De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Veel mooie zondagen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Veel mooie zondagen

LEVE DE LEERDIENST! [1]

10 minuten leestijd

Talrijke voorbeelden maken duidelijk dat de catechismus niet voor niets het troostboek van de kerk genoemd wordt. Is dat zo omdat de Heidelberger vooral een leerboek is?

W ellicht kent u het mooie verhaal van de vrouw van ds. H.J. de Groot, een kohlbruggiaans predikant in de eerste helft van de vorige eeuw. Eens werd zij door twee deftige dames van het dorp waar ze woonde meegenomen naar de stad voor een of andere voorstelling. Die dames dachten haar daar een plezier mee te doen. Anders zou de jonge domineesvrouw in de grote pastorie vereenzamen. ’t Was al over middernacht, toen ze weer werd thuisgebracht. Zodra de dominee het knarsen van het rijtuig op het grind hoorde, liep hij naar buiten, opende het portier en liet de dames binnen. Ze liepen naar de huiskamer. ‘En, ’ vroeg de oudste vrouw hoopvol aan mevr. De Groot, ‘hoe vond je het? ’ ‘Prachtig, ’ antwoordde zij. ‘Prachtig? Wat zeg je daar eigenlijk mee? Vergelijk het eens met wat anders.’ Toen zei mijn vrouw (vertelt ds. De Groot): ‘’t Was bijna net zo mooi als wanneer mijn man de Catechismus preekt.’ De twee adellijke dames grepen elkaar bij de arm, verlieten zo snel ze konden de pastorie, stapten het rijtuig in en verdwenen in de nacht. ‘Sindsdien heb ik nog groter eerbied voor de Catechismus gekoesterd dan ik al had. Eerbied en liefde.’

Vaak moet ik aan dit verhaal denken, wanneer ik mijn catechismuspreek maak of wanneer ik zondagmiddag naar de kerk rijd om daar de leerdienst te leiden. ‘Bijna net zo mooi.’ Ik kan me wel iets voor-stellen bij de opmerking van die domineesvrouw van vroeger. Zelf vind ik de leerdiensten ook altijd mooie diensten, waarin ik met veel vreugde voorga en waarin jongeren en ouderen er meer dan eens echt voor gaan zitten.

Lievelingszondag

Laatst echter uitte een ouderling kritiek, zeer milde kritiek: ‘Waar ik u op betrap, is dat u vaak van de zondag die u behandelt, zegt dat dat een van de mooiste is.’ ’k Had dat zelf nog niet ontdekt. Maar toen ik daar later over nadacht, moest ik deze broeder gelijk geven. Want er zijn aardig wat zondagen die ik de onderscheiding ‘mooiste’ zou willen geven. Dat begint al met Zondag 1: ‘Wat is uw enige troost, houvast in leven en sterven beide? Dat ik met lichaam en ziel het eigendom van Christus ben.’ Of Zondag 6: in de voorafgaande Zondagen zijn wij als zondaren helemaal in de hoek gedrongen; we kunnen geen kant meer op; nog even, en het vonnis wordt geveld. Of is er nog iemand die het voor mij opneemt? Is er – met andere woorden – een Middelaar? Jazeker, antwoordt onze Heidelberger. Maar Wie dan? ‘Onze (!) Heere Jezus Christus, Die ons van God geschonken (!) is.’

Even later Zondag 7: ‘Wat is een waar geloof ? Een zeker weten en een vast vertrouwen.’ zw+v 2, leer ik mijn catechisanten. Een ietwat aanvechtbaar ezelsbruggetje, maar ze onthouden het wel.

Zondag 9: over God als Schepper: geen hele beschouwingen over hoe alles wel of niet ontstaan is, maar een hartveroverend antwoord op de vraag wat je gelooft met de woorden ‘Ik geloof in God’: ‘Dat de eeuwige Vader van onze Heere Jezus Christus mijn God en mijn Vader is.’

Zondag 20: ‘Wat geloof je van de Heilige Geest? Dat Hij ook mij gegeven is.’

Ik denk ook aan Zondag 23 over de rechtvaardiging van de goddeloze. Of de Zondagen over de sacramenten. En om niet meer te noemen: de Zondag over het ‘Onze Vader’: Waarom heeft Christus ons geboden zó Zijn Vader aan te spreken? Opdat er van stonde aan, in het begin van ons gebed, kinderlijk vertrouwen op God is.’ Misschien hebben sommigen van ons ook wel een ‘lievelingszondag’, zoals menigeen een lievelingspsalm of een ander lievelingslied heeft.

