De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

God en Mens

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

God en Mens

Hulpeloos Kind? Om het hart van het Evangelie

7 minuten leestijd

Wie is het hulpeloze Kind in de kribbe? Het antwoord op deze vraag maakt het beslissende onderscheid tussen het christelijke geloof en al het andere wat zich aandient als religie of menselijke wijsheid.

J e hoeft geen christen te zijn om te erkennen dat Jezus een bijzonder of zelfs volmaakt mens is geweest. Maar een christen weet dat daarmee het wezenlijkste niet is gezegd. In de kribbe ligt een geheimenis dat alle begrip te boven gaat: God geopenbaard in het vlees.

Het uitgangspunt voor dit artikel is een van de vele messiaanse teksten die iets van dit geheimenis onthullen: ‘Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst’ (Jes.9:5). Het valt op dat Jesaja het Kind aanduidt als Vader der eeuwigheid of Eeuwige Vader. Past deze naam wel bij de Messias? Hoort deze naam niet bij God Zelf ? Het is de moeite waard hierbij stil te staan.

Jezus als Vader

Jezus is Gods Zoon. Daarom is het uitgesloten dat Hij Gods Vader zou zijn. Als Hij hier Eeuwige Vader wordt genoemd, dan gaat het dus niet over Zijn relatie met God de Vader. Wel gaat het hier over Zijn relatie met Zijn volk.

De uitdrukking doet denken aan een vader die zich verantwoordelijk weet voor zijn gezin. Als een Vader draagt Christus zorg voor Zijn gemeente. Hiermee wordt iets soortgelijks gezegd als met de beeldspraak van de herder of de koning. De Messias is de Herder Die Zijn kudde weidt en de Koning Die Zijn volk beschermt. Een mooie illustratie bij dit gebruik van de vadernaam is Willem van Oranje, die als koning van het Nederlandse volk werd geëerd met de titel Vader des vaderlands.

Om onderscheid te maken met aardse vaders, herders en koningen gebruikt Jesaja de toevoeging eeuwige. Van de Messias geldt wat van geen enkel mens gezegd kan worden: Hij is eeuwig.

Nu kan iemand die de grondtalen kent, opmerken dat het woord eeuwig in het Hebreeuws niet per definitie eindeloos betekent. Toch is dat met betrekking tot dit Kindeke wel bedoeld. Daar laat de geboorteaankondiging bij Maria geen twijfel over bestaan: ‘En Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn in der eeuwigheid; en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn’ (Luk.1:33).

Het Kind van Jesaja’s profetie is eeuwig: zonder einde, zelfs zonder begin. Hij ís het Begin en het Einde in eigen Persoon (o.a. Openb.1:8; 22:13). Dat kan van geen enkel schepsel worden gezegd. Dat geldt alleen van God. Dit brengt ons bij het wonder van Kerstfeest: In de kribbe laat God Zich vinden, geopenbaard in het hulpeloze Kind van vlees en bloed.

Septuaginta

Dat Jesaja 9:5 een bijzondere profetie is, wordt bevestigd door de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta. Deze vertaling is door Joodse geleerden gemaakt in de periode tussen het Oude en Nieuwe Testament. Zowel bij Joden als christenen is deze vertaling veel gebruikt en zeer geliefd geweest.

In de versie van de Septuaginta worden de namen die goddelijke eigenschappen van de Messias noemen, weggelaten. In plaats van de aanduidingen Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid en Vredevorst is vertaald: Boodschapper van de grote raad (van God). Zouden de Joodse vertalers zoveel moeite met de goddelijke natuur van de Messias hebben gehad, dat zij Jesaja’s profetie eigenmachtig hebben aangepast, reeds lang voordat Hij werd geboren?

Als we bedenken hoeveel invloed de Septuaginta in de vroege kerk heeft gehad, dan wordt de vraag interessant hoe men deze tekst toen heeft geïnterpreteerd. Er wordt nogal eens gesuggereerd of zelfs gesteld dat de leer van de twee naturen van Christus van later datum zou zijn, namelijk daterend uit de vierde eeuw.

Al mag dat gelden van specifieke formuleringen, geldt dat ook van de belijdenis dat Jezus Christus niet alleen waarachtig mens maar ook waarachtig God is? In het kader van deze bijdrage blijven de vele nieuwtestamentische schriftbewijzen als vanzelfsprekend buiten beeld. Maar wat levert het op om aan de hand van Jesaja 9:5 de bronnen van de vroegste kerkvaders te raadplegen?

