De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Begin in Bleskensgraaf

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Begin in Bleskensgraaf

Boek over komst Reformatie in Alblasserwaard

7 minuten leestijd

In 1579 krijgt de Dordtse kerkenraad te horen dat de dorpen in de Alblasserwaard een eigen predikant moeten krijgen. Over de komst van de Reformatie in de waard verscheen onlangs een boek van ds. G. Hamoen.

O oit trok ds. W.L. Tukker door de Alblasserwaard met ds. F.H. Landsman, secretaris-generaal van de Hervormde Kerk. In dat gebied was ds. Landsman niet thuis, laat staan dat hij er ooit een kansel beklom. Meermalen heb ik ds. Tukker over die tocht horen verhalen. Ds.

Landsman was diep ontroerd, aldus ds. Tukker, toen hij door hem werd ingewijd in het goeddeels nog ongebroken kerkelijke leven aldaar. Zelf had ds. Tukker een grote liefde voor

de streek. Hij was predikant in Bleskensgraaf en beëindigde zijn dienst in Groot- Ammers, aan de rand van de waard.

Ds. G. Hamoen (78) begon zijn dienst in Oud-Alblas, van 1960 tot 1964. In het boek dat dezer dagen van zijn hand verscheen, Begin van de Reformatie in de Alblasserwaard, zegt hij: ‘Sindsdien voel ik mij zeer verbonden met het landschap en de geschiedenis van de Alblasserwaard.’

Mijn eigen ‘sindsdien’ gaat verder terug. De Alblasserwaard is het land van mijn voorgeslacht. Ook ik ken die verbondenheid. Daarom was ik er graag bij toen dit boek op zaterdag 13 november ten doop werd gehouden in de als museum ingerichte Gijbelandse boerderij in Oud-Alblas. In Het Voorhuis, waarin de belangstellenden opeengepakt zaten of stonden, werd het eerste exemplaar aangeboden aan prof.dr. A. Brand, afkomstig uit Giessendam, die als veearts in Oud-Alblas werkzaam was toen ds. Hamoen daar begon.

Brief

Het boek bestrijkt een periode van (slechts) veertig jaar, van 1580 tot 1620. Op 16 augustus 1579 wordt in de kerkenraadsvergadering van Dordrecht een brief voorgelezen van de Staten van Holland, waarin de kerkenraad wordt opgedragen

ervoor te zorgen dat de dorpen in de waard een eigen predikant krijgen. Op dat moment is er nog geen enkele predikantsplaats gevestigd. In 1580 komt de eerste gemeen-

te, in Bleskensgraaf. Dan volgen Sliedrecht, gecombineerd met Wijngaarden, en Goudriaan met Ottoland (1582), Alblasserdam met Oud-Alblas en Brandwijk met Molenaarsgraaf en Streefkerk (1584) en Giessen-Oudkerk met Giessen-Nieuwkerk (1586). In 1590 sluit Papendrecht de rij. En later, in 1616, komt Nieuw-Lekkerland er nog bij, tot dan behorend tot de classis Gouda. De classis speelt bij het vormen van de gemeenten en het aanstellen van predikanten een grote rol. Bij ontstentenis van gegevens uit notulen van gemeenten, heeft ds. Hamoen zijn boek samengesteld uit de classicale acta, met gebruikmaking van een keur van litera-tuur. Breed en minutieus heeft de auteur verwerkt wat hij in een jarenlange speurtocht opdiepte.

Begrafenissen

In het eerste, algemene gedeelte passeren het beroepingswerk, het weer, ziekte en dood, het familieleven, het onderwijs, andere kerken en bewegingen (lutheranen en wederdopers) de revue. In het tweede deel komen de gemeenten voor het voetlicht, met vermelding van alle wel en wee van en met alle predikanten die er in die jaren staan, inclusief de gemeente Schelluinen, die buiten de classis viel.

Vele wetenswaardigheden en anekdotes zouden te noemen zijn. Ik doe een greep. De watervloeden met alle rampspoed van dien, vooral in 1595, komen voor het voetlicht, evenals de pestepidemieën. In 1602 alleen sterft in Amsterdam 15 procent van de bevolking: 10.000 mensen.

Waar is vandaag in ons land nog sprake van melaatsheid? Dat is rond 1600 wel anders (zie Globaal Bekeken, blz. 15). En dan de discussies over ‘lijkpredicaties’ bij begrafenissen. Ze groeien in deze periode uit tot ‘loftuitingen op de overledenen’. De classis dringt aan op afschaffing ervan. Daar zit nog wel een les in voor vandaag, nu begrafenisbijeenkomsten soms ook uitgroeien tot mensmiddelpuntige gebeurtenissen, soms zelfs tot feestelijkheden.

