De Alwetende
EIGENSCHAPPEN VAN GOD [7]
Dat God de Alwetende is, betekent dat Hij kent en weet. Dat Hij bewustzijn heeft. Je moet de Bijbel wel op een heel speciale manier uitleggen als je wilt beweren dat God slechts bestaat in het bewustzijn van ons mensen.
O ns bestaan en ons kennen is er alleen maar door en ten overstaan van het zijn en kennen van God. Gelukkig ook maar, bevrijdend ook maar. Anders zou ik mezelf aan mijn eigen haren uit het moeras van het bestaan moeten optrekken. De haren van mijn godsgedachte. Ik zou ook van mijn eigen op God geprojecteerde vergeving moeten leven.
Gelukkig dus maar dat God kent en weet. Dat kennen kunnen we een beetje begrijpen vanuit ons menselijk kennen, al gaat het er wel ver boven uit. De HEERE kent volmaakt (zie 1 Sam.2:3; Job 37: 16; Ps.139:6).
Volkomen
Dat volmaakte geldt voor wát Hij weet en kent. Hij is de Alwetende. Hij kent Zichzelf en Zijn werken (Hand.15:18; 1 Kor.2:10, 11). Hij kent ook alle dingen buiten Zichzelf: de dingen van de natuur (Ps.147:4; Matth.10:29), de volken en individuen met hun gedachten, woorden en werken en hun emoties (Ex.3:7; Ps.10:14; Ps.33:13-15; Ps.139; Jer.1:5; Joh.1:49). Zijn kennen is zo volkomen dat ook de tijd geen grens voor Hem is; Hij kent heden, verleden en toekomst (Jes.46:10; Mark.13:32).
De HEERE is ook volmaakt in Zijn manier van kennen. Hij kent niet oppervlakkig; Hij kent en doorgrondt (Ps.139:1), Hij doorziet onze motieven (Jer.17:9, 10).
Altijd al
Over het bijzondere van Gods kennen is veel nagedacht. Wij mensen zijn voor onze kennis voor een groot deel afhankelijk van wat we zien en meemaken. We leren onszelf en anderen kennen door ervaring. Daar is tijd voor nodig. Maar de HEERE is de Eeuwige. Hij kent en doorgrondt bij wijze van spreken in één oogopslag. Maar ook dat is nog te menselijk gezegd, want Hij kent altijd al. We doen te kort aan het absolute karakter van Gods kennen als we zouden zeggen dat Hij tot bewustzijn van Zichzelf moet komen in de geschiedenis.
Bidden?
Rond de belijdenis van de alwetendheid Gods duikt in de geschiedenis van het christelijk geloven en denken telkens weer de vraag op naar onze vrijheid en verantwoordelijkheid. Bijvoorbeeld bij het ontstaan van de Dordtse Leerregels. Een praktische toespitsing daarvan is de vraag wat ons bidden nog uitmaakt als God de Alwetende is.
De bijbelse openbaring doorkruist hier onze logica. Zij geeft krachtig getuigenis aan de soevereiniteit Gods, die op geen enkele manier afdoet aan onze verantwoordelijkheid. We worden met klem opgeroepen om de toevlucht te nemen tot de troon van Zijn genade, met de belofte dat de HEERE ons op Zijn tijd zal helpen (Hebr.4:16).
Beleving
Belangrijker dan onze verstandelijke vragen is in de Bijbel de manier waarop de alwetendheid Gods beleefd wordt. Daar zit een donkere kant aan. We moeten bepaald niet denken dat we voor God iets verbergen kunnen. Of ons voor Zijn aangezicht vromer voor kun nen doen dan we zijn. In de opvoeding wordt dat soms misbruikt. God wordt dan een soort boeman, die er vooral op uit is een kind op iets verkeerds te betrappen. Dat dient misschien ons gemak als opvoeders, maar is beslist onheilig en onterecht.
Toch moeten we wel blijven beseffen dat God zelfs onze heimelijke zonden stelt in het licht van Zijn aanschijn, als waarschuwing voor wie meent in openlijke of huichelachtig verhulde goddeloosheid straffeloos te kunnen doorgaan. Het moge hen die God vrezen tot ootmoedige belijdenis van zonde en schuld brengen.
Troost
Toch overheerst de zonnige kant. Dat God alwetend is mag een innige troost zijn voor allen die de HEERE vrezen. In Psalm 26 vertrouwt de dichter zich toe aan een nauwkeurig onderzoek door de HEERE. Het is hem immers om de HEERE te doen (vs.11). Diep ontroerend komt dat vertrouwen uit in het laatste antwoord van Petrus op de indringende vragen van de Heere Jezus naar zijn liefde. ‘Heere, Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U liefheb.’
De HEERE weet wat in ons hart leeft. Hij kent ook onze omstandigheden (Ps.10). De HEERE weet van onze moeite en we kunnen haar getroost in Zijn handen geven. Die handen zijn genadige handen. Het geheim van die genade is Christus. Op Golgotha moest Hij ervaren dat Zijn Vader niet meer van Hem wilde weten. Hij werd van God verlaten opdat zondige mensenkinderen, die op Hem hopen, in de moeilijkste omstandigheden van hun leven tot hun troost zouden weten dat Hij alles ziet en weet.
J. Westland
Als opmaat voor de synodevergadering over het spreken over God in de kerk een serie over Zijn eigenschappen. Volgende keer: God is heilig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's