Twee christenen erbij
Echtpaar De Snoo kiest voor Rotterdam
Veel christenen vertrokken uit de stad. Zij zochten een woonomgeving met geestverwanten, een goed kerkelijk leven en reformatorisch onderwijs boven een leven in een geseculariseerde omgeving. Anderen zoeken de stad juist op. Waarom?
H enk en Ada de Snoo kiezen er in 2007 bewust voor om van het landelijke Sprang-Capelle in Brabant naar de ‘wereldstad’ Rotterdam te verhuizen. Waarom? En hoe is het om als christen in de stad te leven, als je de rust van een dorp kent?
De Snoo begint zijn loopbaan in het onderwijs. Hij bereikt de positie van schooldirecteur. Daarna stapt hij over naar het bedrijfsleven en het gezin vestigt zich in Sprang- Capelle. Uiteindelijk krijgt hij een eigen bureau dat communicatietrainingen verzorgt. Toch bevredigt dat hem op den duur niet helemaal. ‘Je zit in een wereld die wel erg financieel gedreven is.’
Verschillende omstandigheden dragen eraan bij dat Henk en Ada zich opnieuw gaan oriënteren. Eén daarvan is de aanslag op de Twin Towers in New York op 11 september 2001. ‘De vraag kwam: in wat voor wereld leef ik eigenlijk? In die tijd werd ook ons eerste kleinkind geboren. We vroegen ons af: in welke wereld groeit ons kleinkind straks op? ’ Wat ook meespeelt, is het verlangen naar een meer maatschappelijk betrokken werkkring.
Knop om
In het najaar van 2003 gaat de knop echt om. De Snoo besluit om als interimmer weer in het onderwijs aan de slag te gaan. De christelijke Eloutschool in Rotterdam is zijn eerste opdrachtgever, ‘een heel leuke, multiculturele, christelijke basisschool’. Hij begint er voor een periode van drie maanden. Die periode wordt verlengd met drie maanden, vervolgens met zes maanden. In 2005 komt de post van directeur van de school vrij.
Aan De Snoo wordt gevraagd om te solliciteren. Zo wordt hij directeur van de Eloutschool. ‘Daarin ervaar ik iets van Gods leiding. Ik had me eerder voorgenomen om nooit meer directeur te worden van een school.’
Omgekeerde beweging
Als De Snoo directeur wordt van de Eloutschool, denken hij en zijn vrouw er nog niet aan om naar Rotterdam te verhuizen. Werk en wonen zien ze los van elkaar. Als interimmer werk je immers dan hier, dan daar. Maar de kinderen vliegen langzamerhand het huis uit en met name de grote tuin vraagt veel onderhoud. ‘Vandaar dat bij ons de vraag opkwam: moeten we niet aan verhuizen gaan denken? ’
Tegelijkertijd worden ze gegrepen door wat er aan christelijk leven in de stad is. Als voorbeelden daarvan noemt De Snoo de beweging ‘Vrede voor de stad’, de activiteiten van de hervormde gemeente in Delfshaven en de Engelstalige zendingsgemeente International Christian Fellowship in Rotterdam-Zuid. ‘Ik heb in het verleden veel reformatorische mensen van Rotterdam zien verhuizen naar Sliedrecht, Barendrecht, Capelle aan den IJssel en andere plaatsen. Wij kwamen uiteindelijk tot de conclusie: misschien moeten wij maar eens de omgekeerde beweging maken.’ Daar zit geen hooggestemd idealisme achter. Nuchter stelt De Snoo vast: ‘Als wij er gaan wonen, wonen er weer twee christenen meer.’ De verhuizing wordt in 2007 een feit.
Na een oriëntatieperiode sluit de familie De Snoo zich aan bij De Samaritaan, een wijkgemeente met een gereformeerde ligging, die deel uitmaakt van de hervormde gemeente van Rotterdam-Cen-
trum. ‘Wij vullen het gat tussen de dertigers en de zestigplussers.’ Inmiddels zit De Snoo in de kerkenraad. Gemeente zijn in de stad is wel anders dan in een dorp. ‘Je komt gemeenteleden door de week niet tegen. Daarom is het goed dat er een bijbelkring is, die elke twee weken bijeenkomt.’
Geen zendeling
Het leven in de stad bevalt de familie De Snoo goed. ‘Rotterdam heeft een heleboel leuke kanten. Het feit alleen al dat de stad gelegen is aan de Maas heeft iets speciaals.’ Henk wijst op het uitgebreide winkelaanbod. ‘Binnen tien minuten ben je op de Coolsingel.’ Ada valt hem bij. ‘Er is altijd beweging, leven. Als je uit eten wilt, kun je uit heel veel verschillende keukens vanuit de hele wereld kiezen. Dan hoor je aan het tafeltje naast je Engels praten, wat aangeeft: je bent een stukje van de wereld.’
De familie De Snoo woont in een fraai appartement in Rotterdam-Zuid. Of er veel contact is met de buren? ‘In een gebouw als dit zit nogal wat doorstroom. Sinds kort zit De Snoo in het bestuur van de Vereniging van Eigenaren. Dat helpt. ‘Zo leer je mensen persoonlijker kennen.’ Vroeger had hij de gedachte: je moet vrienden met mensen worden om ze zo christen te maken. Nu ziet hij het anders. ‘Eerst maar gewoon vrienden worden. Soms ontstaan dan onverwachte mogelijkheden om over het geloof te spreken. Ik voel helemaal geen roeping om hier als zendeling rond te lopen.’ Wel benadrukt hij: ‘Je moet open staan naar anderen toe.’
De Snoo vindt niet dat christenen zich verplicht moeten voelen om in de stad te gaan wonen. ‘Wij wonen hier met z’n tweeën. Maar ik kan me voorstellen dat je als gezin met kinderen een tuin wilt hebben. En het moet je ook wel liggen om in de stad te wonen.’
Voor henzelf is het echter duidelijk. ‘Het is goed als christen in de stad te leven. We zijn daardoor gegroeid, vooral doordat je meer bent gaan nadenken over de vraag: hoe sta je als christen in de samenleving? Je hebt in de stad veel meer de ontmoeting met verschillende culturen. Veel meer het open staan naar elkaar. Dan valt op dat Paulus op zijn zendingsreizen altijd juist naar de steden toe gaat.’
H.L. Groenenboom
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's