Grote opdracht van de mens
LUTHERS GEVECHT NAAR HET LICHT [2, SLOT]
De beste theologen kunnen huisvrouwen of jongeren, zelfs kinderen, zijn. Wat maakt de theoloog tot theoloog en de christen tot christen? Luther benoemt zes elementen.
D e genade van de Geest, de aanvechting en de ervaring zijn drie aspecten die vorige week aan de orde kwamen. Vandaag drie andere elementen die Luther noemt: de gelegenheid, het lezen van Gods Woord en de kennis van de wetenschappen. Luther plaatst de mens daarmee weer voor het aangezicht van God: mensen zijn Zijn gesprekspartners, die met Hem en over Hem kunnen spreken.
Gelegenheid
Luther is zich zeer bewust van zijn roeping en bijzondere positie. Die zijn gegeven met de tijd waarin hij leeft, de tijd waarin hij van Godswege is geplaatst. Het Nieuwe Testament kent daarvoor een apart woord: kairos, de door God aan jou gegeven tijd is door Hem uitgekozen voor jou en jij hebt in die tijd jouw speciale opdracht uit te voeren. Wanneer nu die persoonlijke levenstijd ook nog eens samenvalt met een speciaal tijdsgewricht in de geschiedenis van de wereld, dan komt het er bijzonder op aan om je roeping te verstaan en te vervullen.
Dat is het waar Luther zich zo bewust van is en hij verstaat zijn tijd als een tijd waarin God een wending gaat geven aan de geschiedenis, speciaal de geschiedenis van de kerk. Met andere woorden: de zestiende eeuw is voor Luther een van God gegeven kairos.
Grijpen
Wat heeft Luther zijn eigen tijd benut om dienstbaar te zijn aan Gods tijdswending. Want wanneer God zo’n speciale kairos geeft, dan moet een christen die ook aangrijpen. Wanneer God een tijd geeft dat het Evangelie komt tot een volk of in nieuwe kracht wordt ontsloten dan moeten mensen ‘grijpen’ en niet meer loslaten. Zo’n bijzondere tijd gaat immers ook weer voorbij. En grijpen we niet toe dan staan we weer met lege handen.
De grote vraag voor ons protestanten is of de bijzondere tijd van het protestantisme niet voorbij is. Onlangs stelde de bekende Anglicaanse theoloog uit Oxford, Alister E. Mc- Grath, deze vraag indringend aan de orde. Kan het zijn dat wij als protestanten niet heb-
ben toegegrepen en vastgehouden en zelf onze tijd voorbij hebben laten gaan? Voor ons een indringende vraag, juist bij een reformatieherdenking, of we wel echt bezig zijn met de dingen
waar het in ons tijdsgewricht om draait of dat we alleen maar bezig zijn met de verheerlijking van het verleden.
Gods Woord lezen
Voor Luther is het taalonderwijs uiterst belangrijk geweest. En omdat hij niet alleen geroepen werd om de kerk maar eigenlijk ook de staat en de maatschappij te hervormen, schreef hij vele geschriften over maatschappelijke en algemene onderwerpen om daarover bijbels licht te laten schijnen.
Zo bemoeit hij zich ook met scholen en onderwijs. In het onderwijs is volgens hem het taalonderricht het belangrijkst. Van hoe groot belang was het immers dat de Duitsers van zijn dagen met name het Woord van God in een begrijpelijke vertaling in de landstaal zouden hebben. Zelf heeft Luther de Bijbel opnieuw integraal in het Duits vertaald. Die Lutherbijbel is in telkens gerenoveerde vorm de Bijbel van de Duitsers gebleven, tot op de dag van vandaag. Taal is zo belangrijk omdat spreken zo belangrijk is. Spreken is een bijzondere gave van God aan de mens. Zelf heeft God alles geschapen door te spreken. Hij heeft Zijn goddelijke gedachten vorm gegeven door te spreken. Ook de mens, als kroon op Gods schepping, ontving de wondere gave van het Woord. Hij kan dat horen en mag dat spreken.
