De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Guido de Brès anno 2030

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Guido de Brès anno 2030

Wat reformatorische school kan verwachten

5 minuten leestijd

Hoe ziet de reformatorische school Guido de Brès in Rotterdam, onderdeel van het Wartburg College, er in 2030 uit? Een vraag om bij de viering van veertig jaar Guido hardop over na te denken.

D e Guido bestaat veertig jaar. We mogen zeer dankbaar zijn over hoe het nu is en over de mogelijkheden die ons land biedt om onderwijs naar Gods Woord te geven. Bij een jubileum hoort een terugblik en een vooruitblik. Wat kunnen we de komende twintig jaar verwachten? Ik zie een aantal ontwikkelingen voor me.

Meer overheid

De eerste is die van ‘meer overheid’. Een ontwikkeling die langs twee lijnen op ons afkomt. Enerzijds zijn er de ontsporingen in het onderwijsmanagement. Gelden worden steeds meer ingezet voor organisatorische zaken en voor salarissen voor de top, en minder voor het primaire proces, voor de leerling in de klas. We zien dat vooral in het HBO. De overheid voelt zich geroepen in te grijpen. Anderzijds – en dat is bedreigender – gaat de overheidsbemoeienis zich meer en meer uitstrekken over opvoeding en vorming. Daarmee doorkruist ze de principiële, levensbeschouwelijke inzichten van de christelijke, reformatorische school. We zien dit de afgelopen jaren al in de onderwijsvernieuwingen die het onderwijs over zich uitgerold heeft gekregen. In deze vernieuwingen gaat het – ondanks ook de goede aspecten – niet om het kennen van God, maar om het stimuleren van vrijheid, van mondigheid, creativiteit, eigen oordeel, assertiviteit, het ontwikkelen van eigen gevoel en wil.

Deze ontwikkeling laat ons niet onberoerd. Ons onderwijs is ermee geïnfecteerd en de vernieuwingen hebben hier sloopwerkzaamheden verricht. Ook in de gereformeerde gezindte is deze houding nadrukkelijk geslopen, ons hart ligt ervoor open.

Maar als dit het uitgangspunt wordt van opvoeding en vorming van de overheid, moeten we stevig staan. Moeten we een eigen geluid laten horen, in gezin, kerk en school.

Toelatingsbeleid

Een meer open toelatingsbeleid is een tweede ontwikkeling die valt waar te nemen. We zien in onze samenleving een duidelijk streven om de vrijheid van onderwijs grondig in te perken door een herformulering van artikel 23 van de grondwet. Dit wordt ingegeven door de voortgaande secularisering van onze samenleving, maar niet minder door ontwikkelingen rondom de islam. De geïsoleerdheid van orthodox-islamitische scholen is een pièce de résistance in de samenleving. In het kielzog hiervan zal ook het reformatorisch onderwijs meer openheid moeten betrachten. Het is belangrijk om als reformatorische scholen deze ontwikkeling goed te volgen en hierin niet afwachtend te zijn. Het zou de lakmoesproef kunnen worden voor het reformatorisch onderwijs. Hoeveel is het reformatorisch onderwijs ons waard? We zullen wellicht terug moeten naar wat oorspronkelijk de bedoeling van onze school was: een protestantschristelijke school die de grondslag serieus neemt. Tot een echt reformatorisch onderwijskundig model is het immers tot nu toe niet gekomen. Temeer reden om, vanuit deze bescheidenheid, een school met de Bijbel te zijn.

Minder zelfsturing

Er zal ook meer nadruk komen op het verwerven van gedegen kennis: meer kennis en onderwijs, minder zelfsturing. Dat de experimenten van Basisvorming en Tweede Fase niet erg gelukkig zijn geweest, wordt algemeen geaccepteerd.

Deze onderwijskundige vernieuwingen zijn voor een groot deel ingezet vanuit een optimistisch mensbeeld, waarbij de zelfsturende leerling het voor het zeggen heeft. Het reformatorisch onderwijs heeft niet echt kritisch in deze discussie gestaan. De druk van nota bene leerlingen in bijvoorbeeld het MBO om gewoon weer goed onderwijs te ontvangen geeft wel aan dat we doorgeslagen zijn in de zelfsturing van leerlingen en studenten.

De Nederlandse kenniseconomie zal overigens meer kennis en onderwijs en minder zelfsturing van

Ter gelegenheid van de verjaardag van de oudste reformatorische school is er aanstaande zaterdag naast een reünie het symposium ‘Piketpaaltjes of bressen slaan? ’ Zie: www.guido- 40jaar.nl.

ons eisen, willen we als land de concurrentiepositie op dit front vasthouden. Ook in de kerken en bij de catechese zien we een roep om grondige kennis van de Bijbel en van de geloofsleer. Die zijn vereist wil de christelijke erfenis werkelijk persoonlijk beklijven.

Kleinschalig

De gedachte big is beautiful zal in het onderwijs omgebogen worden in kleinschalige verbanden. Grote scholen zullen blijven, maar deze zullen meer en meer geconfronteerd worden met maatschappelijke verontwaardiging over scholen die geleid worden alsof ze productiemachines zijn, die opbrengsten moeten genereren. De manager is uit, de schoolleider is in. Wat dat betreft heeft het Wartburg het goed gedaan: de diverse locaties hebben hun eigen naam en eigen identiteit behouden. Dat is bij de fusie in 1995 een goede keuze geweest.

Reformatorische zuil

De zuil zal in de komende jaren niet meer het vanzelfsprekende voertuig voor de gereformeerde gezindte zijn. Er zal een terugkeer naar de kern van het reformatorisch belijden plaatsvinden. Naar mijn oordeel heeft de verzuiling en het opgaan daarin van het reformatorisch onderwijs de reformatorische scholen kwetsbaar gemaakt. Rondom de oprichting van de Guido de Brès is er ook een startpunt geweest van de ontwikkeling van de reformatorische zuil, een ontwikkeling die een onbedoeld effect geweest is. Een zuil heeft immers naast positieve effecten ook ontwikkelingen aangewakkerd die meer met sociologische processen van doen hebben dan met identiteit. En identificatie met een zuil heeft consequenties als die zuil gaat scheuren en barsten. Dat zien we om ons heen.

Daarom is het noodzakelijk dat we ons terugbewegen naar de kern van het reformatorisch belijden. Dat is een wens van mij, maar ik acht het niet ondenkbaar dat druk van buitenaf ons hiertoe zal dwingen. Tot de tijd dat we als reformatorisch onderwijs echt druk van buitenaf voelen, ligt voortdurend op de loer dat we vooral praten op onze scholen. Praten vaak over uiterlijkheden, over kledingregels, over alledaagsheden. Dit is op zichzelf niet verkeerd. Maar in delen van onze achterban is er sprake is van dogmatisering en formalisering, een dwangmatige neiging om alle neuzen dezelfde richting uit te krijgen. Dat geldt vooral ten aanzien van zaken waar dat ook direct voor het oog zichtbaar, tastbaar, verifieerbaar is.

Het wegvallen van de zuil is daarom mijns inziens niet dramatisch. Misschien krijgen we juist daardoor meer zicht op onze verantwoordelijkheid in het geheel van de samenleving. De Guido de Brès heeft een taak in een grote stad als Rotterdam, rond de Laurenskerk, op Zuid. We mogen niet onze erfenis in een zweetdoek bewaren.

R. Toes

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Guido de Brès anno 2030

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's