De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De afgod van de nabije god

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De afgod van de nabije god

MEDITATIE: JEREMIA 23:23

4 minuten leestijd

‘Wees voor ons niet een God van verre, maar een God van nabij.’ Dat lijkt een zinvol gebed. Bedoeld is: ‘Laat ons niet aan onszelf over en blijft U niet op een afstand van ons.’ Toch moeten we dit gebed kritisch onder de loep nemen. De god van nabij kan een afgod zijn.

Ben Ik een God van nabij, spreekt de HEERE, en niet een God van verre?

H et is levensgevaarlijk wanneer wij de HEERE God alleen als een God van nabij beschouwen en niet tegelijkertijd ook als de God van verre. De profeet Jeremia zegt in scherpe oordeelsprediking het verbondsvolk de wacht aan. Indringend maakt hij duidelijk dat de zegen van het verbond door ontrouw wordt verbeurd. Zondigen tegen de heilige God is nooit goedkoop. Veel liever had Jeremia louter troostwoorden gesproken. Maar hij kon niet anders spreken dan zoals Gods Geest het hem ingaf. Gods Woord is geen zoetsappig verhaaltje, geen praatje voor de vaak. Wie het zwaard van de Geest stomp maakt, brengt de boodschap van de ‘nabije god’ die een afgod is.

Bijziend

Jeremia doelt met een ‘god van nabij’ op een bijziende god, die niet verder kijkt dan de buitenkant van ons godsdienstige bestaan. Zo’n god is tevreden met een religieus vernis en ziet niet dat het hout onder dat vernis door en door verrot is. De profeten van deze god spelen een geruststellende herkenningsmelodie, een vanzelfsprekende troost-tune. Maar God is geen suikeroompje die onze verlanglijstjes vervult. Geen EHBO-god, die als de nood aan de man komt voor ons klaar staat en doet wat van Hem verwacht wordt, namelijk ons de voorkeursbehandeling geven waarop we menen recht te hebben.

Alwetend

De ware God is de God van verre. Dat wil zeggen: Hij is niet bijziende, maar alwetend. Zijn ogen doorlopen de gehele aarde, niets is bedekt voor Zijn gezicht. Je kunt proberen voor Hem weg te schuilen, maar de HEERE weet toch precies waar we zitten en wie we zijn. We kunnen Hem nooit door schijn bedriegen. Het gaat dus om de majesteit, de heiligheid en de heerlijkheid van God. Met deze God valt niet te spotten, Hij is de Soevereine, die zich op de berg Sinaï heeft geopenbaard als een verterend vuur.

In het heiligdom

Dit besef doortrekt de bijbelse prediking. Wanneer we in de kerkdienst samen zijn, bevinden we ons in het heiligdom. We worden stil van diep ontzag. We verootmoedigen ons en belijden onze schuld. We worden eerlijk voor God en voor elkaar. We verliezen onze pretenties en laten ons de waarheid zeggen. We werpen onze maskers af en gaan voor God door de knieën. We komen voor de rechterstoel van de Alwetende en verliezen al onze uitvluchten en excuses. We beseffen dat ons alleen de roep om genade overblijft: ‘Gena, o God, gena, hoor hoe een boeteling pleit’.

Ontbreekt deze verkondiging, dan wordt God steeds kleiner in onze ogen. De heilige God van verre schrompelt ineen tot de afgod van nabij. Hij verwordt tot een huisknecht voor moderne mensen, die moet zorgen dat het ons voor de wind gaat. Dan is God geen God meer, zonde geen zonde meer, genade geen genade meer. Alles wordt vlak en goedkoop. Er wordt niet meer uit de diepte tot God geroepen en de lofpsalmen klinken hol. De woorden staan keurig in gelid, maar zijn gedevalueerd, ze worden steeds leger en lichter, het leven vloeit eruit weg. Het kerkelijk bedrijf draait op volle toeren, maar we horen weinig meer van de tere vreze des HEEREN en de verborgen omgang met God.

Jeremia’s worden de mond gesnoerd, want hun onaangepaste boodschap past niet meer in deze verlichte tijd.

Leren zwijgen

Welk beeld van God houd ik erop na? Toch niet alleen dat van een God van nabij, maar ook de God van verre? Hebben we voor Hem diep in het stof leren buigen? Hebben we voor Hem leren zwijgen als voor de Heilige in Wie geen onrecht wordt gevonden? Het wonder wordt dat deze God van verre ons innig nabij komt. Nabij in Christus, aan de voet van het kruis. Nabij niet als de God die ons succes zou garanderen, maar nabij in de gebrokenheid en verlorenheid van ons bestaan, als Immanuël, God-met-ons. De verheven God die het heelal vervult, ligt in Bethlehem in doeken gehuld. God, die een ontoegankelijk licht bewoont, in Zijn majesteit toegezongen door talloze engelen, hangt aan het kruis totaal ontluisterd als een gevloekte. De God van verre is de God van nabij. Dat is geen valse profetie, maar het betrouwbare Woord van God. Als ik het geloof, is de Heilige mijn Abba.

J. Hoek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De afgod van de nabije god

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's