Kerk is ds. Hendrikse-moe
Synode behandelt rapport ‘Spreken over God’
Hij hield de gemoederen bezig, schrijvend en uitdagend. Zijn boek leidde tot honderden protestbrieven en maandenlang classisberaad. Nu neemt de synode de regie en behandelt het rapport ‘Spreken over God’. De naam van ds. K. Hendrikse komen we er niet in tegen. De kerk is hem moe.
D e Protestantse Kerk geeft ds. K. Hendrikse geen podium, ook niet in het kritiseren van zijn optreden en opvattingen. De kerk wil komen tot belijdend, kerkelijk spreken over God. Dat we hier de naam van de Zeeuwse predikant toch noemen, is om dit te signaleren. Te veel heeft hij de aandacht gevangen en de verkoopcijfers van zijn boek bevorderd.
Ondertussen erkent het rapport wel dat er breed in de kerk en de samenleving gedachten over God en geloof circuleren die niet stroken met de openbaring van God in Zijn Woord. We kennen het ietsisme, paraplubegrip voor elk denken dat er tussen hemel en aarde iets moet zijn. Daarnaast weten we dat in vele boekhandels de afdeling ‘esoterie’ – waarin God geen persoon is, maar een wijze van zijn, een vonk of kracht – meer ruimte inneemt dan de afdeling godsdienst of christendom.
Overigens, het hebben van andere gedachten over God kan ook uit aanvechting geboren zijn. Het gebrek aan Godservaring in onze cultuur, het ervaren van aangrijpend levensleed, de confrontatie met andere religies – het kan mensen in een crisis brengen ten aanzien van het Apostolicum: ‘Ik geloof in God, de Vader, de Almachtige, de Schepper…’ Om al die redenen spreekt de kerk volgende week donderdag over God.
Niet zonder risico
Spreken over God is niet zonder risico, zeker niet in een kerkelijke vergadering. De Heere heeft Zich niet bekendgemaakt opdat we over Hem discussiëren, maar opdat we voor Hem buigen, Hem erkennen en Zijn Naam prijzen. Na de zondeval zou het rechtvaardig geweest zijn als de kennis van Hem van de aarde verdwenen was. En daarom is het wonderlijk dat we aan het slot van Genesis 4 lezen: ‘Toen begon men de Naam van de HEERE aan te roepen.’ In de kerk spreken we over God vanuit de erkenning dat Zijn Naam uit genade op aarde woont en werkt. Wie daaraan voorbijgaat, kan als kerkganger, als synodelid Zijn Naam ijdel gebruiken.
Tegen deze achtergrond gezien zou het winst zijn als de notitie van de synode als titel had ‘Belijdend spreken over God’ in plaats van Spreken over God. Die titel zou overigens goed bij de inhoud van het rapport passen, want dr. A.J. Plaisier, de auteur, geeft aan dat de handreiking het verzoek om belijdend over God te spreken, serieus neemt.
Zeggingskracht
Dankbaar zijn we voor de inzet in het eerste hoofdstuk, waarin de lijn loopt naar Hebreeën 1, het woord dat God, na op veel manieren door de profeten gesproken te hebben, ‘in deze laatste dagen tot ons gesproken heeft door de Zoon’. Mensen zijn niet begonnen over of tot Hem te spreken, God heeft Zichzelf ter sprake gebracht. ‘Dat heeft een zeggingskracht die verder gaat dan elk bewijs.’
Richtinggevend is ook dat de notitie het ‘persoonlijk spreken over God’ het volle pond geeft, omdat anders het bijbelse spraakgebruik verlaten zou worden. Hiermee neemt de kerk afstand van het ietsisme: ‘De meer persoonlijke taal voorkomt dat God als een Iets wordt gezien.’ Tegelijk gaat Hij de denkcategorieën van ons mensen te boven en is er in de christelijke traditie vanouds ook ‘onpersoonlijk’ over Hem gesproken. Immers, Hij draagt deze wereld, is alomtegenwoordig, eeuwig.
De kerk voorop?
Het is opvallend dat in het rapport het laatste hoofdstuk ‘Een belijdende kerk’ luidt, terwijl in de hoofdstukken daarvoor verwoord is wat de inhoud van het belijden is en op welke wijze mensen God in hun leven ervaren. Ik herinner eraan dat ds. W.L. Tukker – de in 1988 overleden oud-voorzitter van de Gereformeerde Bond, die ons zoveel geleerd heeft over de liefde tot Gods kerk en haar gemeenschap tot het klassieke belijden – bewust eerst over de kerk sprak en dan pas over haar belijden(is). Want een belijdenis kan er alleen zijn omdat er een kerk is die belijdend spreekt, de eeuwen door. Als de kerk voorop staat, kunnen we haar telkens terugroepen tot haar eigen oorsprong.