Daardoor onderscheidt de mens zich van alle andere schepselen, met name ook van de dieren. De grote opdracht van de mens is het horen naar God en het spreken tot God, vervolgens het spreken over
en nadenken over God. Om met behulp van de gave van het woord ook over alle andere dingen in de wereld te kunnen nadenken en die dingen te kunnen ordenen in de wetenschappen. Het geven van namen aan de dieren is daarvan de eerste uitdrukking.
Krachtig
Hoe bijzonder is het dus om het Woord van God te mogen ontvangen en ook om de gave van het Woord in taal en communicatie en wetenschap te mogen inzetten. Het bijzondere van het Woord van God is dat het krachtig, indringend en werkzaam is.
Luther heeft daarvan een sterk besef gehad. De kracht van alle dingen die er gebeuren in de kerk ligt in het
Woord van God. Daarom staan alle ambten in de kerk ten diepste in dienst van het Woord. Alle ambten bedienen het Woord.
Ook de kracht van de sacramenten ligt in het Woord. Het Woord van God maakt de sacramenten tót sacrament. Het Woord komt bij de gewone dingen die de elementen zijn en maken die tot werkzame tekenen van Godswege. Tekenen, niet met een automatische werking, maar wel werkzaam als Woord-werking. Omdat het Woord krachtig is, daarom zijn Woordbediening en sacramentsbediening van Godswege krachtig tot zaligheid. Daarbij moet geen scheiding worden gemaakt tussen de werking van het Woord en die van de Heilige Geest. Ook hier geldt: wat God samengevoegd heeft scheide de mens niet.
Kennis van wetenschappen
Luther was geen studeerkamertheoloog. Ook geen christen met een boekje in een hoekje. Hij heeft midden in de tijd en in de wereld gestaan. Hij zag dat als roeping. Daarom moet een christen zijn tijd en zijn omgeving ook kennen. Mensen hebben de wetenschappen nodig, niet alleen om wereld en tijd en omgeving te kennen, maar ook om met die wetenschappen naar de Bijbel te gaan. Hoe je het ook keert of wendt, je zult in de eerste plaats de Bijbel moeten kunnen lezen.
Daarom is voor Luther de grammatica van de taal het fundament van alle wetenschap. In de opvoeding en opleiding van kinderen behoort naar Luthers besef de Bijbel bij christenen een hoofdrol te spelen, en in verband daarmee het taalonderwijs. Alles wat verder volgt moet in relatie staan tot die Bijbel.
Nadat je de Bijbel hebt leren lezen, zijn er talloze opdrachten te vervullen, al was het maar om het Woord Gods in verstaanbare taal te kunnen spreken, door te geven en toe te passen in de wereld. Het mag niet gebeuren onder christenen dat jonge mensen zich in allerlei wetenschappen moeten verdiepen en storten zonder dat hun het verband met het geloof en met God aangereikt wordt. Hoe moeilijk is het niet om alleen en geïsoleerd dat verband te vinden.
Luther heeft in de zestiende eeuw de grote gave ontvangen om alles wat er in de wereld voor handen was en gebeurde in verband te brengen met de Bijbel en met God. Wij kunnen wat dat betreft veel van hem leren, maar we staan in onze tijd natuurlijk wel met eenzelfde opdracht en in weer heel verschillende omstandigheden. Als je alleen al bedenkt welke vlucht de wetenschappen hebben genomen, dan weet je dat de opdracht anders en nog moeilijker is dan in Luthers tijd. Maar hij zou zijn mouwen opstropen, dat staat vast.
Reden te meer om te bedenken dat Reformatie een altijd doorgaande zaak is. Een intense studie van de Bijbel kan ons de goede weg wijzen en verder wijst Luther ons een pad. Maar het is altijd opnieuw de Bijbel geweest die nieuwe wegen en een nieuwe toekomst opende.
J.J. Verhaar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's