Een spoor

U kent ze ongetwijfeld ook: mensen in wier leven de Heidelberger een diep spoor heeft getrokken. Die aangaven dat later bovenaan hun rouwkaart Zondag 1 moest staan.

Nooit ben ik die vrouw uit een van mijn vorige gemeenten vergeten. Ernstig ziek was ze. Opgenomen in het ziekenhuis. Op een kamertje apart. Toen ik weer een keer bij haar kwam en vroeg of ze ’s nachts slapen kon, zei ze: ‘Nee, niet altijd. Maar als het niet lukt, ga ik gewoon de Catechismus opzeggen. En als het ’s morgens licht wordt, zoek ik in mijn Bijbeltje de regels op die ik niet meer weet.’ Dat heeft diepe indruk op me gemaakt. Ik heb het dan ook al dikwijls tegen mijn catechisanten verteld.

En nog niet zo lang geleden ontmoette ik iemand die zeer ontstemd was over een artikel waarin een theoloog de verzoening door voldoening anders ging interpreteren. Hij vond dat schokkend, omdat daardoor het hart van het evangelie werd aangetast. Emotioneel citeerde hij toen vraag en antwoord 40: ‘Waarom heeft Christus Zich tot in de dood moeten vernederen?

Omdat vanwege de gerechtigheid en waarheid Gods niet anders voor onze zonden betaald kon worden dan door de dood van de Zoon Gods.’ Je merkte: dat was voor deze persoon geen theorie, nee, dat was z’n houvast geworden, omdat hij in de gaten had gekregen wat voor strafblad hij had tegenover God.

Leerboek

Voorbeelden te over dus waardoor duidelijk is dat onze Catechismus niet voor niets genoemd wordt het ‘troostboek der kerk’. En misschien is de Heidelberger vooral zo’n troostboek, omdat het een leerboek is, een leerboek waarin de ‘leer’ zeer zuiver vertolkt wordt. Meer dan eens wordt ons wijsgemaakt dat de (geloofs)leer hete hoofden en koude harten oplevert. Zeker, dat kan, als wij de leer niet liefhebben. Maar hebben we dat wél en hebben we met name de Meester van die leer lief, onze Heere Christus, – dan levert deze leer heldere hoofden en warme harten op.

Trouwens, in de Schrift neemt het leren een vooraanstaande plaats in. ‘Mijn volk, neem Mijn leer ter

oren, ’ zo begint de één-na-langste Psalm. En de langste Psalm is één langgerekt loflied op de leer, zoals die in de Thora opgetekend staat. De Thora zelf zegt ons hoe wij met God en onze naaste hebben

te leven. Daar biedt zij de veilige en beloftevolle kaders voor. Met andere woorden: hoe dieper we ons ingraven in de leer, hoe meer het leven als christen gestalte krijgt. Hoe dikwijls komen we in de evangeliën Jezus niet tegen als Leraar. Denk aan het begin van de Bergrede: ‘En Zijn mond geopend hebbende, leerde Hij hen.’ En aan het eind: ‘Hij leerde hen als gezaghebbende.’ En: Hij leerde in hun synagogen (meervoud!). Hij leerde in de tempel. Hij leerde vanaf een schip. Nicodemus zegt: ‘Gij zijt een Leraar, van God gekomen.’ Op Goede Vrijdag wordt Christus door de hogepriester ondervraagd aangaande Zijn leer.

Na Pinksteren leggen ook de apostelen grote nadruk op de leer. Paulus spreekt meer dan eens over ‘de gezonde leer’. Hij prijst de gemeente van Rome, omdat ze van harte gehoorzaam is geworden aan de leer. De gemeente van Efeze waarschuwt hij om zich niet te laten meesleuren door ‘allerlei wind van leer’. Timotheüs wordt opgedragen acht te hebben op zichzelf en op de leer.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden; er is nog veel meer. Om het heel eenvoudig samen te vatten: leve de leer!

Applaus

De Vroege kerk heeft ook veel nadruk gelegd op de leer. Je was niet zomaar belijdend lid. De laatste weken voor je belijdenis deed, moest je elke dag naar de voorganger luisteren om onderwezen te worden in Gods grote daden. Hoogtepunt was de mededeling van de Twaalf Artikelen. In de

Paasnacht moest je die opzeggen te midden van de verzamelde gemeente. Wie iets wegliet, kon rekenen op afkeurend gemompel. Deed je het goed, dan kreeg je applaus. In de Middeleeuwen was het

voor de gewone gelovige genoeg, als je geloofde wat de kerk gelooft. Daartegen is de Reformatie te velde getrokken. Luther schreef zijn Kleine en Grote Catechismus. De Grote was bestemd voor de predikanten, vaak ex-priesters met een gebrekkige opleiding. De Kleine Catechismus was bestemd voor gebruik in het gezin en om persoonlijk over te mediteren. Luther zelf was daar heel trouw in.

