De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De catechismus is mijn Filippus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De catechismus is mijn Filippus

LEVE DE LEERDIENST [3, SLOT]

8 minuten leestijd

De Heidelberger, de eenvoudige Heidelberger, houd daaraan vast, kinderen, zei Kohlbrugge op zijn sterfbed. Hoe kunnen we beter aan de catechismus vasthouden dan door erover te (horen) préken?

D ie prediking moet, zoals elke preek, aan bepaalde eisen voldoen. Allereerst op het vlak van de welsprekendheid en de preekkunde. Dat is het ambacht dat een dienaar van het Woord dient te beheersen. Al ben ik de eerste om ook weer te zeggen: laten we het betrekkelijke van boeiend preken inzien.

De catechismuspreek is voor een predikant altijd een mooie gelegenheid zich te verdiepen in theologische vraagstellingen. Een dominee is opgeleid als theoloog en het is goed als dat op de één of andere manier doorklinkt in zijn catechismusprediking. Natuurlijk niet om kennis te etaleren, maar wel om de gemeente langs rechte sporen te leiden. Gods Woord trekt rechte sporen en heldere lijnen, dat mag zeker aan de catechismusprediking te merken zijn.

Ik denk echter dat de belangrijkste eis waaraan de catechismusprediking moet voldoen is dat ze getuigend is, existentieel, bevindelijk. De gemeente mag best merken dat in de Heidelberger, in het gelóóf van de Heidelberger, het hart van de predikant klopt. Hij hoeft niet zijn ervaring op de kansel te brengen, maar als hij uit de catechismus preekt, is hij geen notaris die een acte voorleest. Nee, hij is een heraut van koning Jezus, die weet dat deze Koning hem heeft liefgehad en Zichzelf voor hem heeft overgegeven. Catechismuspreken – zo lees en hoor je her en der – willen wel eens droge, dogmatische verhandelingen zijn en dat mag natuurlijk niet.

Een voorbeeld van een catechismus­prediking die naar mijn inzicht bevindelijk, existentieel doorademd en bijbels-theologisch verantwoord is en die voldoet aan de eisen van de preekkunde, is die van ds. L. Kievit. Ze zijn via internet te beluisteren (www.verbidiviniminister.nl). Tot nu toe zijn er 45 gevonden, over dertig verschillende zondagen.

Frequentie

Als gemeenteleden en kerkenraadsleden kunnen wij ons op de catechismusprediking voorbereiden door de zondag die behandeld zal worden te overdenken en door te lezen. Een catechismusverklaring kan daarbij goede diensten bewijzen. Meestal wordt de zondag die aan de beurt is in de kerkbode vermeld, soms zelfs onder de preekbeurten.

Sinds vorig jaar plaats ikzelf een samenvatting van mijn catechismuspreek op de website van onze gemeente (www.singelkerk.nl). Op dat idee ben ik gebracht door de hervormde St. Joriskerk in Amersfoort, die een project had over de lerende gemeente. Van gemeenteleden ontvang ik positieve reacties; ze kunnen de leerdienst nu beter volgen.

Hier staat een andere ervaring tegenover. In mijn eerste gemeente ging ik ook uit de catechismus preken. Dat waren de gemeenteleden echter totaal niet gewend, onder andere omdat de middagdienst was afgeschaft. De kerkenraad vond het nodig de tweede dienst weer in te voeren. Een goede zaak natuurlijk. Van huis uit gewend aan de catechismusprediking ’s middags ging ik daar toen ook mee van start. Bij de ingang legde ik een stencil (in dat tijdperk leefden we toen nog) neer met een samenvatting. Maar dat had een averechts effect. ‘Dat zal wel moeilijk zijn’, zeiden sommigen, ‘want de dominee deelt zelfs een stencil uit.’ Zelf vind ik op dit moment een samenvatting het maximale wat je kunt doen om de eigenlijke preek heen. Er zijn collega’s die meer doen (wat op zichzelf ook goed is): ze betrekken de gemeente bij de catechismuspreek door van tevoren via mail of langs andere weg om input te vragen.

Waar ik mee zit, is de geringe frequentie van de catechismuspreek. Ik ben nu twee jaar in Ridderkerk en ik heb in die tijd twintig zondagen bepreekt. Dat is gemiddeld tien per jaar, dus nog niet eens één keer per maand. Dat is gegeven met het preekrooster, maar het zit me niet lekker. Al langere tijd zin ik erop hoe ik het gemiddelde omhoog kan krijgen. Eén keer in de twee à drie jaar de catechismus door lijkt me het minimum.