We houden het erop dat het een methodische keuze is geweest om het rapport Spreken over God uit te laten lopen op het hoofdstuk over de belijdende kerk. Ondertussen hebben we, als we bij dit hoofdstuk komen, al veel waars en
goeds gelezen over Wie God is en hoe mensen Zijn aanwezigheid in het leven opmerken.
Drie-enige
Het rapport wil luisterend naar de Bijbel ontdekken hoe wij over God kunnen spreken. Daarbij is er zowel oog voor dat God verheven en heilig is én dat Hij Zijn bemoeienis met mensen toont en tot onze vreugde nabij is.
Belangrijk is ook dat God als de Drie-enige naar voren komt, in Zijn scheppend, verlossend en vernieuwend werk. Hoewel de belijdenis over Christus in het Nieuwe Testament een centrale plaats inneemt, is duidelijk dat vanaf het begin de belijdenis van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest een legitieme plaats ingenomen heeft. Die lijn zien we in Spreken over God terug.
God ervaren
De vraag is hoe ons belijden over God realiteit wordt in ons dagelijks bestaan, hoe we Hem ervaren kunnen. Ook daar gaat dr. Plaisier uitvoerig op in, omdat de Heere ‘geen concept, maar een bron van heil is’. Hij roept in navolging van Psalm 66 – ‘Kom, luister, allen die God vreest, en ik zal vertellen wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft’ – op tot het delen van geloofservaringen met elkaar, ook omdat het ‘van het Nieuwe Testament afspat’ dat Hij voor mensen de levende geworden is, die leven geeft.
Mag ik hier wat treffende citaten uit dit synoderapport doorgeven? • Gods Woord kan afgaan als een alarmschel die uit de slaap van onverschilligheid wekt. Dat is wat anders dan een ‘fijn’ gevoel. • God ervaren betekent ook bidden als de tollenaar: God, wees mij zondaar genadig. • Christen zijn is wat anders dan hoppen van de ene ervaringskick naar de andere. (…) Christen zijn is op de beslissende momenten terugvallen op God en zijn Woord. • Voor de een ligt de bemiddeling van het heil in de liturgie, voor de ander in de preek of in het sacrament.
Waar in de kerk en de samenleving een spirituele honger ervaren wordt, wijst dit rapport de weg van het gebed. ‘De kerk is immers een biddende gemeenschap. Dus kan er gebeden worden om nieuwe ontvankelijkheid. (…) Om zo te luisteren dat er taal over God tevoorschijn wordt geklopt uit de wereld van vandaag.’
Geen nietszeggende kerk
Op deze wijze belandt Spreken over God bij de belijdende kerk. Belijden wordt getypeerd als een antwoord op de onbegrijpelijke goedheid van God in Jezus Christus, maar ‘belijden is ook nee zeggen’, want ‘een kerk waarin alles gezegd kan worden, is een nietszeggende kerk’. Ook hier een paar citaten:
• Grenzen (in de kerk) zijn er ter wille van het heil en daarmee van de ware menselijkheid. • Wie in zijn/haar kerkelijke dienst ontkent dat God ons bevrijd heeft van duistere machten, laat toe dat de schaduw over het leven komt. • De verkondiging van de kerk geeft stem aan de God die de vernedering op zich heeft genomen om mensen te verhogen. Dat verdraagt geen compromissen.
De kerk opteert ervoor te weren wát haar belijden weerspreekt en terughoudend te zijn ten aanzien van personen. Dat is in het licht van de twintigste-eeuwse kerkgeschiedenis een herkenbare overweging, maar de vraag is of de Bijbel boodschap en persoon toch niet dichter bij elkaar houdt. Paulus zegt immers dat ‘als iemand u een ander evangelie verkondigt dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt’. Dat is geen pleidooi voor ‘ketterjacht’, maar ten minste een appèl om het gesprek te zoeken met hen die een ander evangelie verkondigen.
Spreken over God kan het geloofsgesprek in de gemeente en de classis ook na het synodeberaad krachtig stimuleren. We zien ernaar uit.
P.J. Vergunst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's