Hoe houdt de kerk het vol?
W ie in deze tijd nog predikant wordt, heeft wat uit te leggen. En wie het na een paar jaar nog volhoudt, er plezier in heeft en de zin ervan ziet, heeft nog meer uit te leggen. Tijdens mijn studie zag ik een hoop studiegenoten die begonnen met het idee predikant te worden, langzaam afhaken. Degenen die het nog wel werden, begonnen enthousiast, om er niet zelfden na een paar jaar achter te komen dat ze het gewoon niet volhouden, het is trekken aan het dode paard.
Zo begint dr. W.M. Dekker, sinds 2009 predikant (Mastenbroek), zijn artikel over de roeping en de toekomst van de kerk in het Christelijk Weekblad (24 september). Voor velen is het predikantswerk in de gemeente als trekken aan een dood paard. Maar vreemd genoeg wordt dat nooit zo gezegd, stelt ds. Dekker.
Wat wij vanuit de landelijke kerk te horen krijgen, is dat de wind opsteekt en er een nieuwe geest door de oude kerk waait. Vol van bezieling, vol van missionaire bewogenheid en bijpassende dadendrang. Vol hoop.
Ondertussen waait deze nieuwe wind over de hoofden van veel predikanten en gemeenten heen. Dat komt omdat zij niet de nuchterheid heeft van de heilige Geest, die de naakte feiten onder ogen ziet en de diepten schouwt, die bovenal bereid is te zuchten.
Zelf verheugt ds. Dekker zich over de velen die nog bereikt kunnen worden met het Evangelie. Maar dat is in zijn beleving vooral ‘nog’.
Dat zeggen veel mensen in de kerk: hier zit de kerk nog vol, dit is nog een fulltime predikantsplaats, hier doen nog mensen belijdenis, hier zijn nog twee diensten op een zondag, hier zijn nog een hoop kinderen en jongeren. Dat woordje ‘nog’, daar zouden ze volgens de missionaire nieuwlichters mee moeten stoppen. Het getuigt van het doemdenken waar men nu juist tegen vecht. Toch laat de schare met dit woordje ‘nog’ volgens mij juist weten de gang van onze tijd dieper gepeild te hebben. Als ik preek in de kerken die nog voor een groot deel vol zitten, dan preek ik in het besef: als ik hier terugkom, dan is het ook hier weg. Ook Urk gaat vallen, en ook Genemuiden en Staphorst. Hoe God verdween.
Ds. Dekker stelt een hele andere manier van omgaan met ontkerkelijking voor dan op dit moment in de Protestantse Kerk gebruikelijk is. Hij noemt dat: de kerk ten grave dragen.
Al eerder had Dekker hier een artikel aan gewijd en daarop kreeg hij onthutste reacties: ‘Als je het zo
bekijkt, dan kunnen we beter direct helemaal stoppen.’ Maar Dekker ziet dat anders. ‘
Voor mij is het precies omgekeerd. Juist alle toekomstplannetjes en al het positivisme maakt me somber en doen
me het bijltje erbij neer gooien, omdat het zo ver van de realiteit af staat. Alle vernieuwing begint met aanvaarding. Vernieuwing van de kerk kan ook alleen beginnen met aanvaarding van het oordeel dat ons treft. Van kerkverlating hoeft niemand somber te worden, maar van een kerk die zich vergaloppeert in plaats van in geloof en theologie woorden te geven aan de werkelijkheid van afval en oordeel, kun je heel somber worden.
De kerk is er niet om de wereld te veranderen. Daar is God voor. De kerk is er om eerbiedig Gods lof te blijven zingen, al is het in Babel, en om koppig het Evangelie te verkondigen, ook als er geen hond luistert. Soms is het juist: blijven zingen en preken om daarmee te bevestigen dat er niemand luistert. Wij zouden eens moeten overwegen of dat niet juist in onze tijd weer geldt: dat wij prediken opdat de mensen niet horen. In Dekkers ogen zou er kerkbreed eens gepreekt moeten worden over Jesaja 6:10.
Wat mij helpt, zijn niet de toekomstplannetjes die links en rechts omhoog gestoken worden. Ze zijn vaak geschreven met een mengsel van religieuze peptalk en naïviteit. Wat mij helpt is de wetenschap dat wij ook nu niet zonder Christus zijn, ja, dat Hij in ons lijden gestalte aanneemt. Dat dit de wijze is waarop Hij zich in onze tijd laat kruisigen, zoals Hij in alle eeuwen gekruisigd moet zijn. (…)
Ooit was er nog de analyse van de secularisatie als ‘Godsverduistering’. Tegen-
woordig ontbreekt het eigenlijk geheel aan theologische doordenking van onze situatie. Er is enkel nog de dadendrang, het pamflet, het programmaboekje. Er is de vlucht in missionaire plannenmakerij of anders in de mys-
tiek. Maar meer dan dat hebben we behoefte aan een theologische doordenking, zodat we weer kunnen gaan verkondigen. Als we weer weten wát we zeggen moeten, hoe Christus nu onder ons is, dan komt de rest vanzelf. Christus is nu onder ons zoals Hij er altijd al was, als de Gekruisigde. Zijn kruisiging is in onze tijd de afbraak van de kerk, zijn lichaam. Hij verzet zich daar niet tegen, maar Hij is daarin aanwezig en Hij heeft zijn lichaam ook nu, in de afbraak, lief.
