De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onder een open hemel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onder een open hemel

Jongeren zijn niet de toekomst van de kerk

7 minuten leestijd

Onlangs was ik met mijn gezin in te gast in een gemeente waar de middagdienst zonder kinderen en jongeren plaatsvond. Op het kerkplein werden mijn jongens na afloop als het ware ‘geknuffeld’. Ze moesten er zelf een beetje om lachen. De gemeente was blij met aanwezigheid van jonge mensen, al was het maar voor deze dag.

W ie in Barneveld of Sliedrecht met Gods gemeente meeleeft, herkent deze ervaring niet. Op veel plaatsen begeven vele jongeren zich twee keer per zondag onder het Woord. En de ervaring van heel wat voorgangers is dat zij nogal eens aandachtig luisteren, de dominee de woorden uit de mond trekken, tegelijk de kernnoties uit de preek opschrijvend.

Laten we niet tegen elkaar zeggen dat we ‘nog’ jongeren hebben in de gemeente, alsof we ermee rekenen dat de neergang ook voor onze gemeente onafwendbaar is, alsof we niet geloven dat Gods toezeggingen uit de doop in hun leven werkelijkheid kunnen worden.

Beter dan over ‘nog’ te denken en te spreken is het om de Heere het slot van Psalm 22 voor te houden: ‘Het nageslacht zal Hem dienen en van de Heere vertellen aan het volgende geslacht.’ En dat laatste mogen we doen, over God vertellen, over Zijn voetstappen in de geschiedenis van Israël en over Zijn werk in ons leven. Dat stimuleert en dat bindt samen. ‘Gedenkt de wonderen die Hij gedaan heeft, Zijn tekenen en de oordelen van Zijn mond, ’ zegt Psalm 105, net voordat de psalm over het verbond en de beloften tot in duizend geslachten spreekt.

Toekomst van de kerk?

Wie zijn houvast zoekt in Gods beloften, hoeft met de aanwezigheid van de jongeren niet krampachtig om te gaan. Er is helemaal geen reden om met het oogmerk ‘jongeren’ in lied en beleid, in vertaling of zaterdagavondinvulling keuzen te maken die niet bij de identiteit van de gemeente passen. Jongeren heb je (en houd je hopelijk) met een boodschap voor hun hart, met een boodschap die over hun leven gaat, met een gemeen­

schap waarin er belangstelling voor hun leefwereld is, oog voor hun vragen. Zo eenvoudig kan het zijn. Dat betekent wel dat onze kinderen en jongeren door ons gezien moeten worden. Dat we zuinig

op hen zijn. Dat we het niet vanzelfsprekend vinden dat ze meegaan en meedoen. Hun aanwezigheid in de gemeente herinnert ons aan de trouw van God, bepaalt ons bij Zijn verbond. Over kleintjes kun je heenkijken, bij voor het gevoel lastige pubers kun je wegkijken. Daarin gaat de Bijbel ons echter niet voor. Jongeren horen bij de gemeente, nu al, helemaal. De uitdrukking dat onze jongeren ‘de toekomst van de kerk’ zijn, is misplaatst, want ze zijn nu al de kerk.

Struikelblokken

De Bijbel leert de gemeente met de jongeren te rekenen. Zij moeten komen tot overgave aan de Heere Jezus. Op de realisering van dat wonder is opvoeding en onderricht gespitst. Dat gaat niet vanzelf goed. Jezus spreekt er in Lukas 17 met Zijn discipelen over: ‘Het is onvermijdelijk dat er struikelblokken komen, maar wee hem door wie deze komen.’ Behalve naar buitenstaanders en pasbekeerden wijst deze tekst naar de jongeren van de gemeente. Door aanstootgevend handelen – tweedracht in de gemeente, wetticisme of moralisme, het niet ernstig nemen van de zonde, het tegenstaan van de Heilige Geest enz. – staan ouderen de kleinen in de weg. Het zou zelfs jeugdwerkleiders kunnen overkomen. Het is nuttiger met een molensteen om de nek in

de zee geworpen te worden dan een van de kleinen te laten struikelen, zegt Jezus. Beter een aangrijpende dood sterven dan verantwoordelijkheid dragen voor het verloren gaan van jonge mensen. Het maakt een

Het maakt een einde aan elke vrijblijvendheid en oppervlakkigheid in jeugdwerk en catechese. Alle kerkelijke jeugdwerk geschiedt daarom niet alleen onder een open hemel, maar ook in het perspectief van de eeuwigheid.

