Beschutting tegen toorn
Cultuur van verblinding [4, slot]
Hoe te handelen in een tijd van crisis? De oproep die Jesaja doet en de gedachten van de oudtestamenticus Von Rad wijzen christen en kerk vandaag de weg. Er is hoop door de beschutting van een binnenkamer.
D e Duitse theoloog en predikant Gerhard von Rad (1901-1971) gaat op de crisis van zijn tijd in als hij preekt over Jesaja’s oproep: ‘Kom, mijn volk, ga in uw binnenkamers, en sluit uw deuren achter u; verberg u een korte tijd, tot de gramschap over is’ (Jes.26:20-21). Von Rad zegt gelijk: deze tekst gaat over ‘overleven’. De tekst is niet een oproep tot een soort vrijwillige vlucht in de innerlijkheid en daarmee tot het afschrijven van wat buiten is.
Nee, God is de Heere van de grote wereld en van de grote geschiedenis, en wie zich daarvan afsluit pleegt daaraan verraad. Bovendien, zegt hij, wie fantaseert over een soort terugkeer naar de innerlijkheid, die heeft nog veel te veel vertrouwen in zichzelf en in zijn eigen geestelijke kapitaal, die mens denkt heimelijk zelf in die binnenkamer wel te overleven. Nee, zegt Von Rad, wij moeten naar buiten gaan en deel hebben aan de zorgen van deze wereld. Mensen daarbuiten hebben de troost van het Evangelie nodig.
Wie zichzelf terugtrekt op grond van eigen inschattingen van de tijd, die weet nog niet wat de toorn des Heeren is, zegt de theoloog. Die weet nog niet dat dat iets meer is dan een bepaald gevoel van misère, dat je ook weer van je af kunt zetten. Die denkt nog dat de toorn van God iets is waar je jezelf tegen beschermen kunt.
In één woord
Het is veel ernstiger. Kijk nu naar onze tijd, zegt Von Rad, die zijn preek in de jaren zestig hield. De vervreemding is groot: Je kunt gemakkelijker in gesprek komen met de oude Grieken dan met je buurman. De oude Grieken wisten nog van raadselachtige machten, machten die de mens van zichzelf kunnen vervreemden. Zij wisten nog van de enorme waan die juist ook de koninklijke en de edele mens treffen kan en hem in een soort zelfvernietiging verstrikken kan. Zij wisten daarvan, maar onze tijd is daarover onwetend.
Von Rad probeert dan de toorn van God te typeren. Wonderlijk, zegt hij, dat de profeten die onontwarbare menselijke en maatschappelijke kluwen van schuld en verlorenheid in één woord samenballen: Gods toorn. De profeten zijn ertoe gevolmachtigd om het geheel onder één horizon samen te brengen, en dat stelt hen in staat om heel eenduidig over een werkelijkheid van enorme complexiteit te spreken.
Binnenkamer
In dit tekstwoord zegt Jesaja dat God tussen wie Hem horen wil en Zijn toorn een scheidingsmuur neerzet. Let op: Als Gods toorn rondgaat, is dit je enige redding. Nogmaals, deze tekst gaat over overleven! Von Rad spreekt met name over het voorrecht dat die binnenkamer je gegeven wordt: er is zoiets als beschutting midden in die toorn. Wij zouden niets bereiken met ons uitgaan in de wereld als dit er niet zou zijn. Als je uitgaat in een wereld waarin Gods toorn voelbaar is, als je eropuit gaat zonder verzegeld te zijn, dan zul je met huid en haar opgevreten worden. Ziedaar de diagnose van een kerk die zich onbeschut opstelt, open-stelt voor deze wereld. Nee, we moeten ons niet schamen voor deze binnenkamer, ook al zou die uitgelegd kunnen worden als ontrouw aan de wereld. Dat is het namelijk niet, zegt Von Rad. Het is geen ontrouw. De binnenkamer maakt ons geen vreemde voor de buitenwereld. Integendeel, ze verbindt ons er pas echt aan, want alleen vanuit die beschutting is er hoop.
Mensen van voorbede
Deze theologie begrijp ik. Zij geeft om deze wereld. De profeten verstaan we niet juist als we hen alleen maar zouden zien als mensen van de vuist en van de beschuldigende vinger, als enkel mensen van de antithese. Nee, de profeten zijn ook mensen van de omarming, van de voorbede, van de solidariteit. Wij zouden daar veel meer van moeten hebben, denk ik. Van de diepe liefde voor onze tijdgenoten, wie ze ook zijn en hoe verstrikt ze ook zitten in deze wereld, hoe verslaafd ze ook zijn en hoezeer ze zweren bij SBS 6.
