De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Op bezoek komen ‘om niet’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Op bezoek komen ‘om niet’

Klassieke huisbezoek schoof in de kerk naar de rand

6 minuten leestijd

Waar kun je nog open en eerlijk praten over wat je hoog zit, motiveert, blokkeert zonder dat je in therapie bent of een rekening krijgt? Juist daarom mag het klassieke pastoraat in de kerk niet verdwijnen.

I n 1975 verscheen van ds. R. Kaptein een boekje met de eenvoudige titel Het huisbezoek. De ondertitel luidt: Problematiek en methode in een veranderde gemeente.

Een eerdere uitgave uit 1965 bij de Raad voor de Herderlijke Zorg was aan een grondige herziening toe. In tien jaar tijd bleek er nogal wat veranderd. In het voorwoord bij de uitgave van 1975 lezen we: ‘De organisatie van het kerkelijke werk veranderde in veel gemeenten ingrijpend om beter het hoofd te kunnen bieden aan de taken die op ons afkomen. Wij beginnen ook te leren beleid te voeren.’ Anders gezegd: We hebben het drukker gekregen en zijn nu bezig alles beter te organiseren…

Het waren roerige jaren. In de synode werd heftig gediscussieerd over herstructurering en nieuwe organisatievormen van de kerk. In 1971 verscheen de gespreksnota Gemeentevormen en gemeenteopbouw. De territoriale gemeente met haar parochiale structuur staat ter discussie. De kerk moet een ‘kerk in beweging’ en ‘kerk onderweg’ zijn. De kerk moet niet langer alle energie besteden aan de opbouw van zichzelf. Wij zijn geroepen in de wereld onze opdracht te vervullen en de agenda van de wereld is ten minste zo belangrijk als die van de kerk.

Men sprak ferme taal in die dagen.

Ingewikkeld

In het boekje van ds. Kaptein klinkt hier nog weinig van door.

Wel signaleert hij dat er veel is veranderd. ‘De tijd dat al het werk van de gemeente zijn vanzelfsprekende plaats had, alles als vanzelf op tijd gebeurde (…) is in vrijwel alle gemeenten voorbij. Dat is zo snel gegaan, over het algemeen zijn we er ook zo weinig op verdacht geweest, dat we er om te beginnen in vastliepen. We deden dus wat we konden, liepen voortdurend achter onszelf aan, hadden een slecht geweten omdat er zo weinig goed gebeurde (…). Het werk in de gemeente werd, net als dat in de rest van de wereld, inge­

wikkelder. De eenvoudige overzichtelijkheid verdween (…). Niet iedereen kent meer iedereen. Bovendien verhuizen de mensen voortdurend.

Dat geeft rondom het huisbezoek de sfeer dat er geen eind

aan is. Wát je ook doet, je komt er niet door. (…) De mensen waren nooit allemaal gelijk. Maar ze leefden tenminste in een gemeenschappelijke wereld. Spraken en verstonden elkaars taal. Wisten van elkaars bedoelingen en respecteerden die ook. Als je nu op huisbezoek gaat kom je telkens in verschillende werelden en verwachtingen. Of je komt nergens, je wordt niet binnengelaten.’

Die analyse was terecht. En we herkennen die ook vandaag. Was het leven in veel orthodoxe gemeenten nog lange tijd overzichtelijk en verstond men elkaars taal, in veel opzichten is daar nu verandering in gekomen.

De remedie die ds. Kaptein biedt, is dat het bezoekwerk beter georganiseerd moet worden. En de kerkenraad er apart beleid voor moet ontwikkelen. Dat er toerusting gegeven zal worden en ambtsdragers aan cursussen deelnemen. Heeft het geholpen? Het is in veel gemeenten stil geworden rond ‘het huisbezoek’. In plaats daarvan is het pastoraal bezoekwerk een specialisme geworden. Of heeft het groot huisbezoek nog een poosje de plek ingenomen van het individuele huisbezoek. Systematisch op huisbezoek gaan is in veel gevallen een ideaal of een gewetenskwestie geworden. We zouden

het wel willen en het moet ook, maar…

Navraag

Als lid van de landelijke visitatie heb ik aan mijn medevisitatoren de vraag voorgelegd of er in hun omgeving nog huisbezoek wordt ge­

daan. Ik kreeg daar opmerkelijke reacties op.

In de eerste plaats is er het gevoelen dat een klassiek huisbezoek erg open en weinig doelgericht en dus niet erg efficiënt is. Dat gevoelen is er bij pastores en gemeenteleden.

Wat komt u doen, is een regelmatig gehoorde opmerking, als er ongevraagd initiatief tot huisbezoek wordt genomen.

In de tweede plaats is er de moeilijkheid dat de kaartenbak erg ‘vervuild’ is met adressen die geen

bezoek wensen of dat wel laten gebeuren, maar in feite niet geïnteresseerd zijn. Vaak wordt niet nagedacht over missionaire facetten van bezoekwerk.

In de derde plaats is er tijdsdruk. Pastoraat is hier gemakkelijk het eerste slachtoffer van.

In de vierde plaats is er de neiging om het mondiger worden van gemeenteleden te honoreren en daarmee het initiatief voor een pastoraal bezoek bij hen te leggen.

Al met al is het gevolg dat het klassieke huisbezoek naar de rand verschuift of zelfs verdwijnt.

Genadig omzien

Kenmerk van het werk van de pastor (dominee of ouderling) is toch dat je je verbindt met mensen, omdat er een God is die dat ook doet. Op bezoek komen ‘om niet’ hoort daarmee tot het hart van het werk van een ambtsdrager. Het grootste risico voor een pastor is dat je op afstand komt van mensen.

Mensen lijden aan onze anonieme samenleving, waarin je altijd maar weer moet bewijzen wat je waard bent en waarin je altijd maar weer zelf initiatieven moet nemen. De belangstelling van de pastor die komt ‘om niet’, waar vind je dat nog? En dus komt die zelfs bij je thuis omdat jij er toe doet in het licht van Gods genade. In dat licht kunnen thematieken als dankbaarheid, schuld, zonde, identiteit, geloof aan de orde komen. Waar kun je nog open en eerlijk praten over wat je hoog zit, motiveert, blokkeert zonder dat je in therapie bent of een rekening krijgt? Misschien zou je kunnen zeggen dat in onze woonwijken vaak de luxaflex neer is en dat er een bordje op het raam hangt: hier gaat alles fantastisch, want zo willen we gezien worden en tegelijk lijden we eraan dat we niet gekend worden in wat ons eigenlijk raakt en bezighoudt. Juist daarom mag het klassieke pastoraat niet verdwijnen. Hoe zou je bovendien het Evangelie naar mensen kunnen vertolken als je die mensen niet kent en van weinig belangstelling voor hen blijk geeft?

Blijven gaan en komen

Ondanks de teloorgang van klassieke patronen proef ik kerkbreed het verlangen dat het pastoraal bezoek, omgeven met een ambtsgeheim of gelofte van geheimhouding, niet wordt prijsgegeven. Voor echte pastorale belangstelling, die ongevraagd en op eigen initiatief wordt aangeboden, zonder opdringerig te zijn, gaan deuren weer open. Laat het huisbezoek niet het kind van de rekening zijn.

D.Ph.C. Looijen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Op bezoek komen ‘om niet’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's