De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geen geliefd thema

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen geliefd thema

OORDEEL IN DE PREDIKING [1]

7 minuten leestijd

In het Apostolicum is een van de twaalf artikelen gewijd aan het oordeel. ‘Vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.’ Het zijn woorden die vertrouwd in de oren klinken.

D e vraag is in hoeverre we rekening houden met het eindgericht. Dit heeft alles te maken met de vraag hoe het oordeel in de prediking functioneert.

Er is immers een nauw verband tussen het geloofsleven in de gemeente en de inhoud van de verkondiging. Van een oude wijze collega hoorde ik ooit de uitspraak: ‘Wat niet wordt gepreekt, wordt ook niet beleefd.’

Iets overwinnen

Meestal moeten we iets overwinnen om het laatste oordeel nadrukkelijk aan de orde te stellen. Als we niet uitkijken blijft het bij een terloopse opmerking die nauwelijks wordt gehoord. Hoe zou dat komen? Zijn we bang mensen voor het hoofd te stoten?

Zelf ervaar ik deze spanning sterk in rouwdiensten. Je wilt het Evangelie graag op een uitnodigende manier brengen. Vaak zijn er mensen aanwezig die niet vertrouwd zijn met de bijbelse boodschap. Tegelijk wil je eerlijk zijn. Er staan eeuwige belangen op het spel. God laat Zijn woord nooit vrijblijvend verkondigen.

Ook in de zondagse prediking ligt op dit punt een spanningsveld. Gemeenteleden krijgen steeds vaker te maken met familie en vrienden die afhaken, of met col-lega’s die nergens aan doen. Hoeveel ouders zijn er niet van wie kinderen en kleinkinderen hebben gebroken met de kerk, en dikwijls ook met God en het geloof in Christus. Dan ligt het heel gevoelig als in de prediking de ernst van het (eeuwig) oordeel doorklinkt.

Verschoven Godsbeeld

Het is van belang te onderkennen dat er sprake is van een verschuiving in het Godsbeeld. Noties als Gods toorn en wraak worden afgezwakt. Met ‘een eeuwig wee’ moet je in onze samenleving niet aankomen, want dat roept gegarandeerd verzet op en vooral als mensen in

het verleden nog wel met de Bijbel zijn opgegroeid. Dan ontstaan er al gauw associaties met een ‘hel en verdoemenis’-prediking. Dat maakt je als predikant voorzichtig.

Maar ondertussen kan het beeld van God (ongemerkt) veranderen. Een God Die Zijn liefde bewijst en Die er voor je is, spreekt aan. Maar een God Die de zonde straft, stoot af. Teksten als Hebreeën 10:31 (‘Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God.’) en 12:29 (‘Want onze God is een verterend vuur.’) werken vervreemdend. Ook binnen de kerk worden ze als heftig ervaren. Dergelijke woorden worden niet gauw gekozen als tekst voor een preek.

Een realiteit

Toch is het oordeel een realiteit waar we niet omheen kunnen. Als deze bijbelse notie verdwijnt, boet de prediking aan kracht in. De verkondiging is dan geen dienst van de verzoening meer waarin de Heere worstelt om ons behoud. Volgens 2 Korinthe 5:20 is God zelfs aan het smeken: ‘Laat u verzoenen.’

Ik noem ook zondag 31 van de Heidelbergse Catechismus: de prediking is een sleutel waarmee het Koninkrijk van God wordt geopend en gesloten! Door de kracht van de Heilige Geest gebeurt er iets als Christus wordt verkondigd. De vergeving van zonden wordt geschonken en ontvangen. Althans, als er gelovig wordt geluisterd.

Als geloof en bekering ontbreken,

is de boodschap ‘dat de toorn van God en de eeuwige verdoemenis’ op ons ligt. Tenminste, zolang we ons niet bekeren. Er vallen dus enorme beslissingen in de prediking. Dat geeft aan de

Woordbediening een grote ernst, maar niet minder een intense vreugde als je wordt vrijgesproken van je schuld. Omdat Christus in jouw plaats Gods oordeel over de zonde heeft ondergaan.

God neemt ons serieus

Wij worden graag serieus genomen. Thuis, op het werk en in de gemeente. Als er Één is Die ons serieus neemt, dan is het wel de Heere. Dagelijks ontvangen we de levensadem uit Zijn hand. We kunnen niet met ons leven doen wat we zelf willen. Als onze Schepper heeft God er recht op dat we Hem erkennen en dienen. Op die verantwoordelijkheid spreekt Hij ons aan.

