Middel tegen brave prediking
JONG IN DE KERK [4, SLOT]
Hoe bereik je jongeren in de gemeente? Is aanpassing aan hun levenswereld en taal gewenst of moet de bijbelse boodschap juist scherper worden gebracht? Over deze vraag schrijven HGJB-directeurds. Harmen van Wijnen en drs. Henk Massink, gemeente- en kerkenraadslid in Houten, elkaar. Vandaag de vierde en laatste brief.
Beste Henk,
W e zijn nog lang niet klaar, zo eindigde je de vorige brief. Het gesprek dat we hebben opgestart, komt goed op gang en daagt uit om steeds dieper te gaan. Je vraagt me om concreet te worden op het terrein van de prediking. Hoe kunnen in de preek inhoud en methode samen de waarheid werken, is dan de vraag.
Twee dingen hierover. In de eerste plaats: de preek is te allen tijde een onderdeel van het geheel van de eredienst. Een preek kan nooit op zichzelf staan. Als de gemeente samenkomt op de zondag, dan is de gehele eredienst een heilig gebeuren. Letterlijk apart gezet in tijd, op een geheiligde dag, en apart gezet in ruimte, in een godshuis waar de gemeente samenkomt. De gemeente is onderdeel in dit gebeuren en doet dus ook mee in de liturgie. Is dat een relativering van de preek? Nee, het is een opwaardering van het geheel van de eredienst. Waarom zeg ik dit? Omdat ik denk – en dat is mijn tweede punt – dat er een gevaar bestaat dat de verkondiging eenzijdige nadruk krijgt. Dat is niet terecht: de verkondiging wordt dan in zijn geheel (!) gelijk gesteld aan inhoud.
De preek is echter ook een methode. Verpakt in woorden, in zinnen, in taal probeert de predikant de kern van het Evangelie open te leggen. Gods Geest wil deze woorden gebruiken en daarom mogen we heel creatief zijn in het gebruik van vorm en methode.
Onze taal, woorden en zinnen raken geschapen mensen in heel hun zijn: hoofd, hart en houding. De taal moet helder zijn, verstaanbaar, toepasbaar. De preek mag geen eentonige monoloog zijn met een taalgebruik uit collegeboeken dogmatiek. Een predikant moet Gods Woord in relatie brengen met de concrete werkelijkheid van de hoorder. De preek moet gaan over het leven van de man, vrouw en jongere die voor hem zitten, over het leven van alledag, het leven in het gezin, het leven in de gemeente, het leven in de samenleving. In dat leven moet het Evangelie verkondigd worden. Het moet oproepen om dat leven voor Gods aangezicht te brengen, om de zonde te ontdekken, om terechtgewezen te worden, om vertroost te worden, om bemoedigd te worden.
Jij geeft aan dat de inhoud geen voet te hoog mag blíjven zitten. Dat veronderstelt een verkondiging op verstandelijk niveau. Voor mensen als jij en ik is dat misschien om van te smullen. Maar dat is eerder ónze afwijking dan een tekortkoming van anderen. Ik zeg: de preek mag geen voet te hoog bínnenkomen. Onze gereformeerde traditie is vooral een gebeuren geworden dat met kennen en kennis te maken heeft, in een taal die de hoorder niet (meer) begrijpt. De gekozen taal en vorm dreigen dan gelijk gesteld te worden aan de inhoud. We krijgen dan een geestelijke, haast mystieke taal die totaal anders is dan de taal van alledag. We krijgen dan vormen die doorschieten in traditionalisme en afleiden van de kern. Zo wordt de kloof tussen eredienst en leven van in ieder geval jongeren in stand gehouden.
Een te snelle verbinding tussen het geschapen-zijn en de methode zie je als een risico. Ik denk dat hier ergens de schoen wringt. Ik merk dat jij een hiërarchie aanbrengt tussen inhoud en methode. Inhoud staat boven methode. Inhoud heeft te maken met ‘geestelijke dingen’ en methode met ‘wereldlijke gevoelens’. Is dit niet een verkeerde tegenstelling? Jij bent bang voor een sterke nadruk op het methodische omdat dat niet leidt tot een beter begrip van het Evangelie. Ik ben bang voor het omgekeerde. Als we geen oog hebben voor de methodische kant, zou dat de boodschap van het Evangelie wel eens dramatisch in de weg kunnen staan.