Conventikels

In de Alblasserwaard wordt ten tijde van de remonstrantse twisten in de classis geen enkele predikant afgezet, wat wel het geval is in Schelluinen (ds. Arnoldus Geestenanus). Wel ontwikkelen zich al spoedig conventikels, die zich soms naast de gemeenten bewegen. In latere tijden, zegt ds. Ha-

moen, zou dat verschijnsel veelvuldig voorkomen. De classis draagt ook zorg voor het onderwijs. Daarmee is het soms droevig gesteld. In 1590 beklaagt ds. Servatius Petri zich erover dat in Bleskensgraaf geen school wordt gehouden, waardoor de kinderen ‘woestelijck opwassen’. Twintig jaar lang wordt er geen onderwijs gegeven.

Bier

De dominees vormen een verhaal apart. Dordt kent in de reformatietijd een aantal gekwalificeerde en hoger opgeleide predikanten. Velen komen uit de Zuidelijke Nederlanden of de Palts en hebben in Leuven, Heidelberg of Genève gestudeerd. Onder de eerste predikanten in de waard zijn echter ook voormalige pastoors, schoolmeesters, ziekenbezoekers en handwerkslieden, opgeleid door universitair gevormde predikanten.

Het beroepingswerk is wat betreft de keuze en plaatsing van de predikanten bijna uitsluitend een zaak van de classis. De classis bepaalt wie waar beroepen wordt of verplaatst dominees wanneer het in de gemeente niet naar wens verloopt. De classis is echter ook alert op leer en leven van de predikanten, inclusief hun taalgebruik en voordracht op de kansel. Ook een leermoment voor vandaag, nu de classis soms ver van de gemeenten staat.

Dominees blijken net mensen te zijn. Mensen met aardigheden en onaardigheden, hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Toestanden en wantoestanden worden eerlijk benoemd. Dominees hebben ook bijbaantjes. Een weleerwaarde int bijvoorbeeld de bieraccijns. Overigens beklagen dominees zelf zich soms over ‘den swaren bieraccijns’.

Bomen

Anekdotisch is het verhaal over ds. Matthias Mochard, van 1590 tot 1601 predikant in Streefkerk. Hij wil er graag weg en de kerkenraad ziet hem gaarne gaan. Hij vertrekt naar ’s-Gravendeel. Hij neemt per schip echter de bomen uit de pastorietuin mee, die hij er zelf heeft geplant, terwijl de schout het had verboden, omdat de classis er geen toestemming voor had gegeven. Er komt een Salomonsoordeel. De bomen moeten worden herplant in Streefkerk en de weleerwaarde krijgt ‘eenige penningen voor de verbeteringe des hoffs’.

Ds. Lambertus Sanders, van 1607 tot 1614 predikant in Papendrecht, blijkt een lastig mens te zijn. De classis dringt er bij hem op aan een beroep naar Ridderkerk aan te nemen, maar dat weigert hij. In Wil-

lemstad had hij al hoog oplopende conflicten gehad wegens ‘sijn onstichtelijk medicijneren’, ofwel kwakzalverij. Men zei ‘dat hij meer glasen ende gedistilleerde wateren op zijn studoir zoude hebben dan boecken’. Ook laat hij de normale begroetingen na, zelf als men de hoed voor hem afneemt. Daarbij komt nog dat hij soms ‘roepend en kijvend’ over straat gaat of bij de mensen aan de deur komt.

In Sliedrecht woont ds. Wassenburgh negen maanden in het koor van de kerk. We zien het al voor ons, zegt ds. Hamoen, ‘met was die te drogen hangt tussen de kerkgangers’.

Avondmaal

De inhoud van de prediking komt regelmatig ter sprake. Soms is er nog sprake van rooms zuurdesem of van remonstrantse trekken. Evenals in het boek met de notulen van de beginjaren van hervormd Ridderkerk, dat eerder dit jaar verscheen, komt ook hier de avondmaalspraktijk aan de orde. Daarin is in de loop van de tijd een aanmerkelijke verschuiving gekomen ten opzichte van de praktijk in de waard als de Reformatie zich daar vestigt: ‘Iedereen werd aan tafel verwacht tenzij een maatregel van tucht van toepassing was.’

Ds. Henricus Swalmius in Oud- Alblas vraagt de classis wat te doen met een lidmaat dat afblijft van ‘den heiligen nachtmale’, ‘sonder dat hij oock een ergerlijck leven leydt waerom hij soude afgehouden sijn’. ‘Blijven vermanen’, adviseert de classis.

Ds. Hamoen schreef een boeiend, goed leesbaar boek, op grond van grondig onderzoek. De vele aanhalingen in oud-Nederlands maken de tekst alleen maar boeiender. Hoe taal verandert! Tal van fraaie foto’s completeren het geheel. De buitenkant wordt gesierd met de afbeelding van een prachtige aquarel, gemaakt door Gerrit Neven. De molen erop is een vertrouwd beeld in de waard.

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Begin in Bleskensgraaf

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's