Er zijn geen groter patriotten dan de profeten, zegt Von Rad. En Bonhoeffer zegt: ‘Deze profeten haten hun tijdgenoten, omdat ze hen zo diep liefhebben.’ Mooie opdracht voor ons om de distantie te beoefenen, maar alleen vanuit de diepe liefde en solidariteit. Wie zich distantieert van deze tijd vanwege dedain of hoogmoed, die pleegt verraad en ontkent Gods heerschappij over heel deze wereld. Wie anderzijds toenadering zoekt zonder die innerlijke beschutting, die is weerloos en waardeloos voor deze tijd.
Op barsten
Jesaja 30:8-17 begint ook met deze afzondering: ‘Ga nu, schrijf het in hun bijzijn op een tafel en teken
het op in een boek, opdat het diene voor later dagen, voor immer en altoos.’ Von Rad legt uit: ‘Hier wordt tegen de profeet gezegd: Ga er niet op uit, nee blijf thuis en schrijf iets op.’ Volgens Von Rad heeft de profeet lang moeten wachten, maar is nu de beslissing gevallen: het volk heeft eensluidend nee gezegd tot God. En dan ziet de ziener een gezicht. Jesaja ziet een stadsmuur die op breken staat.
Aangrijpend beeld: er staat een muur op breken. Von Rad legt uit dat die tijd waarschijnlijk een zekere welvaart kende, en dat er ook zelfvertrouwen was. Maar juist dan ziet Jesaja een muur op barsten staan. Hij ziet de muur van een bastion zich langzaam voorover buigen, en dan plotseling, zo staat er expliciet in het Hebreeuws, plotseling is er geen houden meer aan. Von Rad begint dan te actualiseren. Hij zegt: breekbaar is onze economische welstand, breekbaar onze politieke constellatie, breekbaar zijn onze theologische ontwerpen en onze kerkelijke plannetjes. Breekbaar, een muur die op barsten staat.
Als ik zo’n preek lees, dan kan ik niet anders denken dan aan onze tijd. Je voelt de breuken, maar het houdt nog, nog net. Maar wat als de muur barst, wat komt er dan over ons heen? Als de ingrediënten van crisis die wij nu beleven gekatalyseerd worden door iets? Als economische omwentelingen, maatschappelijk-culturele vervreemding, politieke desoriëntatie, religieuze leegte, als gezondheidssituaties zich wijzigen en elkaar gaan versterken, op welke manier kan dan in ons midden de muur van het bastion van onze samenleving niet zomaar breken? Dan is er geen houden meer aan.
Seinpaal
Wat moet de profeet dan doen? Wat moet de profeet dan zijn? Von Rad accentueert het beeld van Jesaja als een seinpaal op een bergtop (vs.17). Dat is, zegt hij, een mast in het landschap, die men toen gebruikte om berichten van dorp tot dorp door te geven. Een eenzame seinpaal. Von Rad verbindt dat beeld met de opdracht die klinkt: ‘Uw kracht zal liggen in de hoop en rust.’ Hij legt dat op een verrassende manier uit: Wat de profeet moet doen is zich niet verschansen. Nee, onderga wat God doet in jouw tijd, onderga dat, ook al is het Gods oordeel. Barricadeer je niet tegen het lijden dat dat met zich meebrengt. Werp je op Zijn beloften en zijn toezeggingen. Fundeer je daar helemaal in. Trek je niet terug in jouw meningen of theorieën over God, sluit je niet af van de maatschappij vanuit jouw inschattingen van de tijd en van de mensen, en alsof het daarbuiten allemaal een verlaten, vuile stroom is.
Barricadeer je niet naar boven, naar God, barricadeer je niet naar Hem toe in je eigen stalen begrippen over Hem, en verschans je niet naar de mensen om je heen. Wat zou dat een begin zijn, zegt Von Rad, als wij nu eens ophouden met al die energie te steken in onze verschansingen, maar God een gebeuren, een dagelijkse gebeuren laten zijn, zodat je midden in de tijd staat en die tijd beleeft als iets waarin je God tegenkomt.
Niet barricaderen
Dat is een aangrijpend model voor profeet zijn en voor kerk zijn. Von Rad onderstreept dat met een verwijzing naar een personage in de Idioot van Dostojewski. Er is in de roman maar één mens die de anderen niet vanuit een soort harnas bekijkt of door een eng vizier, maar die op een bepaalde manier open is voor de anderen, voor wat hen overkomt. Hij wordt nota bene door allen gemangeld en gesmaad, maar merkwaardigerwijze hebben ze hem toch allemaal ook nodig. Deze personage gebruikt Von Rad als een mogelijkheid voor wat christen zijn en kerk zijn nu zou kunnen betekenen. Je niet barricaderen – ook en juist in een tijd waarin Gods oordeel gebeurt – maar op een bepaalde manier in het open veld een seinpost blijven, rustig stilzijn, blijven staan en hopen.
Einfach werden, zoals Bonhoeffer zei. ‘Op je wachtpost staan’, zoals we van Calvijn leerden.
C.M.A. van Ekris
De complete serie ‘Cultuur van verblinding’ is te downloaden via www.gereformeerdebond.nl.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's