Ik heb de indruk dat we het op veel terreinen met elkaar eens zijn. Dat geeft een verwantschap en een gezamenlijke grond om elkaar te bevragen. Ik heb dat zeer gewaardeerd in jouw brieven. Ik wil je daarvoor in ieder geval hartelijk bedanken. Ik mis dat wel eens in ‘onze kringen’: een plaats waar je open, eerlijk en veilig met elkaar over deze zaken in gesprek kunt gaan. Voor mijn gevoel is ons gesprek nog niet afgerond. Wie weet, kan het door ons of door anderen voortgezet worden.
Ik wil je van harte Gods zegen toewensen in je gemeente en in de werkzaamheden.
In Christus verbonden,
Beste Harmen,
G oed om nog stil te staan bij de preek. Dank voor je voorzet. Het klopt dat ik de verkondiging zie als het centrale element van de eredienst. De eredienst is zeker meer, maar het hart blijft de uitleg en toepassing van het Evangelie. Het is het getuigenis van Christus met de oproep ons met Hem te verzoenen. Uit het hart tot het hart. Ik heb er geen moeite mee om de preek te zien als de methode (de weg waarlangs) bij uitstek waardoor God de mens wil ontmoeten.
Ik kan me helemaal vinden in de beschrijving die je geeft van wat een preek moet doen: mensen raken in heel hun zijn. Ook over de begrijpelijkheid en toepasbaarheid zijn we het eens. Inderdaad, een preek moet niet eentonig zijn en de taal die de voorganger bezigt mag niet dezelfde zijn als die van een dogmatisch studieboek. Ik heb in mijn voorgaande brieven ook willen zeggen dat het in de kerk om meer gaat dan ons verstand.
Wij zien beiden een ontwikkeling, maar die beoordelen we op een verschillende manier. Jij stelt dat de preek in de gereformeerde traditie te veel een verstandelijke zaak is geworden. Zelf heb ik dat met de uitdrukking ‘een voet te hoog’ ook willen betogen. De verkondiging van wet en evangelie vraagt om geloof en bekering van het hart. Als de prediker daar niet op aandringt en de Heilige Geest dat niet werkt, ga ik met een pakketje kennis weer naar huis. Onaangedaan.
We zijn het eens in de afwijzing van een al te verstandelijke benadering van de hoorder. De Gereformeerde Bond staat in een traditie waarin dat gevaar ook is onderkend. Mensen uit de Nadere Reformatie benadrukten dat het geloof een zaak is die niet buiten de ervaring om gaat en dat dat in het leven van de gelovige zichtbaar wordt. Ik zie een herontdekking van de prediking in die zin, direct en concreet bijbels en met een krachtig appèl op het hart van de hoorder, als een remedie tegen een al te brave prediking. Een scheutje puritanisme zou niet verkeerd zijn.
Ik kan jouw oplossing voor een al te verstandelijke benadering nog niet helemaal meemaken. Want wat is nu precies een benadering waarin meer rekening wordt gehouden met de hoorder als schepsel van God? Ik ben het ermee eens als je daarmee de levenssituatie van de hoorder serieus wilt nemen. Ik ben het er niet mee eens als we dan minder aandacht hebben voor wat juist niet bij de schepping hoort: de zonde. Meer aandacht voor het concrete leven van de hoorder kan niet in mindering komen op de aandacht voor goed en kwaad daarin. De geestelijke dimensie, al of niet in Christus zijn, behoort evenzeer tot dat concrete leven. Kortom, over dit punt zou het gesprek eigenlijk nog verder moeten gaan.
Het gaat om de kern, zeg je. Mee eens. Wat is de kern? Ik denk dat de kerk dat duidelijk genoeg heeft verwoord. Denk ik te Grieks als ik de inhoud van de christelijke, zeg gereformeerde, belijdenis wil verdedigen? Ik weiger mee te gaan in een stijl van denken waarin elke vorm van kennis verdacht is. Het gevaar is te groot dat we zo kostbare inhoud verliezen. Een methode hanteren is prima, ook voor de geestelijke dingen. God schakelt mensen van vlees en bloed in. Maar tegelijk geldt dat de natuurlijke mens niet de dingen begrijpt die van de Geest van God zijn.
Ik heb het gewaardeerd zo met je in gesprek te gaan. Van harte ook Gods zegen toegewenst op je werk, zodat je tot zegen mag zijn van de jonge generatie in de gemeente en in het geheel van de kerk. Ik heb je voorkeur zo veel mogelijk gerespecteerd om geen voorbeelden te noemen uit jullie materiaal. Dat maakte mijn geschrijf abstracter dan ik had gewild. Ten slotte, ik vond het bijzonder dat je de preek wilde plaatsen in het kader van de heiligheid van de eredienst. Ik zie uit naar het moment waarop je voor kinderen en jongeren de heiligheid daarvan gaat toelichten.
Hartelijke groet,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's