Rattennest vol ketterijen
DE GOUDSE CATECHISMUS [1]
Het liberale beleid van de overheid ten aanzien van de godsdienstvrijheid levert Gouda 400 jaar geleden de benaming rattennest en drekwagen van alle ketterijen op. In die tijd verschijnt de Goudse Catechismus.
M et de keuze voor de Sint- Janskerk in Gouda voor de openingsbijeenkomst van Refo 500 komende zaterdag, kan de organisatoren enige humor niet ontzegd worden. Het is wel te hopen dat de bijeenkomst ordelijker verloopt dan de dienst in juli 1619 waarvan de acta van de Particuliere Synode te Leiden uitgebreid verhalen. Nadat alle Goudse predikanten door de Dordtse Synode zijn afgezet, wordt in de Grote Kerk de eerste contraremonstrantse dienst gehouden. Drie predikanten heeft de synode voor deze dienst uitgezonden: Gideon van Sonnevelt, Eleazer Swalmius (in 1637 geportretteerd door Rembrandt) en Gisbertus Voetius.
Zij komen die zondag in een volle Sint-Jan, maar merken wel dat al dat volk ‘niet en quamen om Godts woort te hooren’. Er wordt geschreeuwd, ‘met stenen opt portaal gesmeten, de messen geslepen, de bancken verset, op ende nedergeworpen, ende onder de predicatie de honden by staerten opgenomen ende onder het volck geworpen (…) in het singen na de predicatie ijselick tegengeschreut ende gesonghen (…), oock met oneerlicke liedekens’. Na de dienst moet een officier de drie mannen ontzetten en ‘’tvolck gestuijt’. Als zij onderweg naar een herberg op de Markt nog een steen nageworpen krijgen, wordt op aandringen van de magistraat besloten de middagdienst te schrappen. Voor de contraremonstranten zal deze gebeurtenis een bevestiging zijn van de uitspraak van de Goudse classis (Schoonhoven, dinsdag 16 januari 1619), namelijk dat ‘de stadt van der Goude (…) altyt is geweest het rattenest ende den dreckwaghen van alle ketterijen’.
Godsdienstvrijheid
De weinig verheffende benaming heeft Gouda te wijten aan het liberale beleid van de overheid in de stad ten aanzien van de godsdienstvrijheid. De Tachtigjarige Oorlog is er volgens de bestuurders van de stad niet zozeer ‘omwille van de godsdienst’, maar ‘omwille van de vrijheid’, vrijheid van religie en geweten. Allerlei boekdrukkers weten de stad dan ook te vinden. Ook D.V. Coornhert, die op last van de magistraat van Delft – na druk van de predikanten – Delft moet verlaten, zal in 1588 zijn toevlucht nemen tot Gouda. Met Coornhert is de Goudse raad wars van gewetensdwang. Of die dwang komt van een Spaanse of Geneefse inquisitie, maakt niet uit.
Coornhert is ook de man die ageert tegen de belijdenisdwang van de gereformeerde synoden, de Heidelbergse Catechismus incluis. In zijn Proeve vande Nederlantsche Catechismo (1582) keert hij zich met name tegen de leer van de erfzonde, zoals deze ter sprake wordt gebracht in vraag en antwoord 5, 60 en 114. Voor Coornhert staat het vast dat de wedergeboren mens – door de werking van Gods Geest – de geboden van Christus – Wiens geboden niet zwaar zijn – volledig kan naleven. Daarnaast maakt hij onder andere in Tsamenspruecken vande predestinatie ende schinkinge Godes bezwaar tegen ‘vertwijffelde leere’ van de gereformeerden inzake de dubbele predestinatie. De calvinisten, meent Coornhert, maken van God een wrede tiran, die niet het heil van allen wenst.
Erfzonde en dubbele predestinatie
De bezwaren van Coornhert lijken gedeeld te worden door de predikant van de Sint-Janskerk, Herman Herberts. In 1582 is hij vanuit Dordrecht – zonder attestatie van de gemeente en classis – naar Gouda gekomen. In zijn Dordtse tijd heeft in een preek over Filippenzen 4:13 betoogd dat een christen in dit leven tot volmaaktheid kan komen.
Met Coornhert (en in de lijn van Erasmus) vindt hij dat de leer van ‘het kleine beginsel’ de zedeloosheid in de hand werkt en het deugdzame leven niet bevordert. Daarnaast tekent ook Herberts bezwaar aan tegen de dubbele predestinatie: ‘Daer wert Leven ende Doot, tot verkiesinghe voorghesteldt. Nu mach die Mensche een van beyden verkiesen.’ In zijn Bekentenisse van 1591 stelt Herberts dat God alle mensen voorbestemd heeft tot heil. Dat God mensen van eeuwigheid verwerpt, is strijdig met Zijn liefde, sterker, het is godslasterlijk, omdat ‘ghy Godt (dewelcke liefde is) t’ghene dat den duyvel toecomt/ dat is haet/ zijt
toeschrijvende/ ende noemt also God den duyvel ende den duyvel Godt.’
Mannen als Herberts en Coornhert maken het de gereformeerden niet makkelijk. De Nationale Synode te Den Haag (1586) rekent beiden tot de ‘onrustige gheesten’. In 1591 wordt Herberts zelfs geschorst, om kort daarna door ingrijpen van Van Oldebarnevelt en Uytenbogaert ‘gered’ te worden. Een actie waarvoor zij later een dure rekening zullen betalen.
