Onder de preek
Dr. T.T.J. Pleizier onderzoekt het zondagse luisteren
Verwijlen in het Woord. Dat is het waartoe de studie waarop ds. T.T.J Pleizier uit Langerak op 6 juli promoveerde, wil stimuleren. De titel, ‘Religious Involvement in Hearing Sermons’ (gelovige betrokkenheid in het luisteren naar preken), maakt gelijk al nieuwsgierig.
S taande in de gereformeerde traditie met haar aandacht voor bevinding is het verrassend dat juist naar het luisteraspect wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan. Dit keer is niet de preek het voorwerp van onderzoek, maar de wijze waarop deze gehoord wordt. Hier blijkt dat luisteren een geheel eigen activiteit is, die ontleed en beoordeeld kan worden. In ieder geval is één van de resultaten van dr. Pleiziers onderzoek dat we voortaan met recht en reden goede hoorders van slechte kunnen onderscheiden. Intuïtief voelden we dat al aan, maar nu wordt het ook met de stukken aangetoond. Met als conclusie dat, met het oog op een geslaagde (gezegende) communicatie van het Evangelie, de luisterhouding minstens zo belangrijk is als de preekkwaliteit. Juist in een tijd waarin preek en prediker vaak kritisch onder de loep genomen worden – en terecht –, geeft deze studie een goed tegen- en evenwicht. In ieder geval blijkt hier de actualiteit van het apostolisch vermaan ‘Zie toe hoe u hoort’.
Cursus luisteren
Misschien moeten we zelfs op grond van deze studie binnen het centrum voor contextuele en missionaire prediking Areopagus, waar collega Pleizier als lid van de visiegroep ook bij betrokken is, nadenken over een cursus ‘Aandachtig luisteren’ voor kerkenraden en voor gemeenteleden. In ieder geval hoopt dr. Pleizier met zijn studie niet alleen een bijdrage te leveren aan de praktische theologie, maar wil hij via zijn uitgewerkte theorie handvatten te bieden die een ‘gelovig betrokken raken in het luisteren naar een preek’ kunnen vergroten. Met het oog daarop hoop ik van harte dat er binnen afzienbare tijd een Nederlandse en voor ieder goed verstaanbare publicatie komt waarin de resultaten van zijn studie verwerkt zijn.
In laboratorium
De auteur ontwikkelt in zijn doorwrochte studie een theorie die gefundeerd is in de praktijk (Grounded Theory). Gerichte en herhaalde interviews met een selectie van protestantse kerkgangers vormden de bouwstenen voor zijn wetenschappelijke analyses en conclusies. De theorievorming is een antwoord op de onderzoeksvraag wat er godsdienstig gebeurt als kerkgangers naar een preek luisteren.
Het is een spannende ontdekkingstocht, die overigens wel de nodige inspanning kost. Want de auteur is een scherpe analyticus, die het luisteren laag voor laag ontleedt en tot in detail categoriseert. Al lezend waande ik mezelf af en toe in een soort laboratorium.
Tegelijk is het juist deze grondige aanpak die de uitkomst overtuigend maakt. Met de stukken wordt aangetoond dat de preek ‘de andere wereld van zondagmorgen’ vertegenwoordigt, een ruimte waar je vanuit je eigen (seculiere) leefwereld binnentreedt, een huis van de ziel waar je wekelijks verwijlt en waar (als het goed is) al luisterend een dynamische interactie plaatsvindt tussen God en mens, zodat je anders uit gaat dan je erin kwam. Op zichzelf zal deze uitkomst de geoefende luisteraar niet verbazen. Dat is immers geregeld zijn of haar ervaring? Wat wel verrast is dat het om méér dan een toevallige individuele beleving gaat. Het onderzoek toont aan dat het een gedeelde realiteit betreft, op grond waarvan het luisteren naar preken kan worden gekwalificeerd en kan worden vastgesteld wat het goede en minder goede horen is.
Drie aspecten
In het eerste deel verkent dr. Pleizier het onderzoeksveld en bakent dat af. Hij richt zich op het gaat hem om het preekgebeuren als intermenselijke communicatie waardoor God zich present stelt. In de dynamiek tussen God en mens gaat het om drie aspecten: de zogeheten kerugmatische dynamiek, waarin het spreken van God in het verleden via de preek kan worden vernomen als stem Gods in het heden (wat is ons gegeven om bij te leven? ); de interpretatieve dynamiek, waarin het handelen en spreken van God in het hier en nu worden aangewezen en ontvouwd (hoe is God in ons bestaan aanwezig? ); en de eschatologische dynamiek, waarin de preek het beloftevolle spreken van God vertolkt met het oog op de toekomst (waar leven wij naar toe).
