De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het hart van de eredienst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het hart van de eredienst

8 minuten leestijd

D r. H. de Leede, oud-rector van seminarium Hydepark, was twee maanden op studieverlof in de Verenigde Staten. Voor Areopagus, het centrum van de IZB dat zich bezighoudt met de prediking, zette hij zijn ervaringen als kerkganger in Amerika op de website.

Wat mij (…) veel heeft gebracht, is de ontmoeting met de gemeente op de zondagen. Ik heb zoveel als fysiek mogelijk is – een mens kan maar op één plaats tegelijk zijn – kerkdiensten bijgewoond. Daaraan heb ik veel beleefd, en het heeft mij veel te denken gegeven. Van dat laatste – dat denkproces – wil ik iets doorgeven, als vragen voor ons hier. (…)

Steeds had ik het gevoel in kerkdiensten geraakt te worden, meer dan ik vaak als kerkganger in Nederland heb. Meer ook dan kerkgangers in onze kerkdiensten ervaren, ben ik wel eens bang. Wat is dat? Is het het nieuwe – en zodra je de binnenkant kent, dan wordt het wel anders? Ongetwijfeld! Is het dat ik alleen was, voor het eerst na tientallen jaren niemand om me heen en geen vergaderingen? Ongetwijfeld word je dan ontvankelijker. Bij een innerlijke rust in jezelf, weg uit het alledaagse ritme, komt er ruimte voor ervaring van God.

Dat speelt zeker mee. Maar – dat alles gezegd, en eraf getrokken, blijft nog genoeg over om over na te denken. Is God in de VS dichterbij? Onzin natuurlijk. Dat is het ook niet. Gaat het in de VS allemaal wat makkelijker? Het zijn immers op allerlei andere terreinen ook ‘positivo’s’!? Is het alleen maar cultureel en context bepaald? Zijn we klaar met de constatering dat de VS nu eenmaal minder geseculariseerd is dan West- Europa? Dat zeker zwarte medechristenen nu eenmaal anders, en vooral ‘minder seculier’ zijn dan wij hier. Dat zal waar zijn, maar daarmee ben ik er niet vanaf. Wat is het dan? Er is een rode draad door heel die verschillende ervaringen in kerkdiensten die ik meebeleefde. Welke is dat? Op die vraag zocht ik een antwoord, en meen het gevonden te hebben. Het heet met een duur woord presentia realis, werkelijke tegenwoordigheid van Christus. Ik geef het ook weer voor beter. Maar dat woord kwam mij telkens in gedachten.

Dr. De Leede beschrijft een dienst in een zwarte baptistengemeente in een middle class woonwijk. Met een blanke gastvoorganger en een zwarte collega die voorging in de liturgie en de gebeden.

De wijze waarop raakte mij. Het was die zondag vaderdag. In Nederland pleeg ik daar totaal aan voorbij te gaan in de liturgie. Als ik er al aan denk, wordt het één goed gekozen zin in het gebed. Alzo die morgen niet! Uitvoerig werden we toegesproken, de vaders, de grootvaders. Welke bijzondere rol we hebben, welke verantwoordelijkheid. Er werd indringend voor ons gebeden, niet één, niet twee, maar wel drie keer. We kregen ook allemaal een passend kadootje mee. Ik vond dat bijzonder. Is dit sentimentele praat van een zestiger? Ik denk het niet. Ik hoor in onze eigen kerk ook wel over de man als priester-in-het-gezin, maar vind dat meestal gewichtigdoenerij. Wat was het dat het mij die morgen raakte? Ik werd met een zeker gezag in een waardigheid gesteld binnen het Lichaam van Christus. Ik heb een rol te vervullen die boven mijn individualiteit uitgaat. Een waardigheid die de huidige fase van mijn leven een betekenis geeft. Dat trof mij. Natuurlijk ontging mij niet dat de voorganger de kinderloze mannen en vrouwen in de kerk niet thematiseerde, ook niet in zijn gebeden. Toch – dat gezegd, het had iets. Niet eerder werd mijn vader-zijn zo gethematiseerd coram Deo (voor Gods aangezicht, GvM), te midden van de gemeente.

Wat mij in de dienst vervolgens treft, is – de kracht van – het w/Woord in gebed, getuigenis en lied. Niet het minst dat laatste. In de medley-achtige liederen bezingt een koor van vier mannen de Uittocht uit Egypte, de bevrijding door de God van Israël en bovenal de redding door Jezus hier-en-nu. Ik voel de kracht van een oral tradition (mondelinge traditie, GvM). Prachtig, maar het is meer dan dat.

Maar wat is dat ‘meer’ precies? Wat is het meest kenmerkende verschil tussen ‘zwarte’ prediking (black preaching) en de prediking in de traditionele kerken in de VS?

