Ouders moeten het doen
GELOOFSOPVOEDING EN EREDIENST [3, SLOT]
Het hangt vooral van de ouders af of kinderen zich in de kerk thuis voelen. Als pa en ma hun verantwoordelijkheid hierin niet verstaan, vormen ze een belemmering voor hun zoon of dochter om zich aan de kerk te hechten.
O rthopedagoog Bert Reinds wijst er in een artikel met de titel ‘Alles moet leuk zijn’ op dat in onze samenleving het kind centraal wordt gesteld. Hij richt zich tot ouders: ‘Het kind moet kennelijk overal en door iedereen ontzien worden, want uiteindelijk hebben we bewust gekozen voor ons kind. Het kind staat in het middelpunt en de rest van de wereld draait eromheen. (…) Maar deze houding bereidt het kind niet voor op de realiteit van de volwassenheid.’
Het advies van Reinds is daarom: ‘Leer je kind dat het leven niet altijd leuk is en hoeft te zijn. Hij of zij leert op deze manier de werkelijkheid van het leven. En daardoor raakt hij minder snel gefrustreerd als het later niet altijd leuk is. Leer je kind te wachten op bijvoorbeeld een nieuw computerspelletje of een ander hebbedingentje, in plaats van hem op zijn wenken te bedienen om het conflict maar te vermijden. Daardoor leert hij geduld, en dat heeft hij weer nodig om te kunnen genieten.
Leer je kind het fatsoen om op zijn beurt te wachten en niet als eerste in de snoeptrommel te graaien, omdat hij bang is tekort te komen. Of respect, door bij binnenkomst de aanwezige mensen te begroeten of een hand te geven. (…) En weet dat je kind het meest leert van wat hij jou ziet doen, in plaats van wat je zegt!’
Gemeente
Als Reinds het heeft over het kind dat middelpunt is geworden, dan staat dat niet los van de christelijke gemeente. Bij de discussie over de plaats van het kind in de eredienst lijkt het kind soms binnen de kerk ook in het centrum te staan. Voor veel ouders is een eredienst pas geslaagd als het kind aan zijn trekken komt.
Hiermee wil ik niet betogen dat er in de eredienst geen aparte aandacht voor het kind zou moeten zijn. Ik wil er alleen mee uit laten komen hoe de cultuur waarin wij leven doorwerkt in de verwachtingen ten aanzien van de aandacht voor het kind in de kerk.
We moeten echter waken voor infantilisering. Van predikanten mag verwacht worden dat zij hun uiterste best doen om alle leeftijdsgroepen, dus ook de kinderen, te bereiken. Maar in overeenstemming met het karakter van de eredienst dient de focus niet gericht te zijn op het functionele (de vorm, methode – dingen die wel de aandacht trekken maar het hart niet raken en veranderen) maar op het wezenlijke. Om het aan de Geest over te laten hoe Hij werkt in de levens van kinderen, jongeren en volwassenen.
Kindernevendienst
De kindernevendienst is te zien als een noodoplossing. Een concessie aan de druk die in dit verband uitgeoefend wordt en aan het onvermogen van predikanten om aan de verwachtingen op dit punt tegemoet te komen. Zo’n dienst is een principiële onmogelijkheid. Het gaat tegen het karakter van de eredienst in dat een bepaalde categorie gemeenteleden de eredienst verlaat om een eigen dienst met elkaar te beleven, waarvan de verwachting is dat de Geest daar meer kan werken dan in de gewone eredienst – als deze verwachting er niet zou zijn, zouden er immers geen kindernevendiensten worden gehouden. De vraag is of deze verwachting terecht is, waarmee niet gezegd is dat de Geest niet werkzaam is in een kindernevendienst.
Weg als tiener
Hier komt een sociaal-psychologisch aspect bij. Uit onderzoeken blijkt dat waar elke zondag kindernevendienst gehouden wordt, kinderen niet doorstromen naar de eigenlijke eredienst maar uit de kerk verdwijnen als zij de tienerleeftijd bereiken.
Als toch gekozen wordt voor een kindernevendienst, dan zou deze niet meer dan eens in de twee of drie weken gehouden moeten worden. Ouders staan dan in de gelegenheid als gezin de eredienst bij te wonen en kinderen zo de waarde van deze dienst te laten ontdekken. Ook om hen te leren zich te schikken in en zich te hechten aan een verband waarin niet zij centraal staan maar dat voor hun leven en toekomst van existentiële betekenis is. Daarin ligt een bijdrage aan hun volwassenwording.