Kerkvaders

Een van de oudste patristische geschriften is afkomstig van Justinus Martyr (overleden rond 165). Hij heeft een dialoog met de Jood Tryfo op schrift gesteld. Hierin worden de woorden van Jesaja geciteerd in de versie van de Septuaginta, dus zonder de goddelijke aanduidingen.

Toch betekent dit niet dat Justinus onduidelijk zou zijn over de goddelijkheid van Jezus. Bij hem functioneert deze tekst juist in een context waarin hij zijn Joodse ge-

sprekspartner wil overtuigen dat Jezus de Messias is Die voluit één van wezen is met God. Om een voorbeeld te noemen: Justinus identificeert Christus, volgens hem de oudtestamentische Engel des HEEREN, met de God van Abraham, Izak en Jakob.

Hetzelfde belijden vinden we bij Irenaeus, die evenals Justinus in de tweede eeuw na Christus heeft geleefd. Evenals Justinus kent Irenaeus de verhullende weergave van de Septuagina. Des te meer valt het op dat ook deze kerkvader Jesaja 9:5 gebruikt in een weerlegging van allerlei dwalingen, i.c. in een argumentatie waarin hij wil aantonen dat Jezus Christus echt God en echt mens is. Een derde vertegenwoordiger van de vroegste kerk is Clemens van Alexandrië.

Hij blijkt behalve de Griekse vertaling ook de Hebreeuwse tekst van Jesaja te kennen, en breekt bij deze woorden uit in lofprijzing: ‘O grote God! O volmaakt Kind! De Zoon in de Vader en de Vader in de Zoon!’

Relevantie

Bovengenoemde stemmen uit de vroege kerk zijn aan te vullen met onder anderen Tertullianus, Cyprianus, Novatianus, Lactantius, Athanasius, Hiëronymus, Ambrosius en vanzelfsprekend Augustinus, nog afgezien van de middeleeuwse theologie en heel de gereformeerde orthodoxie. Vanaf haar oorsprong heeft de Kerk beleden dat Jezus de Christus niet alleen waarachtig Mens maar ook waarachtig God is. De wijze waarop zij deze belijdenis heeft verdedigd tegenover ongelovigen, ketters en bijvoorbeeld orthodoxe Joden toont aan hoezeer zij doordrongen is geweest van het besef dat hier het hart van het Evangelie in het geding is.

Immers: hiermee staat of valt het wonder van Kerstfeest, het geheimenis dat God in het vlees is gekomen en onder ons heeft gewoond. Als het hulpeloze Kind in de kribbe niet tegelijkertijd waarachtig God is, dan is het afgoderij om voor Hem te knielen, dan is het godslasterlijk om Hem te aanbidden, dan is het goddeloos om je vertrouwen op Hem te stellen en in Hem te geloven. Deze eer geeft God niet aan een mens of aan een engel, zelfs niet aan de allerhoogste engel.

Actualiteit

Toch lijkt het alsof velen vandaag de dag de relevantie van dit belijden niet of nauwelijks meer beseffen. Bedroevend is het dat de Nederlandse Hervormde Kerk indertijd het rapport Jezus Christus, onze Heer en Verlosser in december 2000 heeft aanvaard, zonder dat hierin de beide naturen van Christus helder zijn verwoord. Hetzelfde kan worden opgemerkt bij de Credo-tekst die uitgangspunt was voor de Nationale Synode in Dordrecht van begin december 2010. Nog aangrijpender is het wanneer theologen openlijk betwisten dat Gods Zoon één van wezen is met Zijn Vader. Een voorbeeld is de onlangs verschenen publicatie van de bekende dichter en dominee A.F. Troost, Engel naast God. Hoe goddelijk is Jezus?

Als ds. Troost aangeeft dat de christelijke belijdenis van de twee naturen van Christus een belemmering is voor Joden en moslims, dan heeft hij een punt. Dat heeft hij ook wanneer hij aandacht vraagt voor de onbegrijpelijkheid van deze verborgenheid.

Maar wie vervolgens het struikelblok van Jezus’ goddelijkheid weg wil ruimen, wrikt aan de Hoeksteen waarop Gods Gebouw rust (vgl.1Petr.2:4-8). Daarmee wordt aan Joden noch aan moslims enige dienst bewezen, laat staan aan de christelijke kerk. Niet minder dan gisteren is het vandaag geboden om op Kerstfeest heldere wijn te schenken. Christus’ kerk is geroepen om te verkondigen wat we belijden zonder dat we het doorgronden: ‘God is geopenbaard in het vlees’ (1Tim.3:16). ‘Komt, laten wij aanbidden.’

J.B. ten Hove

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

God en Mens

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's