoloog afsteken, maar een dialoog op gang brengen. We beogen een gesprek van hart tot hart. Daarbij komt het sterk aan op luisteren. Horen wat gezegd en wat niet gezegd wordt.
Communicatie vindt niet alleen verbaal, maar ook op non-verbale wijze plaats. Iemands gezicht kan boekdelen spreken. Het kan een vraag- of uitroepteken laten zien. Wie niet echt geïnteresseerd is in het verhaal van de ander laat dat merken, vaak zonder zichzelf daarvan bewust te zijn. Goed luisteren is ook gevoelens en emoties oppikken.
Soms is het zinvol gaande het gesprek zo nu en dan wat samen te vatten. ‘Bedoelt u soms te zeggen dat…? Heb ik je goed begrepen, dan…’ Laat de ander ook vooral uitpraten, zonder de leiding van de avond te verliezen. Wie leiding geeft, heeft een doel voor ogen. Dat kan betekenen dat we soms moeten bijsturen. Vooral als de ander wijdlopig is en op zijwegen dreigt te verdwalen.
Grondhouding
De grondhouding in het huisbezoek is en blijft: ga met je hart en wees authentiek. Ondanks goede voornemens en dito voorbereiding kan het bezoek toch niet vlotten, het komt zelfs niet eens van de grond. De gewenste openheid blijft achterwege door gebrek aan vertrouwen. Daar kunnen negatieve ervaringen uit het verleden aanleiding toe geven. Het is dikwijls een kwestie van tijd om vertrouwen te (her)winnen. Teleurstellende ervaringen met de kerk kunnen tijdens het huisbezoek op soms heftige wijze en toon ge-uit worden. Laat u in dat geval niet overmannen en meeslepen door eigen emoties. Ga ook niet in de verdedighouding. Dat is minstens zo funest als meegaan in de kritiek. ‘Wat u zegt, vinden mijn vrouw en ik eigenlijk ook…’ Luister en maak desgewenst een vervolgafspraak.
Besef ten slotte dat we met het ons geschonken vertrouwen niet zorgvuldig genoeg kunnen omgaan. Het doorvertellen van wat dan ook is contrabande.
In het dankgebed dragen we elk lid van het bezochte adres op aan de Heere met het oog op wat ieder nodig heeft voor zijn en/ of haar taak in gezin, samenleving en kerk. Soms is er ruimte voor een korte evaluatie van het bezoek met hen die bezocht werden. Dat kan voor allen leerzaam zijn.
J. Belder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's