Overigens, de sterkste hechting tussen kind en kerk is te vinden in de gereformeerde gezindte, in gemeenten waar de ouders twee keer per zondag naar de kerk gaan en waar geen kindernevendienst is. Kinderen ervaren de christelijke gemeente als een geestelijke en sociale gemeenschap waar zij ingroeien. En dat loopt onder andere via de trouw van de ouders. Als je als ouders niet trouw bent, dan leer je je kinderen ook niet om trouw te zijn. Als je als gezin alleen naar de kerk gaat als er kindernevendienst is, dan ontneem je
je kinderen de mogelijkheid om in de eredienst iets van het geheimenis van Gods aanwezigheid en van het Evangelie te ervaren.
Kritische visie
De ouders die niet trouw zijn belemmeren hun kind om in deze gemeenschap in te groeien, om in die gemeenschap tot hechting te komen. Als je als ouders met je kinderen gaat ‘shoppen’ – wisselend in verschillende kerken kerkt –, dan ligt ook daarin een belemmering voor kinderen om tot hechting te komen in de gemeenschap waartoe zij behoren. Shoppen past in de marktcultuur en bij het functionele denken. Het komt voort uit het denken vanuit behoeften. Shoppen bevordert de fragmentatie.
Bovendien draag je zo een kritische visie op de kerk over aan je kinderen, geen houding van trouw en betrokkenheid door dik en dun. Als je je als ouders steeds negatief over de kerk uitlaat, roep je bij je kinderen negatieve gevoelens op en geef je hen een negatief beeld van de kerk.
Gemeente als gezin
In veel gezinnen is sprake van hechtingsproblematiek door gebrek aan affectie, genegenheid. De christelijke gemeente kent ook hechtingsproblematiek, door gebrek aan het openstaan voor en leven uit de liefde van Christus. Het is ontzettend belangrijk dat ouders zich van de noodzaak van hechting in het ‘kerkje’ en in de ‘kerk’ bewust zijn. Hiermee heb ik een absolute voorwaarde genoemd ten aanzien van de vraag hoe eraan bijgedragen kan worden dat kinderen zich in de kerk thuis voelen.
Ik wil daarom pleiten voor een positieve houding en betrokkenheid van ouders bij de gemeente waartoe zij behoren. Als christen ben je lid van de gemeente als gezin. Als gezinslid ben je medeverantwoordelijk voor hoe het er in het gezin aan toe gaat, hoe de sfeer is, hoe de verhoudingen zijn en of de gezinsleden hun plekje als warm en vruchtbaar ervaren. Een positieve en betrokken houding vloeit voort uit de overtuiging: deze gemeente is mijn gemeente. Deze overtuiging staat haaks op de gedachte: deze gemeente is pas echt mijn gemeente als … (voorwaarden waaraan voldaan moet zijn).
Vanuit een positieve en betrokken houding kan een positieve overdracht plaatsvinden in de geloofsopvoeding.
Leeftijd en ontwikkeling
We kunnen onderscheiden tussen een theologische en een ontwikkelingspsychologische benadering van de eredienst. De ontwikkelingspsychologie vraagt ons te categoriseren, om te letten op leeftijd en ontwikkeling. En natuurlijk moet daarmee rekening worden gehouden. Maar als we de kinderen in de eredienst gaan categoriseren, dan zijn er meer groepen te onderscheiden: jongeren, jong-volwassenen, de tussengeneratie, bejaarden, alleengaanden, weduwen en weduwnaren, gescheiden gemeenteleden, werklozen, bejaarden, getraumatiseerden – verder nog: laag- en hoogopgeleiden, bouwvakkers, kantoormensen… Ieder wil in zijn of haar leefsituatie worden aangesproken. Welke voorganger is hiertoe in staat?
Vanuit het wezen van de gemeente en het principiële karakter van de eredienst zetten we in met een theologische benadering, vanuit het Woord als Gods openbaring. We zien de eredienst als de plaats waar de gemeente als geheel, in haar verscheidenheid, bijeen is om God te ontmoeten en Hem te loven.
Dit betekent niet dat de ontwikkelingspsychologische aspecten in de christelijke gemeente niet van belang zijn. Dat zijn ze zeker. Maar het gemeente-zijn rond de eredienst biedt veel meer mogelijkheden om deze te integreren dan de eredienst zelf. En dan denk ik in de eerste plaats aan het gezin als ‘kerkje in de kerk’. Daarom, de ouders zijn de eerst verantwoordelijken als het gaat om geloofsopvoeding en eredienst.
C.G. Geluk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's