Haïti een jaar na de ramp
SIGNALEMENT
Signalement
I ets minder dan een jaar geleden werd Haïti getroffen door een zware aardbeving. De gevolgen waren verbijsterend: 300.000 doden en 500.000 gewonden. Bijna een jaar later lijkt de ramp nog niet voorbij. Elke dag sterven er in hetzelfde Haïti honderden mensen aan de cholera. Het arme volk is de ene ramp nog niet te boven of de volgende dient zich aan. De beelden die de media vertonen, zijn hartverscheurend.
Toch meldt EO-verslaggever Richard Groenenboom iets heel bijzonders als hij het heeft over de kerk en het geloof in Haïti. Het aantal christenen is het achterliggende jaar met 20 procent gegroeid. De kerken stromen niet leeg, maar worden steeds voller. Vooral aanhangers van de voodoo (heidense religie) komen tot geloof.
Zendingswerker Johan Smoorenburg, directeur van het kinderdorp Bon Repos in Haïti, vertelt over gebedsdagen die op het Caraïbische halfeiland gehouden zijn. Ook zegt hij dat het geloof van overlevenden sterker is geworden.
Westerse vraag
Hoe is dit mogelijk? Ja, dat is nou een typisch westerse vraag. De heersende opvatting in ons land over een ramp als deze is eenvoudig: hoe kan God dit toelaten? Of – met het nodige dedain – een dergelijke ramp is het zoveelste bewijs dat er geen God is. Of: het moet wel een tiran van een God zijn.
Ik wil de ernst die onder deze reacties ligt niet gemakkelijk gladstrijken. Wel ben ik diep onder de indruk van de wijze waarop Haïtianen hun geloof beleven te midden van zoveel ellende.
In het Westen zijn wij geneigd wat meewarig op deze mensen neer te zien en te denken dat zij wat achterlopen in beschaving, dat zij zijn blijven steken in een fase van afhankelijkheid die onze mondigheid reeds lang voorbij is. De grotendeels geseculariseerde media in ons land zouden het de Haïtiaanse bevolking zomaar kwalijk kunnen nemen dat ze zo reageren.
Beproeving
Misschien is er iets anders aan te voeren. Mogelijk lopen Haïtianen niet achter, maar zijn ze ons ver vooruit in de manier waarop zij staande blijven te midden van zoveel misère. Smoorenburg: ‘Haïtianen hebben een rotsvast vertrouwen in God en stellen geen
waaromvragen. Ze hebben naar eigen zeggen geleerd dat je leven binnen tien seconden kan ophouden en dat je dan klaar moet zijn om God te ontmoeten.’ Zou dit de echte mondigheid zijn: weten waar het om gaat in het leven en daarnaar leven?
Haïtianen vertellen dat geen mens hen kan helpen. Alleen God kan dat. Ook de afgoden van de voodoopriesters kunnen ons niet bijstaan. Zo ervaren ze de ramp als een beproeving die hen loutert en die hen dichter bij God brengt. Meer dan anders weten ze dat God hun enige houvast is en dat ze het eigendom zijn van Jezus Christus, ook als zij moeten sterven.
Leren
Wie is er nu mondiger, de westerling of de Haïtiaan? Wat heeft het westerse verlichtingsdenken een geestelijke ravage aangericht. Het predikt de Ubermensch van Nietsche, terwijl het de mens hopeloos verloren laat gaan. Dit is de tragiek van de neergang van de westerse cultuur en beschaving. Ondertussen verbergen we onze onmacht door ietwat medelijdend te beweren dat die Haïtianen nog niet beter weten.
Zou het soms kunnen zijn dat we iets van de Haïtianen kunnen leren? Dat zij meer van God en het vertrouwen op Hem hebben begrepen dan wij? Hoe komt het dat wij geen raad weten met wat er in Haïti gebeurt en dat de be-
volking daar zelf weet: in de grootste smarten, blijven onze harten in de Heer gerust? Zou Immanuel Kant zich dan toch vergist hebben toen hij zei: ‘Verlichting is het uittreden van de mens uit de onmondigheid, waarin hij door eigen schuld verkeerde.’
Zou het juist daardoor donker zijn geworden in West-Europa?
Waarom ik?
Tijdens de reddingsoperaties die na de aardbeving op gang kwamen, werd een vrouw gered die al dagen onder het puin gelegen had. Haar eerste reactie was: ‘Pourquoi moi? ’ Waarom ik? Het is alsof je iemand van vroeger, die door Gods genade redding mocht vinden in Jezus, hoorde zeggen: waarom was het op mij gemunt? Er was een man in Den Haag die zijn (jonge) vrouw verloor. Hij bleef in groot verdriet met acht kinderen achter. Hij riep tot God: waarom doet U dit? Hij kreeg geen antwoord.
Toen boog hij zijn knieën en vroeg: Heere, als U dan geen antwoord geeft op mijn waaromvraag, wilt U dan die pijnigende vraag uit mijn hart wegnemen. Dat heeft God gedaan. Is dat soms een stukje Haïti in Den Haag?
W. Verboom
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's