Ingebed

Wellicht is het goed nog iets meer te zeggen over de manier waarop ikzelf de catechismusprediking vorm geef. Niet omdat dat de beste manier is, maar wel als voorbeeld hoe een en ander ingebed kan worden. Zo houd ik me vrij nauwkeurig aan de tekst van de catechismus. Die heeft de gemeente immers voor zich. Ik probeer uit te leggen wat met afzonderlijke woorden en regels bedoeld wordt. Niet dat ik woord voor woord uitpluis als was het een bijbeltekst, maar we moeten ons niet te ver verwijderen van wat Ursinus heeft geschreven. Toch sla ik soms een zijweg in of inspireert een zinsnede mij een uitweiding te maken. Zo kan ik het gedachtegoed van de catechismus meer dan eens in rapport brengen

met onze tijd of met moderne vragen en theologieën. Bijvoorbeeld bij vraag en antwoord 30: ‘Geloven ook zij in de enige Zaligmaker Jezus die hun heil elders zoeken? ’ ‘Nee’, luidt het ferme antwoord. Deze vraag werd destijds natuurlijk gesteld tegenover het front van Rome. Hoevelen zijn er echter ook niet vandaag de dag die hun heil elders zoeken? De actualisering ligt voor de hand.

Nog een voorbeeld: de islam. Wijd daar een themapreek aan, zo wordt wel eens geadviseerd. Zelf voel ik daar weinig voor; de problematiek laat zich ook goed onderbrengen bij de behandeling van het eerste gebod. Of de vraag naar de kinderdoop, in de zestiende eeuw actueel dankzij de wederdopers. Vandaar vraag 74: ‘Zal men ook de jonge kinderen dopen? ’ Het antwoord kent dankzij de gedegen reformatorische theologie die erachter steekt een tijdloosheid (in de goede zin van het woord), waardoor het ook anno 2010 nog voldoet.

In principe probeer ik een zondag in zijn geheel te behandelen. Zondagen met meerdere vragen en antwoorden bepreek ik echter niet in één keer. Ik diep liever het een en ander uit (bijvoorbeeld Christus’ nederdaling ter helle, vraag en antwoord 44, waaraan ik een aparte preek wijd) dan dat ik de dingen terloops aanstip. Dat betekent niet dat ik wat is blijven liggen de volgende keer behandel, maar ik bewaar dat voor de nieuwe cyclus.

Naast de expliciete behandeling van de zondagen breng ik de catechismus ook vaak impliciet ter sprake. Op de achtergrond van de preek die ik op Hemelvaartsdag houd, speelt bijvoorbeeld altijd Zondag 18. En op tweede feestdagen neem ik de grondlijnen over van de zondagen die handelen over Christus’ geboorte en Zijn opstanding en over de Heilige Geest. Gaat het in de lijdenstijd over Barabbas, die tijdens een oproer een moord begaan had, dan komt deze figuur dichterbij aan de hand van Zondag 40 over het ‘Gij zult niet doodslaan’. Zo is er nog meer te noemen.

Mijn preekboek

Onze Heidelberger is alomvattend. Ik noemde de catechismus eerder een leerboek en een troostboek. Ik zou hem ook graag een levensboek willen noemen. Zeker, de Heilige Schrift zelf is dat ook, is dat vooral. Want de Heidelberger kunnen we missen (zij het node), maar de Schrift zelf kunnen we niet missen. Laten we de Heidelberger beschouwen als Filippus, die bij de kamerling in diens wagen plaatsnam en hem de Schrift uitlegde. De Heidelberger is mijn Filippus, mijn preekboek, mijn troostboek, mijn leerboek.

Ook mijn gebedsboek. De antwoorden die gaan over Christus’ werk laten zich eenvoudig omzetten in een dankgebed: ‘Heb dank, Heere Christus, dat U…’ En de zondagen over het gebed vormen, wanneer je de vragen weglaat, een prachtig gebed. Leven met de Heidelberger is voor mij leven uit het geloof, leven met Christus.

Catechismuschristenen

Onze Heidelberger komt de gemeente(opbouw) ten goede. Hoe meer onze gemeente leert, met hoofd en hart, hoe meer ze zal dienen. En ook: hoe meer ze God zal aanbidden. En hoe vrolijker ze haar kruis zal dragen.

Hoe meer ze ook zal leven bij waar het op aankomt. Dat zijn niet de dingen die het nieuws bepalen en waar helaas onze gedachten meer dan eens mee bezet zijn en die ons brengen tot oppervlakkige opmerkingen zoals dat de preek praktischer moet zijn. Nee, dat zijn de klassieke noties van zonde en verzoening, van geloof, gebod en gebed – zaken die ieder mens en elke generatie aangaan. Met andere woorden: onze Heidelberger doet ons weten waar we aan toe zijn en wat we nodig hebben voor tijd en eeuwigheid. Daarom stelt hij de vragen waar het op aankomt: Wat nut u? Wat gelooft u? Wat verstaat u? Ik ben daar blij mee, want uit onszelf stellen we deze vragen niet. Maar onze oude, trouwe catechismus gaat ons erin voor. Dan repeteren we zijn antwoorden. Dan zal blijken dat vooral daar waar catechismuschristenen zijn, geleefd wordt tot eer van God en de naaste wordt gediend. Want zij weten wat hun enige troost in leven en sterven is.

H.J. Lam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De catechismus is mijn Filippus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's