In het tweede deel doet de auteur uit de doeken welke methode hij heeft gevolgd om ‘de verbinding tussen preek, hoorder en heil’ nader te analyseren. Via de eerder genoemde interviews heeft hij de nodige gegevens (de realiteit van het horen) op tafel weten te krijgen: wat je hoort, waarom je zo hoort, wanneer je iets van Gods-
wege hoort, wat het gehoorde met je doet en wat je met het gehoorde doet. Op grond van deze data ontwikkelt dr. Pleizier in het derde deel zijn theorie en komt dan tot een drietal stadia die beslissend zijn voor het (goede) horen.
Ontvankelijkheid
Het eerste stadium is dat van de ontvankelijkheid. Deze gaat dus aan de preek vooraf maar is wel van wezenlijk belang voor het luisterproces. In de complexiteit van factoren zijn drie lijnen te onderscheiden. Ten eerste is er sprake van liturgische ontvankelijkheid, waardoor mensen worden meegenomen naar het moment waarop de preek begint. Dat vraagt om een inhoudelijke (logische) verbinding tussen liederen, gebeden en preek. Ten tweede hebben wij altijd te maken met een subjectieve ontvankelijkheid, die verbonden is aan de persoon van de hoorder. Deze ontvankelijkheid kan kritisch zijn (gekleurd door vragen, vreugde of verdriet) of triviaal (losser van eigen situatie) en wordt vooral ook bepaald door de persoonlijke geloofsrelatie tot God. Ten slotte is er de gemeenschappelijke ontvankelijkheid. Deze heeft een institutionele, relationele en confessionele kant: je bent als gemeente bij elkaar, om samen iets van God te horen (waarin ook voor elkaar geluisterd wordt), waardoor het beleden geloof wordt gevoed en versterkt.
Verblijven in preek
Het tweede stadium wordt door de auteur getypeerd als het verblijven in de preek. Hier gaat het om een gelovige betrokkenheid die al luisterend wordt gaande gemaakt. Deze wordt door een drietal processen gevormd, die nauw met elkaar verweven zijn: ervaren (beleving), waarnemen (aandacht) en identificeren (herkenning). Deze drie processen worden nader onderzocht en ontvouwd. In het ervaren van de preek gaat het om het ‘genot’ en het ‘nut’. Door hoorders worden deze twee aspecten aangeduid met achtereenvolgens een ‘fijne’ preek en een ‘praktische’ preek. In het waarnemen van de preek wordt de aandacht van de hoorder gericht. Al luisterend naar de preek verblijft de hoorder in een ruimte waarin de tekst van de Schrift, de verkondiging van de boodschap en de realiteit van het hier en nu met elkaar verbonden worden. Op dit niveau stelt de hoorder vast of de preek al dan niet ‘ergens over gaat’. Juist hier kan ook een intensiteit in het luisteren ontstaan, waardoor we daadwerkelijk de preek als een sprake Gods horen. Opvallend is dat deze ervaring sterk samenhangt met een heldere lijn in de preek. Een veelzeggende aanwijzing, lijkt mij, dat de Heilige Geest in Zijn bovennatuurlijke werk meestentijds een natuurlijk weg volgt. Bij het identificeren met de preek gaat het om de herkenning, zodat hoorders zeggen ‘dit gaat over mij’. Deze identificatie geschiedt zowel via de godsdienstige persoonlijkheid van de prediker als de inhoud van de preek.
Actualiseren
Ten slotte is er het stadium van het actualiseren van geloof. Het is voor hoorders uiteindelijk niet genoeg als de preek een boeiende verhandeling is of een verassend inzicht biedt. Voor de hoorder telt of hij of zij er ‘iets mee kan’. Het actualiseren van het geloof heeft twee aspecten: enerzijds gebeurt het waar iets ‘nieuws’ oplicht dat leidt tot verandering en verdieping, anderzijds geschiedt het waar ‘opnieuw’ te binnen wordt gebracht wat eigen was geworden.
Godsdienstig verwoord leidt dit tot een viertal basistypen van actualisering: bemoedigend geloofsinzicht, vieren van het heil, inzicht in waar het op aankomt, daadwerkelijke bekering. Op grond hiervan omschrijft dr. Pleizier de goede hoorder als achtereenvolgens pelgrim, mysticus, discipel en zondaar. En met het oog op de homilitiek komt hij tot de conclusie dat prediking ‘een tijdelijk huis opricht voor gelovigen in een seculiere wereld’.
De studie van dr. Pleizier biedt veel. Ik ben hem dankbaar dat hij dit onderzoek verricht heeft en wil hem ook met zijn promotie van harte feliciteren. Zijn studie helpt begrijpen wat er onder de preek gebeurt en geeft zodoende inzicht in waar het in preken en luisteren op aankomt. Tegelijk roept het een aantal vragen op (zie de bespreking van dr. H. de Leede in Kontekstueel, september 2010), die om nadere doordenking vragen. Deze studie zal binnen de discipline van de praktische theologie (ook internationaal) ongetwijfeld stimuleren tot verdere reflectie. Daarnaast is het van harte te hopen dat het zal lukken om juist ook in onze eigen omgeving een en ander te verwerken en vruchtbaar te maken voor de wekelijkse praktijk van preken en luisteren.
P.J. Visser
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's