We zijn er getuigen van, op de zondagmorgen dat we samen met een bevriend echtpaar (hij is ook predikant in de PKN) als enige vier blanken in de oudste zwarte kerk van Washington (United Methodist), in een lower-class stadsdeel, te gast zijn. Op het rooster staat Lukas 11:1-13, over de vriend die je ’s nachts niet buiten laat staan wanneer hij je vraagt om brood. Zo zal de hemelse Vader goede gaven (zijn Heilige Geest) geven aan zijn kinderen die Hem daarom vragen. ‘Ik kan er wel over gaan praten’, zo begint de zwarte voorganger zijn preek, ‘maar we kunnen het veel beter gaan doen.’ Hij nodigt allen die een nood op hun ziel hadden naar het altaar, om daar te knielen. Zijn preek is eigenlijk een gebed-in-actu, en zijn gebed en voorbede zijn in wezen toegepaste uitleg. Het gaat er hard aan toe, bij tijden slaat zijn stem over, soms neigt het spreken naar allitereren en bijna zingen. Onze collega is geen ‘Martin Luther King’, en hij mist de gaven van een Obama, maar dezelfde technieken zijn aanwezig, dat ontgaat ons niet. (…)

‘We kunnen er wel over praten, maar we kunnen het beter gaan doen’, hield deze zwarte collega ons voor. Wij praten er gevieren over na. Wat doen wij bij zo’n tekst over de zekere verhoring door de hemelse Vader? Wij gaan vooral eerst problematiseren, en onze hoorders goed laten merken dat we hun moeiten met gebed en gebedsverhoring begrijpen en aanvoelen. Vervolgens gaan we dogmatisch zo zuiver mogelijk uitleggen wat bidden is, en vooral ook wat het niet is.

Ongemerkt wordt onze preek een betoog vol mitsen en maren. Dat willen we niet, maar hoe gauw gebeurt dat. ‘We kunnen het beter gaan doen’, hield onze zwarte collega ons voor. God is toch tegenwoordig, God is toch in ons midden? Dat geloven wij ook. We zijn immers orthodox. Maar gaan we er werkelijk ook vanuit in onze bediening? Dat Christus present is? ‘Het is net of er bij ons iets tussen staat, iets onzichtbaars, een soort glazen wand’, zegt mijn collega treffend. Een soort weerhouding om in onze bediening te gaan staan in de reële tegenwoordigheid van de Levende Heer.

De rode draad in de vele diensten die dr. De Leede bijwoont is dat Christus er een werkelijkheid is. Hij is als de Levende in ons midden en Hij handelt. En gemeente en voorganger verwachten samen dat Hij aanwezig is. Maar, zo vraagt dr. De Leede, hoe en vooral wáár ervaren gelovigen die werkelijke tegenwoordigheid van Christus in onze Protestantse Kerk? In zijn overwegingen wijst hij onder meer op de grote betekenis van het sacrament (brood en wijn) en ook op de preek.

Ik volg een workshop preekanalyse, geleid door een (blanke) Zuid-Afrikaanse collega, docent homiletiek in Stellenbosch. Hij analyseert met ons een preek van een predikant uit de NG-kerk over een tekst uit het boek Jozua. De tekst gaat over de bevrijding van Israël in de geschiedenis. De analyse laat feilloos zien aan de hand van het taalveld van de preek, wat er – gaandeweg de preek – gebeurt. De preek is bijbelgetrouw, en vertelt keurig dat God heeft gehandeld in het verleden, in de geschiedenis. Zodra het echter over het heden gaat, verandert het taalveld. Dan wordt ons verteld wat God wil doen, en dat Hij het wil. Wat Hij dan wil, blijft vervolgens onhelder. En of Hij het doet, dat Hij überhaupt iets doet, nu, dat blijft in het vage.

Al luisterend realiseer ik mij, dat ik dit stramien herken. Veel (bijbelgetrouwe, orthodoxe) preken ook onder ons zeggen wat God heeft gedaan (in de (heils)geschiedenis), en wat Hij zal doen (in de toekomst) en wat Hij in het heden wil doen. Dit stramien geeft dat beschrijvende karakter aan veel preken, waardoor veel hoorders afdwalen. Immers – wat doet God nu? ! Daar komt men immers voor! (…)

Deze impressies zijn vanzelfsprekend sterk persoonlijk gekleurd, maar ze stellen de vraag naar het hart van de eredienst. Het treft me dat daarin ook de taal van de preek in het geding is. Prof. M.J.G. van der Velden wees in de jaren tachtig al op het risico van het gebruik van modale werkwoorden als ‘willen’, ‘moeten’ en ‘mogen’. Ze komen vaak aan het einde van de preek voor maar werken verzwakkend. Het is het wezenlijke verschil tussen ‘God wil uw Redder zijn’ en ‘Hij redt u’. Terwijl juist dat laatste, dat God handelt, tot het wezen van de bijbelse verkondiging behoort.

G. van Meijeren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Het hart van de eredienst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's