GLOBAAL BEKEKEN
Vorige week was ik op uitnodiging van prof.dr. G.J. Borger aanwezig bij een kleinschalig symposium aan de VU in Amsterdam, waar prof. dr. Herman G. Windt, emeritus hoogleraar Civiele Techniek van de Universiteit Twente sprak over het thema ‘Verwondering’, geplaatst in een (natuur)wetenschappelijk kader zonder religieuze vooringenomenheid. In zijn betoog gaf hij ook een stukje poëtisch proza van zijn hand over het unieke van de mens.
Jij bent uniek!
Jouw vader en jouw moeder zijn De grondslag van jouw wezen. Twee mensen maar en anders niet. Zij droegen volkeren van mensen In zich en één daarvan, ja Één alleen, was jij.
Jij kreeg één kans. Niet meer! Een race tegen miljoenen anderen. Jij was de snelste, greep je prijs: Die ene cel waar alles mee begon. Een dagje eerder of zelfs vijf minuten later, Was jij er dan geweest? Zeldzaam ben jij.
Zou er ooit nog iemand komen Als je vader of je moeder? Zouden die elkaar ontmoeten? En zou jij opnieuw ontstaan? Kansloos toch? Jij bent uniek!
Tegelijk nam ik kennis van een artikel in Volzin over een boek van de filosofe Joke Hermsen, die, eveneens buiten religieuze kaders, schrijft over ‘de ziel’ en daarover een boek publiceerde met de titel Windstilte van de ziel. Daarin schrijft ze:
De ziel is ten grave gedragen door de filosofie en wetenschap van de afgelopen driehonderd jaar. We vertrouwden voortaan alleen nog op wat we kunnen waarnemen en meten, en alle metafysica gooiden we overboord. Daarmee werd ook de ziel overboord gegooid, want die laat zich niet meten of benoemen. Maar stiekem is de ziel toch gewoon blijven bestaan. Hij is in elk geval springlevend in ons taalgebruik gebleven, in uitdrukkingen als: je bent op je ziel getrapt, een zielloze vertoning, of een bezielde dirigent. In ’Windstilte van de ziel’ laat ik zien dat filosofen als Nietzsche, Bergson en Bloch de ziel als ervaring van het hoogste belang voor de mens achtten. En dat is ook niet zo verwonderlijk. Sinds de Grieken geldt het zorg dragen voor de ziel als de belangrijkste taak van de mens. Vrijwel alle culturen spreken door de eeuwen heen over de ziel. Dan moet er toch wel iets mee aan de hand zijn. Ik noem de ziel een surplus aan menselijkheid dat we weliswaar niet kunnen meten of benoemen, maar wel kunnen ervaren.
Als het zo is dat de mens steeds meer naar de kloktijd leeft, steeds meer door de klok wordt opgejaagd, waardoor we vervreemd dreigen te raken van ons zelf en de innerlijke tijd, betekent dit dan ook dat we van onze ziel vervreemd dreigen te raken? In het Westen waar die kloktijd het dwingendst is en de mens het het drukst heeft, tref je ook het grootste cynisme en egocentrisme aan. Dat geeft te denken. Wat we nodig hebben, is meer rust, waardoor we over wezenlijke zaken kunnen nadenken. Denken is volgens Plato een innerlijke dialoog met de ziel.
v.d.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's