De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

In 1994 verscheen bij uitgeverij Ten Have (Baarn) een boek van Hans Reinders met de titel ’s Zondags ga ik naar de kerk. Daarin doet hij verslag van twintig kerkdiensten van allerlei soort, die hij in Amsterdam bezocht. Elk hoofdstuk bevat een tekening van de sfeer, zoals hij die ervoer.

• In de Westerkerk, waar toen nog ds. N.M. ter Linden ‘glorieerde’:

Wie zitten er zoal in de Westerkerk? Onder de aanwezige heren is het aantal dragers van lange, lakense jassen in jagersgroen opmerkelijk groot. Weinig kleurige winterjacks, valt me op. Veel vrouwen hebben lange donkerblauwe of grijze mantels aan met daarover een breed gedrapeerde sjaal, veelal van geruite stof. Een eindje van mij vandaan zit een prachtige jonge vrouw, maar ze heeft helaas een bontjas aan. ‘En ik houd niet van madammen met ‘ne bontjas’, zingt Urbanus. Ik ook niet. Schuin rechts voor mij is een vrouw met een voornaam uiterlijk in een geanimeerde conversatie verwikkeld met haar buurvrouw. Ze valt op door haar afwijkende kleuren: een zeeblauwe mantel met bijpassende turquoise en lila strikken die ze kunstig in haar asblonde haar heeft gevlochten. Ze zit half gedraaid op haar stoel met haar gezicht naar mij toe. In de flarden die ik van hun gesprek opvang, hoor ik enkele keren de naam ‘Beatrix’ vallen. Ik besluit dat het een dame is van oude adel met goede connecties aan het hof. Wat de meeste andere dames en heren betreft, houd ik het op gegoede burgerij…

• In de Noorderkerk, waar op 26 december 1993 ds. A. van Brummelen voorging:

Kerkdiensten op tweede kerstdag zijn in de meeste gemeenten reeds geruime tijd geleden afgeschaft omdat overdaad schaadt. (…). Daarom ga ik vanmorgen op bezoek bij een gemeente die nog niet wordt ondermijnd door dergelijke vormen van wereldse gemakzucht: de Gereformeerde Bond die in de Noorderkerk bijeenkomt. (…)

Veel dames met hoedjes, naast hen mannen met van die dóór en dóór Hollandse koppen, zoals je ze veelvuldig kunt zien in documentaire films uit de jaren vijftig. Bij de jongere heren valt me het aantal spijkerbroeken op. Hier en daar steekt een paar van die afzichtelijke sportschoenen uit, die bij de HEMA voor vijfentwintig piek in een rek liggen. De leeftijd van mijn medekerkgangers is zeer gevarieerd. Er zijn veel meer twintigers en dertigers dan je doorgaans in andere kerken aantreft. Schuin tegenover mij zit een rijtje van acht kinderen op stoelen die vóór de kerkbanken staan. De kinderen zullen straks naar de kindernevendienst vertrekken.

Vanuit één van de bijruimten komt een hele stoet mannen op in donker pak. Vijf nemen plaats in de banken links van de kansel, de overige zes schuiven aan de andere kant van de kansel in een bank.

Waar is de predikant? Na enig speuren ontdek ik hem half verscholen achter de kanseltrap waar hij op de onderste tree in stil gebed is verzonken. Gesteund door deze verootmoediging beklimt hij de kansel om de dienst op traditionele wijze te openen met votum en groet: ‘Onze hulp is in de Naam van de Heere Heere’ – die dubbele ‘ee’ kan ik horen! – ‘die hemel en aarde gemaakt heeft.’ Ds. Van Brummelen bezigt nog de uitspraak van enkele generaties geleden: ‘Genade en vrede zij u van God onzen Vader en van Jezus Christus Zijnen eniggeboren Zoon’. Zijn stem klinkt zoals vroeger de stem van hoogwaardigheidsbekleders op de radio klonk: nogal hoog getoonzet, ietwat snerpend en met krachtige uithalen. ‘Wij zingen Psalm 89 vers 1 en 2’, zegt hij en leest plechtig de eerste regel voor: ‘’k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheên.’ De Gereformeerde Bond blijkt nog uit de psalmberijming van 1773 te zingen. Het archaïsche taalgebruik accordeert wonderwel met het ongehoord trage tempo, zodat ik tot mijn eigen verbazing het hele eerste vers uitzing, waar ik in andere kerke al na een halve regel zou hebben afgehaakt.

v.d.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 2010

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 2010

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's