Chalcedon in de VS
ONDERZOEKER IN PRINCETON [3]
Eens in de twee weken spreken we hier met de aanwezige collega’s een ochtend lang door over het werk van een van ons. Onlangs was een rooms-katholieke collega aan de beurt. Het feit dat hij tot de orde der jezuïeten behoorde, vervulde mij eerlijk gezegd op voorhand niet met al te veel enthousiasme. De jezuïeten –waren dat niet de ergsten? Die zaten immers achter de Inquisitie, en gingen zich later in Rome beklagen als sommige katholieke leiders in hun ogen te veel naar het protestantisme neigden. Ze jutten dan de paus op om er nog een tandje bij te doen in de handhaving van de zuivere rooms-katholieke leer.
Of het aan de andere tijd of de andere plaats ligt, weet ik niet, maar mijn collega deed in niets aan zijn vroegere ordegenoten denken. Het bleek een zeer innemende en bescheiden man die hier in Amerika onder vakgenoten bovendien zeer in aanzien staat omdat hij tot de grootste kenners van de Vroege Kerk behoort.
Het project van father Daley ging over de vraag hoe christenen in de eerste eeuwen tegen Jezus Christus aanke-
ken. Wie was Hij voor hen? Onze beeldvorming hierover is sterk bepaald door het concilie van Chalcedon in het jaar 451, zo maakte hij duidelijk. Daar werd men het eens over de formulering dat de goddelijke en de menselijke natuur van Christus ‘ongedeeld en ongescheiden’ maar ook ‘onvermengd en onveranderd’ zijn. Men fixeerde zich daarmee niet op één leer aangaande Christus waarmee ieder het eens moest zijn, maar men zette wel de krijtlijnen rond het speelveld van het christelijk geloof uit. Er mocht op verschillende manieren gesproken worden over hoe God en mens zich in Hem tot elkaar verhouden. Het hoefde in de kerk geen koekoek eenzang te zijn. Maar wel werden de grenzen gemarkeerd. Wie bijvoorbeeld meent dat de naturen in Christus gescheiden zijn, zoals Nestorius, of dat ze tot één goddelijke natuur vermengd zijn, zoals anderen leerden, heeft het namelijk niet meer over de Christus die in het Evangelie naar ons toekomt, en plaatst zich daarmee buiten de christelijke gemeenschap.
Die handelwijze leek onze collega niet onredelijk. In zijn kerk vindt men doorgaans ofwel dat Chalcedon onverkort onderschreven moet worden (eventueel ook zonder het te begrijpen), men kan er niets meer mee en zet zich er danig tegen af. Father Daley bepleitte echter een derde weg. Met gebruikmaking van begrippenmateriaal uit de omgeving
van destijds probeerden onze vaderen
het geheim van de Persoon van Christus niet te ontraadselen, maar wel te omschrijven. Opdat het wel over Hem zou blijven gaan en niet over een ander. Dat is voor ons vandaag ook van belang, want Christus is nog altijd Degene om wie alles in ons geloof draait.
Tegelijk moeten we ons echter niet op Chalcedon fixeren. In boeken over kerkgeschiedenis wordt dat vaak wel gedaan. Ze bezien dan heel de vroegkerkelijke chris-
tologie door de lens van Chalcedon. Maar zo ontgaat ons veel, want het vroegchristelijke denken over Gods Zoon was zoveel rijker. Wie goed toekijkt, ziet dat men Jezus bijvoorbeeld ook tekende in zijn verhouding tot Israël. En dat men wat Hij in Zijn verlossingswerk voor ons gedaan heeft eigenlijk veel belangrijker vond dan hoe het precies zit met Zijn naturen.
Ik vertelde Daley dat zijn visie me aan de reformatoren deed denken, en vooral aan Melanchthon. Die heeft immers ooit gezegd: ‘Christus kennen, dat is Zijn weldaden kennen (dus weten wat Hij voor je gedaan heeft) en niet Zijn naturen beschouwen.’ Aan zijn glimlach te zien, vond hij dat wel een mooi compliment.
G. van den Brink
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's