Ruimte

In de gemeente is er plaats voor onze jongeren, ruimte ook. Dat betekent dat ze geen mini-volwassenen hoeven te zijn, in het denken en doen geen kopietjes van hun ouders – al hoopt elke godvrezende vader en moeder boven alles dat de vreze des Heeren hun hart zal vullen en hun levensrichting zal bepalen. Het

onderwijs is erop gericht dat de jongeren hun plaats in Gods Koninkrijk gaan ontdekken, dat ze gaan zien wat de essentie van het christelijk geloof is, dat het woord ‘genade’ een scharnierpunt in hun geloofsleven zal zijn.

Als die kern bewaard blijft en als die kern doorwerkt in de heiliging van het leven, is er tegelijk ruimte voor jongeren om te ontdekken wat waardevol is. Ze hoeven dan niet dezelfde muziek als hun ouders te waarderen, het levenspatroon van ouderen helemaal tot het hunne te maken. Bijzaken zijn niet geheel onbelangrijk, maar het blijven bijzaken. Juist in het contact met de jongeren in de gemeente is het goed te blijven communiceren vanuit de kern van het Evangelie. De Heere uitte, binnen het kader van het verbond, die kern in Tien woorden, in Zijn geboden waarvan de liefde tot Hem en de naaste de vervulling is.

Leren

Het bieden van deze ruimte is ondertussen geen vrijplaats, om alles te laten gebeuren wat jongeren de moeite waard vinden. De gemeente van Christus heeft de opdracht om de jongeren te leren. Hoeveel jeugdambtsdragers zijn er niet bevestigd zijn met deze spreuk van Salomo: ‘Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis van zijn weg; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.’ (Spr. 22:6) Het is nodig deze bijbelse notie onverkort vast te houden, al zal ‘leren’ voor een puber niet zijn grootste hobby zijn.

Prof. A. van de Beek heeft ons recent met zijn boekje Is God terug? in een heldere spiegel laten kijken. Waar overal in de samenleving eisen aan jonge mensen gesteld worden, vraagt hij zich af: ‘Waarom zou van jongeren niet verwacht, sterker: geëist mogen worden dat ze er gewoon zijn op catechisatie en hun les hebben geleerd? ’ En: ‘Als jij de kerk niet serieus neemt – de kerk neemt jou wel serieus, ook in je nonchalance.’

Hen leren Wie God is, dat is de taak die jeugdwerkers ten aanzien van jongeren hebben. In deze geloofsoverdracht hebben de christelijke feesten een grote plaats. De heilsfei­ ten verkondigen ons dat God in Christus naar zondaren omziet. Het leren is zo nauw verbonden met gedenken, zoals we in Deuteronomium 32 zien: ‘Gedenk aan de dagen van vroeger tijd, let op de jaren van elk geslacht, vraag het uw vader, hij zal het u vertellen.’

Zorg voor jongeren

Als laatste lijn uit de Bijbel ten aanzien van onze jongeren noem ik de pastorale zorg voor hen. Ik doe daarmee niets af aan het jeugddiaconaat, dat jongeren wil leren naar de ander om te zien. Ik doe evenmin iets af aan missionair jeugdwerk, dat beoogt jongeren in te zetten in het bereiken van leeftijdgenoten die van het Evangelie vervreemd zijn. Ik breek wel een lans voor de herderlijke zorg voor jongeren. Onze welvaart, onze informatiecultuur, onze verseksualiseerde samenleving, onze prestatiemaatschappij, onze verstoorde (huwelijks)relaties hebben veel jongeren met gebrokenheid in aanraking gebracht, hen beschadigd, hen onzeker gemaakt en gekwetst. Meer dan ooit – en het is een geweldig mooie taak – zijn we geroepen om als ouderen in de navolging van Christus Zijn kudde te wijden als een herder en de lammeren te vergaderen. (Jes. 41:10) Zoals deze profetie van Jesaja naar Hem vooruit wees, heeft Jezus deze vervuld. Tegen de heersende cultuur in liet Hij zien oog en hart voor kinderen te hebben. Dat was de dragende grond voor honderd jaar hervormd-gereformeerd jeugdwerk, dat mag ons blijven stimuleren te bukken voor een kind, voorover te buigen naar een jongere, tijd voor hen te hebben, liefde voor hen te uiten.

Honderd jaar HGJB is dankbaar omzien vanwege de inzet en liefde van duizenden jeugdleiders. We wensen onze jeugdbond van harte geluk met het bemoedigende woord van Paulus: ‘Daarom dan, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, daar u weet dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere.’

P.J. Vergunst

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Onder een open hemel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's