Vlammende protesten
Wanneer in 1607 vanuit dit ‘rattennest’ een ‘Korte Onderwijsinghe der kinderen in de Christelijcke Religie, gedruckt tot dienst van de jeucht TER GOUDE’ verschijnt, is een terughoudende reactie door de gereformeerden voorstelbaar. Alleen al door de plaats van uitgave Gouda. Maar ook het feit dat het boekje gedrukt is door de Goudse drukker ‘Iacobus Migoen, Woonende op de Vismerckt in de Ladder Jacobs’, maakt het werkje verdacht.
De Schiedamse predikant Acronius bijvoorbeeld zegt over Migoen dat hij ‘afvallich vande ghemeynte Christi’ is en ‘die met Pelagio, Clestino, Juliano, ende andere de erf sonde, zijnde de wortel van alle quadt, verzaeckt, de volkomenheydt in dit leven droomt, ende met vele andere grove misverstanden besmet is, die hy anderen oock geerne inplanten zoude.’ Dan wordt ook nog eens duidelijk dat de Goudse predikanten Herman
In 1607 verschijnt de zogenaamde Goudse Catechismus vanuit het ‘ketternest’ Gouda. De discussie tussen voor- en tegenstanders van de Goudse Catechismus is tegelijkertijd een discussie over de revisie van de belijdenisgeschriften en een van voor of tegen de Heidelbergse Catechismus. Deze discussie zal naadloos over gaan in de bestandstwisten tussen remonstranten en contraremonstranten.
Herberts, zijn zoon Dirk Herberts en Tombergen de auteurs zijn van dit leerboekje en dat zij voor de publicatie de tekst eerst aan Arminus hebben voorgelegd. Dat geeft meer dan voldoende stof tot vlammende protesten.
Zo stelt de Franeker hoogleraar Sibrandus Lubbertus dat in dit boekje (1) veel fundamentele leerstukken ontbreken, (2) het tegen de orde van de kerk is uitgegeven, (3) overal aangepast is aan de sekte van de Libertijnen en (4) dat het vrij open de Neo-Pelagianen begunstigt, ‘die van de volmaaktheid van de mens in dit leven dromen’.
Reactie van Reynier Donteclock
Reynier Donteclock, de ‘eeuwige opponent van Coornhert’, is degene die het meest uitgebreid reageert met zijn Proeve des Gouschen Catechismi (1607). Door deze benaming van de ‘Korte Onderwijsghe’ zal het Goudse leerboekje de geschiedenis ingaan als ‘De Goudse Catechismus’. Zijn grootste bezwaar is dat de Goudse Catechismus is geschreven met als doel de Heidelberger Catechismus te vervangen.
Alleen al dit bezwaar dunkt mij ruim 400 jaar later uiterst relevant en actueel voor het onderwijs en de prediking. Want bedreigen in onze tijd tal van werkjes in jeugd- en jongerenwerk, de Alpha-cursus incluis, de leer van de Heidelberger niet? De zondeleer bepaalt toch de genadeleer? Anders gezegd: wanneer het in het stuk van de ellende scheef gaat, heeft dat gevolgen voor de verlossing en de dankbaarheid.
Gereformeerd belijden vandaag
Daarom wil ik een aantal vragen ter overweging geven:
1. Leren wij onze jongeren dat zij niet doodziek, maar geestelijk dood zijn? Dat geloven, wedergeboorte niet iets is wat wij moeten bewerken, maar dat dit iets is wat God bewerkt? Leren wij onze kinderen met de woorden van de contraremonstrantie dat zij ‘doot liggende in hare sonden, sulcx dat sij niet meer vermogens en hebben uyt haer selven, om haer oprechtelijck tot Godt te bekeeren ende in Christum te ghelooven, dan een doot mensche vermogen heeft hemselven van den dooden op te wecken…’? Hoe zit het met het sola gratia?
2. Kunnen wij nog onbevangen spreken over de uitverkiezing? En er uit volle borst over zingen? En leren wij dat God niet verkiest die gelooft, maar dat God het geloof geeft aan degenen die Hij verkoren heeft? Of zijn wij daar huiverig voor?
3. Brengt de Heilige Geest de gelovige tot volmaaktheid of blijft het toch bij een ‘klein beginsel van de nieuwe gehoorzaamheid’? Hoe zit het met het sola fide?
T.U.L.I.P.
Na de Dordtse Synode van 1618- 1619 wordt de gereformeerde leer in de Angelsaksiche wereld weergegeven met de afkorting T.U.L.I.P. De T staat daarbij voor total depravity, oftewel de totale verdorvenheid van de mens. De U voor unconditional election, de onvoorwaardelijke verkiezing. De L voor limited atonement voor de beperking van Christus’ verzoenende dood voor de mensheid tot degenen die zijn uitverkoren voor de verlossing (niet a- maar post priori! De verzoening is niet beperkt, maar de toepassing). De I voor irresistible grace, de onweerstaanbaarheid van de goddelijke genade. De P ten slotte voor perseverance (of preservation) of the saints – de onbetwijfelbare volharding in de verlossende genade van Gods uitverkorene. Geloven wij dat?
Gertjan Glismeijer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's