Het is de Heere niet om het even hoe we ons leven invullen. Hoe staan we tegenover Hem? Is er toewijding? Hoe gaan we om met onze naaste? Nemen we onze verantwoordelijkheden serieus? De geschiedenis van Israël laat zien hoe Gods toorn wordt opgeroepen door afgoderij, door ongeloof, onbekeerlijkheid en halfslachtigheid, door onrecht, door liefdeloosheid, door uitbuiting van de medemens. Wat kunnen de profeten furieus zijn als ze namens hun Zender de zonden van Israël ontmaskeren.

Ieder mens

Bovendien merken we al in het Oude Testament dat Gods oordeel niet alleen Israël raakt, maar ook de heidenen. We zien dat in de geschiedenis van Jona als Ninevé tot bekering wordt geroepen. Bij Jesaja en Ezechiël treffen we hoofdstukken lang profetieën en oordeelsaankondigingen aan het adres van andere volken aan. Ieder mens wordt door God serieus genomen. Denk aan koning Bélsazar die diep geschokt was door het schrift aan de wand. Zijn leven kon de toets van de Heere niet doorstaan omdat hij de God, in Wiens hand zijn adem was, niet had verheerlijkt (Dan. 5:23). Kort en bondig wordt dan onze levensroeping: God verheerlijken. Ook vanuit het Nieuwe Testament weten we dat ieder mens verantwoording tegenover de Heere heeft af te leggen. Te denken valt aan wat Paulus schrijft in 2 Korinthe 5:10: ‘Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus.’ Dat is onontkoombaar. In het slot van Openbaring 20 ziet Johannes hoe de doden (klein en groot) voor God staan om geoordeeld te worden.

Wel krijgen we uit Lukas 12:47-48 de indruk dat er verschillende gradaties in het oordeel zijn. Het maakt verschil of we de weg wel of niet geweten hebben. Zo zegt Jezus ook dat het voor de een verdraaglijker zal zijn in de dag van het oordeel dan voor de ander (Matth.11:24).

Het eeuwig oordeel

Soms wordt door middel van een enquête gepeild hoeveel mensen er (nog) geloven in het bestaan van de hemel en van de hel. Het geloof dat er een hemel is, scoort meestal het hoogst. Van een eeuwig oordeel willen velen niet weten. Dat komen we ook binnen de kerk tegen, zelfs onder theologen. Maar dan komen we wel in strijd met een groot aantal schriftgegevens. Vanuit de Catechismus kwam de eeuwige verdoemenis al even ter sprake. Je moet in de Bijbel heel wat schrappen, wil je de mogelijkheid van verloren gaan ontkennen. Het is vooral Christus Zelf Die in Zijn onderwijs dikwijls gewaarschuwd heeft voor de buitenste duisternis, waar wening zal zijn en tandengeknars (Matth.25:30), en voor het eeuwige vuur (Matth. 25:41). Zelfs als een kind van het Koninkrijk kun je in het verderf eindigen (Matth.8:12). Als het goed is, krijgt deze laatste ernst ook een plaats in de prediking.

Het bloed geëist

In dit verband denk ik aan de indringende woorden die Ezechiël bij zijn aanstelling als wachter te horen kreeg. Als hij zijn hoorders niet eerlijk zou behandelen, zou de Heere hun bloed van Zijn hand eisen, als ze onbekeerd zouden sterven.

Diezelfde notie klinkt ook door in een afscheidspreek van Paulus in Handelingen 20:26: ik ben rein van het bloed van u allen. Voorgangers moeten eenmaal rekenschap geven van hun dienst (Hebr.13:17). Daarom is het een klemmende vraag voor allen die het Evangelie brengen of we trouw zijn. In de eerste plaats trouw aan God en aan Zijn Woord. Maar behalve dat ook trouw aan de hoorders.

Uiteraard zal het oordeel niet altijd even sterk benoemd worden. Dat hangt mede van de tekstkeus af. De vraag is wel of de ernst van het gericht de verkondiging doortrekt. Daardoor wint de prediking aan diepgang, terwijl bovendien de bevrijdende kracht van het Evangelie des te sterker zal zijn.

J.C. Schuurman

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Geen geliefd thema

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's