Ds. Dekker trekt dan een parallel met Jozef van Arimathea die Jezus’ dood niet kon voorkomen. Hij moest Christus begraven en dat was ook het beste en meest hoopvolle dat Jozef doen kon.
De dood van Christus was het grootste oordeel dat de mensheid ooit getroffen heeft. Maar in dat oordeel voltrok zich de genade. Zo was het bevestigen van het oordeel, het begraven van Jezus, het enige hoopvolle dat gedaan kon worden. Zo is ook voor ons juist het volbrengen van het oordeel, het ten grave dragen van Christus en de kerk, het enig hoopvolle dat ons te doen staat. Het is veel hoopvoller dan alle verzet tegen de dood. Alleen in dit oordeel, niet daarbuiten, kan er genade zijn.
Zo wil Hij onder ons aanwezig zijn, als degene die zich weg laat drukken, weg uit Rotterdam, en straks ook weg van de Bible Belt, weggedrukt tot op Golgotha. Geloven vandaag is voor mij: geloven dat in zijn dood álle dood verslonden is, ook die van onszelf en onze kerk. Daarom geeft juist zijn dood mij moed en vrees ik ook de dood van de kerk niet. Zo kan ik predikant zijn zonder op het resultaat te letten. En als we dat gaan leren, dan houden ook meer predikanten het weer vol.
Het is een bewogen en geladen stuk dat dr. Dekker heeft geschreven. Persoonlijk vind ik het niet zo eenvoudig om te doorgronden wat hij met het ten grave dragen van de kerk precies bedoelt. En is dat ook echt de roeping van predikanten in deze tijd? Welke kerk is dat? De kerk die niet onder ogen wil zien dat het christendom in West-Europa verdampt? De kerk die een vlucht naar voren doet in actiebereidheid maar eigenlijk weigert te aanvaarden dat oude tijden niet meer terugkeren?
Ik heb het artikel gelezen als een protest tegen de gedachte dat we met wat goede wil en missionaire activiteit weliswaar wat moeten herschikken, maar toch de kerk wel overeind kunnen houden. De kerk zoals wij die nu kennen zal er over een tijd echter niet meer zijn. En een theologische doordenking van deze ontwikkeling – is het Gods oordeel? – ontbreekt.
Tegelijk komt dan ook de vraag op wat het artikel van ds. Dekker betekent voor al die plekken in de kerk waar geprobeerd wordt missionair aanwezig te zijn. Gaat dat in tegen de roeping van de kerk nu? Is zijn artikel een oproep tot passiviteit?
Is bijbelse realiteitszin niet de werkelijkheid bezien in het licht van Pasen?
In Klein Hoefblad, orgaan van de protestantse wijkgemeente Leidsche Rijn-Oost schrijft een andere jonge theoloog, Henriëtte Nieuwenhuis, over het bezoeken van nieuw ingekomenen in de Vinexwijk. Heeft dat eigenlijk wel zin? We krijgen de kerken niet (meer) vol. Deuren gaan dicht en mensen schrijven zich uit. Kerkgangers en kerkenraadsleden voelen zich moe.
Maar dan een heel andere ervaring van een gemeentelid. We hadden het met elkaar over de betekenis van De Hoef [het kerkgebouw] in Leidsche Rijn. Gaat het in de kerk alleen maar om het organiseren van leuke activiteiten of is er nog meer dan dat? Wat kan de kerk nog betekenen vandaag? Zij zei toen: ‘in de kerk gaat het om Gods heiligheid’. Deze woorden waren zo verrassend. Te midden van de leegheid en vermoeidheid: de kerk doet er toe, want Gods heiligheid doet er toe. Zij vond de kerk van belang, omdat ze iets proeft van de heiligheid van God. Natuurlijk zag ook zij de dichte deuren, was ook zij vermoeid, vroeg ook zij zich soms af ‘waar doe ik het allemaal voor’. En toch klonken daar opeens die woorden. Zij deed mij weer met andere ogen kijken naar de kerk. (…)
Wat de sociologen zeggen, is waar. We ervaren het zelf. De kerken lopen leeg, mensen schrijven zich uit. Dat raakt je, dat doet wat met je als lid van de kerk. De vraag is alleen hoe wij daar op reageren. Gaat er niet een appèl vanuit om lef (=hart) te hebben om mensen te laten horen dat God er nog toe doet? Houden we het alleen bij het organiseren van leuke activiteiten (ook belangrijk!) of durven we God nog ter sprake te brengen?
Maar hoe moet dat dan? Want mijn eigen ervaring is dat we dit verleerd zijn in de kerk. Dat we geen woorden (meer) hebben om God ter sprake te brengen.
Is dat niet de uitdaging voor de kerk vandaag? Om zelf het bijbels ABC te spellen en uit Gods beloften te leven? Met volharding. Op hoop van zegen.
G. van Meijeren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's