Ook Calvijn heeft diverse catechismussen opgesteld. Hij moest niets hebben van het ‘ingewikkelde geloof ’ van de Roomse Kerk. Niet ingewikkeld in de zin van moeilijk, maar ingewikkeld zoals je een zwachtel ergens omheen wikkelt. Dat kan verstikkend werken. Daarmee werden de reformatoren volop geconfronteerd. Ze hebben de zwachtels dan ook één voor één losgehaald om het (bewuste) geloof volop ruimte te geven.

Dat is het geloof ‘dat (definitie Calvijn) een vaste en zekere kennis is van Gods welwillendheid jegens ons, welke – gegrond op de waarheid van Zijn genadige belofte in Christus – door de Heilige Geest aan ons verstand wordt geopenbaard en in ons hart wordt verzegeld.’ Het geloof is dus vóór alles kennis, kennis waar zowel ons hart als ons verstand in meedoet en waar je dus met heel je wezen bij betrokken bent.

Frederik de Vrome

Deze visie treedt ook helder aan de dag in Heidelberg, waar keurvorst Frederik de Vrome aan het bewind is, wanneer daar op zijn initiatief in 1563 de Catechismus wordt ingevoerd. Een groots ideaal zweeft hem voor ogen, namelijk dat al zijn onderdanen aan de hand van deze Catechismus in de christelijke leer zullen worden onderwezen. Met het oog daarop bepaalt hij dat in elke zondagmorgendienst, in steden en dorpen, een stuk van de Catechismus moet worden voorgelezen. Tot dit doel is de Catechismus in negen hoofdstukken verdeeld. In negen weken wordt dus de hele Catechismus aan de gemeente voorgelezen. Op de tiende Zondag leest men een aantal bijbelteksten voor. Dan begint de hele cyclus opnieuw. Zo hoort men dus vijf keer per jaar de hele Catechismus voorlezen. Daarnaast moet elke zondagmiddag een gedeelte van de Catechismus door de predikant worden uitgelegd, zó dat men er in een jaar doorheen is; vandaar de indeling in 52 Zondagen.

Verder is opmerkelijk dat keurvorst Frederik zijn Catechismus in een kerkorde heeft laten opnemen.

Veelzeggend. Daaruit blijkt wat de diepste bedoeling van een kerkorde is: zij wil de gemeente zó ordenen dat zij onderwezen wordt in de heilige leer. Wanneer we de Catechismus in de kerkorde van de Pfalz opzoeken, komen we haar tegen tussen het doop- en het avondmaalsformulier. Ook dat is veelzeggend: het onderwijs in het christelijk geloof vindt zijn vertrekpunt bij de doopvont, waar men in de gemeente, in Christus is ingelijfd, en werkt heen naar de avondmaalstafel, waaraan men geroepen wordt om de dood des Heeren te gedenken, nadat men belijdenis heeft gedaan.

Niet lang nadat de Catechismus in Heidelberg was ingevoerd, werd hij ook in Nederland geïntroduceerd. Diverse synoden schreven voor hoe zij hem in kerken en scholen gebruikt wilden zien. Elke predikant moest hem ondertekenen. Ook werd de opdracht gegeven een verklaring op de Catechismus te schrijven. Helaas was er ook verzet tegen wat werd voorgeschreven. Niet elke predikant en niet elke gemeente had zin in een middagdienst.

Toch moet het, zei de Dordtse synode, ook al zitten slechts de gezinsleden van de predikant in de kerk. Bij de overheid drong men erop aan alle onnodige arbeid, alle spel en ook alle drinkgelagen op zondag te verbieden. Voorts kregen de schoolmeesters de opdracht de kinderen tweemaal per week te onderwijzen uit de Catechismus. Ook dat was niet altijd een succes, vanwege het feit dat zeker aanvankelijk de onderwijzers niet toegerust waren, alsook vanwege het feit dat in de Catechismus soms zeer lange antwoorden voorkwamen. Maar in veel gemeenten bleek de Catechismus(prediking) wel een succes.

Godzijdank tot op de dag van vandaag. Reden waarom de vrouw van ds. De Groot kon zeggen dat de uitvoering die ze had bijgewoond bijna net zo mooi als de Catechismuspreek van haar man.

H.J. Lam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Veel mooie zondagen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's