Deugdelijk burgerschap
COLUMN
column
S cholen moeten aandacht besteden aan wat heet actief burgerschap en sociale integratie. Dat is elke school voor basis- of voortgezet onderwijs sinds 2006 wettelijk verplicht. In tegenstelling tot een vak als rekenen of Nederlandse taal ziet de overheid er bij burgerschap van af standaarden te formuleren om de kennis en houding van een leerling te toetsen. De inspectie meet daarom niet de onderwijsresultaten, maar controleert alleen of een school voldoende aandacht aan het vak besteedt. Nu zijn er altijd politici die de gedachte onverdraaglijk vinden dat een school ruimte krijgt om zelf onderwijsdoelstellingen te formuleren. De vrees is daarom zeker niet ongegrond dat Den Haag op enig moment de verleiding niet kan weerstaan wel standaarden te formuleren en zo voor te schrijven wat goed burgerschap inhoudt. Deze vrees is overigens reëler naarmate de scholen verzuimen de ruimte die hier ligt zelf in te vullen.
Mij dunkt dat hier voor het christelijk onderwijs een uitgelezen kans ligt om zijn identiteit op schoolniveau
concreter handen en voeten te geven en zich zo als school of scholengemeenschap scherper te profileren. Een uitdagende opdracht voor schoolleiding en toezichthouders.
De handelingsverlegenheid die veel scholen, ook in het christelijk onderwijs, met deze materie lijken te hebben toont aan dat het geen sinecure is om de identiteit van de school in concrete burgerschapsdoelen te vertalen. Je kunt uiteraard niet volstaan met te vermelden dat de Bijbel en de drie Formulieren van Enigheid de grondslag van de school vormen, zonder daarbij meer in concreto aan te geven welk burgerprofiel de school voor ogen staat. Vanuit de identiteit van de school zal het christelijk burgerschapsideaal zodanig moeten worden verwoord dat het ook voor een seculiere Nederlander verstaanbaar en herkenbaar is. Daarbij kan uiteraard de context van de samenleving van de 21e eeuw niet buiten beschouwing blijven.
Het komt mij voor dat de klassieke deugdenleer, zoals door Griekse filosofen geformuleerd en doorvertaald in de vroegchristelijke en middeleeuwse traditie, hier nog steeds goede diensten kan bewijzen. Het zou onze samenleving immers bepaald ten goede komen als de vier kardinale deugden van moed, bezonnenheid, wijsheid en gerechtigheid weer wat nadrukkelijker als vormingsideaal zouden worden gehanteerd.
F.A. van der Duyn Schouten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's