De goede ouderling
Van een ouderling mag wat gevraagd worden. Wat de respondenten vooral van hem verlangen, is dat hij twee oren heeft. Maar er zijn meer gewenste eigenschappen en vaardigheden: veel (parate) kennis van de Bijbel, van belijdenis en kerkorde, van kerkgeschiedenis en traditie. Hij moet godvrezend en Schriftgetrouw zijn, verstandig, onpartijdig en eenvoudig, belangstellend en trouw, authentiek en integer, zachtmoedig en barmhartig, kritisch en geduldig, vriendelijk en scherp, tactvol en beslist, verdraagzaam en betrouwbaar, bescheiden en opgewekt, objectief en mild, nuchter en rustig, liefdevol en rechtlijnig, kennis hebben van de tijd waarin we leven en van de leefwereld van jongeren, beschikken over invoelingsvermogen, pastorale bewogenheid en gespreksvaardigheden, over onderscheidingsvermogen en mensenkennis, over levenservaring, relativeringsvermogen en de kracht van de Geest, moet liefde voor kerk en gemeente hebben, humor en nette kleding, kunnen horen, zien en zwijgen, beetje psycholoog en beetje leraar zijn, binnen bijbelse kaders begrip hebben voor andersdenkenden, hoofd- en bijzaken kunnen onderscheiden, niet meteen de discussie aangaan, oog hebben voor wat in de wijk gebeurt. Eén respondent wijst op 1 Timotheüs 3:1-7, Titus 1:6-9 en het formulier waarmee ouderlingen in het ambt worden bevestigd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's